← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190628.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 juni 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190628.5 Rolnummer: C.18.0485.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Internationaal privaatrecht - Overige Invoerdatum: 2019-07-23 Raadplegingen: 593 - laatst gezien 2026-06-29 02:40 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190628.5 Fiches 1 - 2 Wanneer de rechter de buitenlandse wet toepast, moet hij de draagwijdte ervan bepalen op grond van de uitleg die deze wet in het land van oorsprong krijgt; het Hof gaat na of de beslissing van de rechter conform die uitleg is

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VREEMDE WET Vrije woorden: Toepassing door de rechter - Bepaling van de draagwijdte ervan - Wijze Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen Vrije woorden: Toepassing van de buitenlandse wet door de rechter - Nazicht van de beslissing door het Hof - Wijze Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0485.N H.S. eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen J.D. verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 26 april
  1. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft op 6 mei 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. De appelrechter beslist, zonder hieromtrent te worden bekritiseerd, dat het Nederlandse recht van toepassing is op het huidige geschil.
  3. Wanneer de rechter de buitenlandse wet toepast, moet hij de draagwijdte ervan bepalen op grond van de uitleg die deze wet in het land van oorsprong krijgt. Het Hof gaat na of de beslissing van de rechter conform die uitleg is.
  4. Volgens artikel 3:172 Nederlands Burgerlijk Wetboek delen de deelgeno-ten, tenzij een regeling anders bepaalt, naar evenredigheid van hun aandelen in de vruchten en andere voordelen die het gemeenschappelijk goed oplevert, en moeten zij in dezelfde evenredigheid bijdragen tot de uitgaven die voortvloeien uit handelingen welke bevoegdelijk ten behoeve van de gemeenschap zijn ver-richt.
  5. Volgens de uitleg die deze bepaling in het Nederlandse recht krijgt, zijn de deelgenoten aldus verplicht om naar evenredigheid van hun aandeel in de eigen-dom bij te dragen tot de uitgaven die voortvloeien uit bevoegdelijk ten behoeve van de gemeenschap verrichte handelingen, tenzij een regeling anders bepaalt of de rechter uitzonderlijk anders beslist op grond van de redelijkheid en billijkheid krachtens artikel 3:166, lid 3, Nederlands Burgerlijk Wetboek.
  6. De appelrechter stelt vast dat: - de partijen op 11 december 1989 gehuwd zijn onder het Nederlandse recht; - zij tijdens het huwelijk, namelijk op 31 augustus 2005, in onverdeeldheid het betwiste onroerend goed hebben gekocht, namelijk een woning gelegen te Brasschaat; - de partijen op 8 mei 2007 een echtscheidingsconvenant hebben ondertekend waarin zij overeenkwamen dat "[de eiseres] het gebruiksrecht van de woning (...) krijgt zonder hiervoor een vergoeding te betalen"; - de eiseres stelt dat zij de voorbije jaren alle kosten en uitgaven met betrek-king tot voormeld onroerend goed alleen gedragen heeft; - zij thans van de verweerder de door haar gemaakte kosten terugvordert in verhouding tot zijn aandeel in het onroerend goed. Hij oordeelt dat: - gelet op de afwijkende regeling in het echtscheidingsconvenant, de verweer-der niet in de vruchten van het gemeenschappelijk goed deelt, maar de eiseres het recht verkrijgt om het onroerend goed kosteloos te gebruiken; - hieruit logischerwijze volgt dat de verweerder niet dient bij te dragen in de kosten ervan; - artikel 3:172 Nederlands Burgerlijk Wetboek uitdrukkelijk "in dezelfde even-redigheid" bepaalt, zodat de eiseres 100 pct. van de kosten moet dragen aan-gezien zij 100 pct. genot heeft van het onroerend goed.
  7. De appelrechter die aldus oordeelt dat de deelgenoten verplicht zijn om bij te dragen tot de uitgaven betreffende het gemeenschappelijk goed naar evenre-digheid van hun aandelen in de vruchten en andere voordelen die dit goed ople-vert, en niet naar evenredigheid van hun aandelen in de eigendom, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Limburg, rechtszitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 28 juni 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van grif-fier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190628.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190628.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.