id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 juli 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190703.11 Rolnummer: P.19.0649.N Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2019-07-23 Raadplegingen: 252 - laatst gezien 2026-06-28 06:30 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het middel dat niet opkomt tegen de redenen op grond waarvan de kamer van inbeschuldigingstelling de voorlopige hechtenis handhaaft, maar opkomt tegen een overweging die de inhoud van de vordering van het openbaar ministerie betreft, kan niet tot cassatie leiden en is derhalve niet ontvankelijk. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Belang Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Handhaving - Middel dat niet opkomt tegen de redenen op grond waarvan de kamer van inbeschuldigingstelling de voorlopige hechtenis handhaaft - Middel dat opkomt tegen een overweging die de inhoud van de vordering van het openbaar ministerie betreft - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HANDHAVING Vrije woorden: Cassatiemiddelen - Belang - Middel dat niet opkomt tegen de redenen op grond waarvan de kamer van inbeschuldigingstelling de voorlopige hechtenis handhaaft - Middel dat opkomt tegen een overweging die de inhoud van de vordering van het openbaar ministerie betreft - Ontvankelijkheid Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0649.N M. Y., inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Koen Vaneecke, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 18 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 23, 4° en 30, § 3, derde lid, Voorlopige Hechteniswet, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbe-ginsel van de motivering van vonnissen en arresten: het arrest handhaaft eisers voorlopige hechtenis, uit te voeren in de gevangenis, zonder te antwoorden op zijn verweer dat, gelet op zijn precaire medische toestand, die handhaving hem blootstelt aan een behandeling die in strijd is met artikel 3 EVRM en hij bijge-volg dient te worden vrijgelaten onder voorwaarden en/of tegen betaling van een borgsom, minstens zijn voorlopige hechtenis dient te worden gehandhaafd onder de modaliteit van het elektronisch toezicht.
- Met overname van het bevel tot aanhouding oordeelt het arrest dat: - de eiser een spil- en leidinggevende figuur lijkt te zijn in een goed georgani-seerde criminele organisatie waarvan de leden zich lijken in te laten met het plegen van misdrijven in alle mogelijke domeinen, namelijk invoer van coca-ine, inbreuken op de wapenwetgeving, valsheden, corruptie en witwas, en daarmee zeer grote vermogensvoordelen lijken te genereren; - die leden lijken te streven naar meer macht en maatschappelijke invloed, zo-wel in hun thuisland als in België, waarbij omkoping wordt aangewend; - die leden zich bij het plegen van de feiten uit de verschillende criminaliteits-domeinen lijken te laten bijstaan door derden, waarvan er sommige geïdenti-ficeerd konden worden en anderen nog niet; - de feiten, indien bewezen, een groot gevaar inhouden voor de maatschappelij-ke veiligheid, alsmede gevaar voor recidive en onttrekking; - er nog meerdere verdachten dienen geïntercepteerd en verhoord te worden, met als gevolg een groot gevaar voor onttrekking (bedoeld wordt collusie). Met overname van de redenen van het arrest van de kamer van inbeschuldiging-stelling van 19 april 2019 oordeelt het arrest bovendien dat: - in geval van voorlopige hechtenis onder elektronisch toezicht er geen controle is over de contacten die de eiser met andere personen kan aangaan; - het nog steeds actuele gevaar voor collusie maakt dat de uitvoering van de voorlopige hechtenis onder elektronisch toezicht niet aangewezen is; - bovendien het gevaar voor recidive inzake drugs actueel blijft ook vanuit de woning van de eiser; - het onttrekkingsgevaar tot op heden actueel blijft gelet op de zwaarwichtig-heid van de feiten en het feit dat de eiser een eigendom in Turkije heeft; - het gevangeniswezen een medische afdeling in Brugge heeft, waar zieke ver-dachten kunnen worden opgenomen; - er geen schending is van artikel 3 EVRM; - voormelde gevaren niet kunnen worden geneutraliseerd door de eiser onder detentie vervangende voorwaarden en/of borgstelling in voorlopige vrijheid te stellen of de hechtenis te handhaven onder elektronisch toezicht. Aldus beantwoordt het arrest eisers verweer. Het middel mist feitelijke grondslag. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 1317, 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek: het arrest stelt vast dat het openbaar ministerie ter rechts-zitting van 17 juni 2019 in hoofdorde de handhaving van eisers voorlopige hech-tenis, uit te voeren in de gevangenis, en in ondergeschikte orde de handhaving van die hechtenis onder elektronisch toezicht vorderde; aldus miskent het arrest de bewijskracht van eisers beroepsconclusie; uit de handgeschreven vermelding op de eerste pagina van die conclusie blijkt immers dat het openbaar ministerie de handhaving van eisers voorlopige hechtenis onder elektronisch toezicht vor-derde.
- Het middel dat niet opkomt tegen de redenen op grond waarvan de kamer van inbeschuldigingstelling de voorlopige hechtenis handhaaft, maar opkomt te-gen een overweging die de inhoud van de vordering van het openbaar ministerie betreft, kan niet tot cassatie leiden en is derhalve niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 61,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Martine Regout, de raadsheren Erwin Francis, Eric de Formanoir en Frédéric Lugentz, en op de openbare rechtszitting van 3 juli 2019 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190703.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div