← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190724.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 juli 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190724.2 Rolnummer: P.19.0787.N Kamer: VAK - Vakantiekamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2019-07-29 Raadplegingen: 497 - laatst gezien 2026-06-28 06:31 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Artikel 17, § 4, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat de kamer van inbeschuldigingstelling bij wege van een met redenen omklede beslissing uitspraak doet over het beroep van de betrokken persoon of het openbaar ministerie tegen een beschikking van de raadkamer over de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel; die bepaling verplicht de kamer van inbeschuldigingstelling te antwoorden op het verweer waarbij de betrokken persoon zich beroept op het bestaan van een weigeringsgrond

(1).
(1)Zie Cass. 23 december 2008, RG P.08.1803.N ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081223.4, AC 2008, nr.
  1. Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Vrije woorden: Tenuitvoerlegging - Kamer van inbeschuldigingstelling - Weigeringsgrond - Motiveringsverplichting Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Artt. 6 en 17 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN Vrije woorden: Kamer van inbeschuldigingstelling - Europees aanhoudingsbevel - Weigeringsgrond - Motiveringsverplichting Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Artt. 6 en 17 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - OP CONCLUSIE - Strafzaken (geestrijke dranken en douane en accijnzen inbegrepen) Vrije woorden: Europees aanhoudingsbevel - Kamer van inbeschuldigingstelling - Weigeringsgrond - Motiveringsverplichting Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Artt. 6 en 17 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Art. 149 - 30 ELI link Pub nr 1994021048 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0787.N S. K., persoon tegen wie een Europees aanhoudingsbevel is uitgevaardigd, eiser, met als raadslieden mr. Violette Kerkhofs en mr. Luk Delbrouck, advocaten bij de balie Limburg. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 11 juli
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Michel Nolet de Brauwere heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
  3. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 6 Wet Europees Aanhoudingsbevel: het arrest weigert de toepassing van de facul-tatieve weigeringsgrond van artikel 6, 4°, Wet Europees Aanhoudingsbevel gelet op de ernst van de feiten en oordeelt dat de door de eiser voorgelegde stukken en argumentatie daaraan geen afbreuk doen; aldus beantwoordt het arrest niet eisers verweer dat als criterium voor die weigeringsgrond niet de aard van de feiten en de daaraan gekoppelde straf mag worden aangewend, maar enkel de vooropge-stelde reclassering en maatschappelijke re-integratie van de betrokkene en de eventuele afwezigheid van enig rechtmatig belang.
  4. Artikel 17, § 4, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat de kamer van inbeschuldigingstelling bij wege van een met redenen omklede beslissing uit-spraak doet over het beroep van de betrokken persoon of het openbaar ministerie tegen een beschikking van de raadkamer over de tenuitvoerlegging van een Eu-ropees aanhoudingsbevel. Die bepaling verplicht de kamer van inbeschuldiging-stelling te antwoorden op het verweer waarbij de betrokken persoon zich beroept op het bestaan van een weigeringsgrond.
  5. De eiser heeft het voormelde verweer aangevoerd voor de kamer van inbe-schuldigingstelling. Met de redenen die het arrest bevat en die het middel ver-meldt, beantwoordt deze dat verweer niet. Het onderdeel is in zoverre gegrond. Overige onderdelen
  6. Gelet op de hierna uit te spreken cassatie, behoeven de onderdelen geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat ze over aan de rechter op verwij-zing. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldi-gingstelling, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, vakantiekamer, samengesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sabine Geubel, Sidney Berneman en Eric de Formanoir, en op de openbare rechtszitting van 24 juli 2019 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Michel Nolet de Brauwere, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. K. Vanden Bossche E. de Formanoir S. Berneman PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190724.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081223.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.