← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190903.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 september 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190903.1 Rolnummer: P.18.0718.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2019-09-05 Raadplegingen: 309 - laatst gezien 2026-06-28 06:31 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De rechter oordeelt onaantastbaar of een voertuig wegens zijn constructie of wegens zijn ondeelbare lading een massa of afmetingen heeft die de wettelijke grenzen, bepaald in het Wegverkeersreglement en het KB Technische Eisen Voertuigen overschrijdt; hij kan zich hierbij steunen op de vaststellingen van de verbalisanten en de verklaringen van de partijen waaruit blijkt dat deze afmetingen niet zijn gerespecteerd, zonder dat deze bewijsgegevens de concrete afmetingen of massa van het voertuig moeten bevatten. Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Wegverkeer - Uitzonderlijk voertuig - Beoordeling - Wijze Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 02-06-2010 - Art. 3 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - ALGEMEEN Vrije woorden: KB Uitzonderlijke voertuigen - Uitzonderlijk voertuig - Beoordeling - Wijze Wettelijke bepalingen: Koninklijk Besluit - 02-06-2010 - Art. 3 Fiche 3 Uit de bepalingen van artikel 29, § 2, eerste lid, Wegverkeerswet en Artikel 41bis, § 1, Strafwetboek volgt dat voor overtredingen als bedoeld door artikel 29, § 2, eerste lid, Wegverkeerswet de maximumgeldboete die aan een rechtspersoon kan worden opgelegd 250,00 euro bedraagt. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 29 Vrije woorden: Artikel 29, § 2, eerste lid - Geldboete voor de rechtspersoon - Bepaling - Wijze Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.18.0718.N

  1. B K A D B, beklaagde, eiser,
  2. DE RYCKE bvba, met zetel te 9120 Beveren, Pareinpark 16, beklaagde en burgerrechtelijk aansprakelijke partij, eiseres, beiden met als raadsman mr. Kris Beirnaert, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2018 Antwerpen, Brusselstraat 51, waar de eisers woonplaats kie-zen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 1 juni
  3. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de eiseres 2
  4. Overeenkomstig artikel 427, eerste lid, Wetboek van Strafvordering moet de partij die het cassatieberoep instelt, dit laten betekenen aan de partij tegen wie het is gericht. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiseres 2, die als burgerrechtelijk aansprakelijke partij geen vervolgde partij is in de zin van artikel 427, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, haar cassatieberoep heeft laten betekenen aan het openbaar ministerie bij het appelgerecht. In zoverre gericht tegen de beslissing die de eiseres 2 burgerrechtelijk aansprakelijk verklaart voor de geldboete en de kosten die ten laste van de eiser 1 zijn gelegd, is het cassatieberoep niet ontvankelijk. Eerste middel in zijn geheel
  5. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 29 Wegverkeerswet en de artikelen 1, 3, 16, eerste lid, 17, eerste lid, tweede streepje en 19, 2°, a) van het koninklijk besluit van 2 juni 2010 betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen (hierna KB Uitzonderlijke voertuigen) alsmede de regels inzake miskenning van bewijs in strafzaken: het bestreden vonnis steunt eisers' schuldigverklaring aan de inbreuken op het KB Uitzonderlijke Voertuigen op bewijsgegevens die geen concrete informatie bevatten over de massa of afmetingen van het voertuig waarmee deze inbreuken werden begaan; het bevat aldus niet de motieven die het Hof toelaten na te gaan of dit voertuig een uitzonderlijk voertuig is in de zin van dit koninklijk besluit (eerste onderdeel); bij gebrek aan vaststellingen over de massa of afmetingen van het voertuig, waaruit een overschrijding van de in het Wegverkeersreglement en het KB Technische Eisen Voertuigen ter zake bepaalde grenzen kon worden afgeleid, is de schuldigverklaring aan de voormelde inbreuken niet naar recht verantwoord; voor de bewezenverklaring van de telastleggingen E en J was concrete informatie over de breedte van het voertuig in elk geval vereist (tweede onderdeel).
  6. Krachtens artikel 3, eerste lid, KB Uitzonderlijke Voertuigen is een uitzon-derlijk voertuig een auto, een aanhangwagen of een sleep, zoals gedefinieerd in artikel 1 van het KB Technische Eisen Voertuigen, die wegens zijn constructie of wegens zijn ondeelbare lading de grenzen inzake de massa of afmetingen over-schrijdt, vastgesteld in het Wegverkeersreglement en het KB Technische Eisen Voertuigen.
  7. De rechter oordeelt onaantastbaar of een voertuig wegens zijn constructie of wegens zijn ondeelbare lading een massa of afmetingen heeft die de wettelijke grenzen, bepaald in het Wegverkeersreglement en het KB Technische Eisen Voertuigen overschrijdt. Hij kan zich hierbij steunen op de vaststellingen van de verbalisanten en de verklaringen van de partijen waaruit blijkt dat deze afmetingen niet zijn gerespecteerd, zonder dat deze bewijsgegevens de concrete afmetingen of massa van het voertuig moeten bevatten. In zoverre het middel in zijn beide onderdelen uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  8. Het bestreden vonnis oordeelt dat: - het uitzonderlijk karakter van dit vervoer niet wordt betwist door de eisers, die daarover een vergunning tonen en aldus niet afhangt van de gedane meting; - de telastleggingen C, D, H en I die betrekking hebben op uitzonderlijke voertuigen die niet uitgerust zijn met de voorziene signalisatie en paneel of opschrift, dan ook bewezen zijn op grond van de vaststellingen van de verbalisanten zoals vervat in het aanvankelijk proces-verbaal en de verklaringen van de eisers; - ook de telastleggingen E en J die betrekking hebben op uitzonderlijke voer-tuigen met een breedte van 2,55 meter, zonder plaatsing van panelen, zonder concrete meting door een geijkt meettoestel bewezen zijn op grond van de fo-to van de lading, de verklaring van de eiser 1 en het gebrek aan betwisting door de eiseres
  9. Met deze redenen, die het Hof niet beletten zijn wettigheidstoezicht uit te oefe-nen, verantwoorden de appelrechters de schuldigverklaring van de eiser 1 aan de telastleggingen C, D, E en van de eiseres 2 aan de telastleggingen H, I en J, naar recht. In zoverre kan het middel in zijn beide onderdelen niet worden aangenomen. Tweede middel
  10. Het middel voert schending aan van de artikelen 41bis, 65, eerste lid en 100 Strafwetboek, artikel 29 Wegverkeerswet, de artikelen 2, 3 en 4 van het ko-ninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wegver-keerswet (hierna KB Overtredingen per graad) en de artikelen 16, eerste lid, 17, eerste lid, tweede streepje en 19, 2°, a), KB Uitzonderlijke Voertuigen: het be-streden vonnis veroordeelt de eiseres 2 voor de telastleggingen H, I en J ten on-rechte tot een geldboete van 500,00 euro, te vermeerderen met opdeciemen; deze overtredingen zijn door het KB Overtredingen per graad niet aangewezen als overtredingen die strafbaar zijn met een geldboete van meer dan 250,00 euro; wanneer een rechtspersoon meerdere overtredingen van de eerste of tweede graad begaat die door de rechter wegens de eenheid van opzet als één feit worden beschouwd, dan kan de bestraffing van dat collectief misdrijf niet meer bedragen dan 250,00 euro.
  11. De eiseres 2 wordt schuldig verklaard aan inbreuken op de artikelen 16, eerste lid, 17, eerste lid, tweede streepje en 19, 2°, KB Uitzonderlijke Voertui-gen, strafbaar gesteld overeenkomstig artikel 29, § 2, eerste lid, Wegverkeers-wet. Krachtens artikel 29, § 2, eerste lid, Wegverkeerswet zijn overtredingen van de reglementen, uitgevaardigd op grond van deze wet die door het KB Overtreding per graad niet zijn aangewezen als overtredingen van de tweede, derde en vierde graad, overtredingen van de eerste graad die worden gestraft met een geldboete van 10,00 tot 250,00 euro. Artikel 41bis, § 1, Strafwetboek bepaalt dat wanneer de wet op het feit enkel een geldboete stelt de geldboete voor de rechtspersoon voor dit misdrijf gelijk is aan het minimum en maximum als door de wet op het feit gesteld. Uit die bepalingen volgt dat voor overtredingen als bedoeld door artikel 29, § 2, eerste lid, Wegverkeerswet de maximumgeldboete die aan een rechtspersoon kan worden opgelegd 250,00 euro bedraagt.
  12. Het bestreden vonnis dat, na te hebben vastgesteld dat de feiten van de te-lastleggingen H, I en J zich vermengen tot één feit, de eiseres 2 veroordeelt tot een geldboete van 500,00 euro, verantwoordt deze beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Omvang van de cassatie
  13. De vernietiging van de aan de eiseres 2 voor de telastleggingen H, I en J opgelegde bestraffing met inbegrip van haar veroordeling tot een bijdrage aan het Slachtofferfonds laat haar schuldigverklaring aan deze feiten onaangetast. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het de eiseres 2 voor de telastleggin-gen H, I en J veroordeelt tot straf en een bijdrage aan het Slachtofferfonds. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de eiser 1 tot de helft van de kosten van de cassatieberoepen. Veroordeelt de eiseres 2 tot een vierde van de kosten van de cassatieberoepen. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 193,60 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Antoine Lievens en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 3 september 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190903.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.