id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 september 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190903.2 Rolnummer: P.19.0141.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2019-09-05 Raadplegingen: 261 - laatst gezien 2026-06-28 06:31 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Behoudens daartoe strekkende conclusie vereisen de artikelen 6 en 8 EVRM, artikel 14 IVBPR en artikel 149 Grondwet, alsmede de motiveringsverplichting en het recht op eerbiediging van het gezinsleven niet dat de jeugdrechter die aan een ouder in het belang van het kind een contactverbod oplegt, uitdrukkelijk zou motiveren dat die maatregel voldoet aan de in artikel 8 EVRM bepaalde voorwaarden of zou aangeven dat de bescherming van de minderjarige niet kan worden bereikt met een minder verdergaande maatregel. Thesaurus CAS: JEUGDBESCHERMING Vrije woorden: Jeugdrechter - Oplegging van contactverbod aan een ouder in het belang van het kind - Geen conclusie - Motivering - Wijze Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - GEEN CONCLUSIE - Allerlei Vrije woorden: Jeugdrechter - Oplegging van contactverbod aan een ouder in het belang van het kind - Motivering - Wijze Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0141.N M T, vader van de minderjarige, eiser, met als raadsman mr. Tanja Smit, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 222, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, jeugdkamer, van 17 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 6 en 8 EVRM, artikel 14 IVBPR en artikel 149 Grondwet, alsmede miskenning van de motiveringsver-plichting en het recht op eerbiediging van het gezinsleven: het arrest bevestigt het door het beroepen vonnis opgelegde contactverbod, waardoor de omgang van de eiser met zijn kind wordt geweigerd en er een inmenging in het gezinsleven is; deze inmenging is slechts geoorloofd wanneer aan de voorwaarden van artikel 8 EVRM wordt voldaan; het arrest geeft geen redenen op die het contactverbod verantwoorden en die een inmenging in het gezinsleven rechtvaardigen; daardoor is het arrest ook niet of minstens onnauwkeurig gemotiveerd; door te verwijzen naar verouderde verslagen motiveert het arrest haar beslissing gebrekkig.
- Behoudens daartoe strekkende conclusie vereisen de in het middel vermel-de bepalingen niet dat de jeugdrechter die aan een ouder in het belang van het kind een contactverbod oplegt, uitdrukkelijk zou motiveren dat die maatregel voldoet aan de in artikel 8 EVRM bepaalde voorwaarden of zou aangeven dat de bescherming van de minderjarige niet kan worden bereikt met een minder ver-dergaande maatregel. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- In zoverre de schending van artikel 8 EVRM en de miskenning van het recht op een gezinsleven is afgeleid uit de vergeefs aangevoerde miskenning van de motiveringsverplichting, is het middel niet ontvankelijk.
- In zoverre het middel aanvoert dat het arrest steunt op gedateerde versla-gen verplicht het tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegd-heid heeft en is het bijgevolg eveneens niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Antoine Lievens en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 3 september 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190903.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div