← België

V. contra AMLIN EUROPE nv

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 september 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190905.3 Rolnummer: C.18.0302.N Zaak: V. contra AMLIN EUROPE nv Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-10-01 Raadplegingen: 1536 - laatst gezien 2026-06-29 08:44 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De rechter beoordeelt onaantastbaar of een contractuele verbintenis een inspannings- of resultaatsverbintenis uitmaakt; het Hof kan enkel nagaan of de rechter uit de feiten die hij vaststelt, geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord. Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Contractuele verbintenis - Inspannings- of resultaatsverbintenis - Wijze Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Onaantastbare beoordeling door feitenrechter Vrije woorden: Contractuele verbintenis - Inspannings- of resultaatsverbintenis - Wijze Fiches 3 - 4 Het voorwerp van de vordering is het feitelijke resultaat dat de eiser met zijn vordering beoogt; de rechter die gevat door een vordering tot vergoeding van de schade ingevolge een niet verworven voordeel of een geleden nadeel, vergoeding toekent voor het verlies van een kans op het verwerven van dit voordeel of het vermijden van dit nadeel wijzigt het voorwerp van de vordering niet; hij is ertoe gerechtigd met eerbiediging van het recht van verdediging

(1).
(1)Cass. 14 december 2017, AR C.16.0296.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171214.5, AC 2017, nr. 713, met concl. van advocaat-generaal Vanderlinden. Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: Voorwerp van de vordering - Begrip - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1138, 2° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Algemeen rechtsbeginsel inzake het recht van verdediging Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - BURGERLIJKE ZAKEN Vrije woorden: Voorwerp van de vordering - Begrip - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1138, 2° - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Algemeen rechtsbeginsel inzake het recht van verdediging Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor Belgisch Burgerlijk Recht [TBBR] - 2020, nr. 9, p. 520-
  1. - SCHOUTEDEN, Michelle; Noot'Ziekenhuisinfecties: niet alleen een medische, maar ook een juridische doorn in het oog van de patiënt' Tijdschrift voor Gezondheidsrecht [T.Gez.] - 2020-21, afl. 1, p. 5-
  2. - LEMMENS, Christophe; Noot'Het Hof van Cassatie komt tussen in de aanhoudende discussie over de kwalificatie van de verbintenis van een zorgverlener om ziekenhuisinfecties te vermijden: lang leve de inspa Nieuw Juridisch Weekblad [N.J.W.] - 2020, nr. 415, p. 78-79 - AUVRAY, Françoise; RONSIJN, Karen; Noot'Verlies van een kans en het beschikkingsbeginsel' De Juristenkrant [Juristenkrant] - 2019, nr. 395, p.
  3. - DE KEZEL, Evelien; Noot'Infectie met ziekenhuisbacterie: zonder duidelijke fout ziekenhuis geen schadevergoeding' JLMB-Revue de jurisprudence de Liège, Mons et Bruxelles - 2020, n° 23, p. 1068-
  4. - GENICOT, Gilles; Note'Infections nosocomiales: une première approche stricte de la Cour de cassation' Tekst van de beslissing Nr. C.18.0302.N
  5. P.V.,
  6. NATIONAAL VERBOND VAN SOCIALISTISCHE MUTUALITEITEN, met zetel te 1000 Brussel, Sint-Jansstraat 32-38, eisers, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
  7. AMLIN EUROPE nv, met zetel te 1030 Schaarbeek, Koning Albert II laan 37,
  8. KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN, met zetel te 3000 Leuven, Oude Markt 13, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 8 november
  9. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel Eerste en tweede subonderdeel
  10. De rechter beoordeelt onaantastbaar of een contractuele verbintenis een inspannings- of resultaatsverbintenis uitmaakt. Het Hof kan enkel nagaan of de rechter uit de feiten die hij vaststelt, geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.
  11. De appelrechter stelt vast en oordeelt dat: - de eisers van oordeel zijn dat er ten aanzien van nosocomiale infecties een veiligheidsresultaatsverbintenis bestaat in hoofde van de zorgverstrekker en het ziekenhuis; - de eisers stellen dat de resultaatsverbintenis en dus de wil om de gevolgen van een nosocomiale infectie ten laste van het ziekenhuis te leggen, minstens voortvloeit uit de impliciete, doch zekere wil van de partijen, waarbij zij opmerken dat rekening moet worden gehouden met het feit dat het risico op een nosocomiale infectie geen therapeutisch risico is, maar wel een risico zonder verband met de initiële kwaal van de patiënt, dat enkel bestaat omdat de patiënt in een ziekenhuis werd verzorgd; - de eisers bovendien erop wijzen dat het ziekenhuis geen enkele informatie heeft gegeven en dat, wanneer een contractpartij ervoor opteert om geen enkele belangrijke informatie betreffende aanwezige risico’s te geven aan de andere contractpartij, maar toch een zorgcontract afsluit, moet geoordeeld worden dat impliciet maar zeker partijen zijn overeengekomen in het kader van het zorgcontract dat juridisch het risico verbonden aan het oplopen van een nosocomiale infectie, zou gedragen worden door het ziekenhuis; - de vraag rijst of de accessoire verbintenis van de arts of het ziekenhuis met betrekking tot het vermijden van nosocomiale infecties een inspannings- dan wel een resultaatsverbintenis is; - niet is aangetoond dat het ziekenhuis een absolute veiligheid heeft gegarandeerd; - hierdoor op zoek moet worden gegaan naar de impliciete gemeenschappelijke bedoeling van de partijen; - het hoofdcriterium daarbij het al dan niet aleatoir karakter van het resultaat betreft; - uit een prevalentiestudie inzake nosocomiale infecties in België van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg
(2008)blijkt dat 6,2 pct. van alle ziekenhuispatiënten kampen met een nosocomiale infectie; - door het nemen van maatregelen gericht op optimalisatie van de ziekenhuishygiëne ongeveer 30 pct. van deze infecties zou kunnen worden voorkomen; - de logische gevolgtrekking is dat zo’n 70 pct. van de nosocomiale infecties niet te vermijden is, alle maatregelen gericht op optimalisatie van de ziekenhuishygiëne ten spijt; - gelet op het aleatoir karakter van het resultaat de verbintenis van het ziekenhuis met betrekking tot het vermijden van nosocomiale infecties moet gekwalificeerd worden als een inspanningsverbintenis.
  1. Met deze redenen verwerpt en beantwoordt de appelrechter het verweer van de eisers dat de verbintenis tot het vermijden van nosocomiale infecties een resultaatsverbintenis is en is de beslissing naar recht verantwoord. De subonderdelen kunnen niet worden aangenomen. Derde subonderdeel
  2. Krachtens artikel 1349 Burgerlijk Wetboek zijn vermoedens gevolgtrekkingen die de wet of de rechter afleidt uit een bekend feit om te besluiten tot een onbekend feit.
  3. Hoewel de rechter de feiten die hij als feitelijke vermoedens beschouwt op onaantastbare wijze vaststelt en de wet aan het oordeel en het beleid van de rechter overlaat welke gevolgtrekkingen hij als feitelijk vermoeden daaruit maakt, toetst het Hof niettemin of de rechter het rechtsbegrip feitelijk vermoeden niet heeft miskend en meer bepaald of hij uit de aldus gedane vaststellingen geen gevolg heeft getrokken dat daarmee geen verband houdt, dan wel op grond daarvan onmogelijk te verantwoorden is.
  4. De appelrechter stelt vast dat: - uit een prevalentiestudie inzake nosocomiale infecties in België van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg
(2008)blijkt dat 6,2 pct. van alle ziekenhuispatiënten kampen met een nosocomiale infectie; - door het nemen van maatregelen gericht op optimalisatie van de ziekenhuishygiëne ongeveer 30 pct. van deze infecties zou kunnen worden voorkomen; - de logische gevolgtrekking is dat zo’n 70 pct. van de nosocomiale infecties niet te vermijden is, alle maatregelen gericht op optimalisatie van de ziekenhuishygiëne ten spijt.
  1. Uit deze vaststellingen kon de appelrechter, zonder het rechtsbegrip feitelijk vermoeden te miskennen, afleiden dat het resultaat van de verbintenis van het ziekenhuis met betrekking tot het vermijden van nosocomiale infecties een aleatoir karakter had. In zoverre het subonderdeel schending van de artikelen 1349 en 1353 Burgerlijk Wetboek aanvoert, kan het niet worden aangenomen.
  2. Voor het overige is het subonderdeel afgeleid, mitsdien niet ontvankelijk. (…) Derde onderdeel
  3. Het voorwerp van de vordering is het feitelijke resultaat dat de eiser met zijn vordering beoogt. De rechter die gevat door een vordering tot vergoeding van de schade ingevolge een niet verworven voordeel of een geleden nadeel, vergoeding toekent voor het verlies van een kans op het verwerven van dit voordeel of het vermijden van dit nadeel, wijzigt het voorwerp van de vordering niet. Hij is ertoe gerechtigd met eerbiediging van het recht van verdediging.
  4. De appelrechter die oordeelt dat “het verlies van een kans een afzonderlijke schadepost [vormt], waarvoor de [eisers] geen vergoeding vorderen” en de vordering van de eisers om die reden als ongegrond afwijst, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. (…) Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre het oordeelt dat de verbintenis van het ziekenhuis met betrekking tot het vermijden van nosocomiale infecties geen resultaatsverbintenis maar een inspanningsverbintenis is en dat het causaal verband niet is aangetoond tussen het niet-treffen van voldoende voorzorgsmaatregelen en de werkelijk geleden schade. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh, Antoine Lievens en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 5 september 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190905.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240118.1N.5 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250328.1N.8 precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171214.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.