← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190905.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 september 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190905.4 Rolnummer: C.18.0463.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Familierecht - Constitutioneel recht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2019-10-01 Raadplegingen: 799 - laatst gezien 2026-06-29 08:36 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190905.4 Fiche 1 Met " voordelen " in de zin van de artikelen 299 (oud en nieuw) en 300 Burgerlijk Wetboek worden bedoeld, enerzijds, alle schenkingen tussen echtgenoten en, anderzijds, de huwelijksvoordelen die tegelijk overlevingsrechten zijn; het beding in een huwelijkscontract met scheiding van goederen volgens hetwelk iedere echtgenoot titularis is van een vordering die hem, bij de ontbinding van het huwelijk, recht geeft op een aandeel in de aanwinsten van het vermogen van de mede-echtgenoot, verleent geen huwelijksvoordeel dat tegelijk een overlevingsrecht is in de zin van deze artikelen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ECHTSCHEIDING EN SCHEIDING VAN TAFEL EN BED - GEVOLGEN T.A.V. DE PERSONEN - T.a.v. de echtgenoten Vrije woorden: Beding in een huwelijkscontract met scheiding van goederen - Echtgenoot tegen wie de echtscheiding wordt toegestaan - Verlies van voordelen - Begrip - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 299, oud en nieuw, en 300 Fiches 2 - 3 Een nieuwe wet is in beginsel niet alleen van toepassing op toestanden die na haar inwerkingtreding ontstaan, maar ook op de toekomstige gevolgen van de onder de vroegere wet ontstane toestand, die zich voordoen of voortduren onder vigeur van de nieuwe wet, voor zover die toepassing geen afbreuk doet aan reeds onherroepelijk vastgestelde rechten; inzake overeenkomsten blijft de oude wet van toepassing op de toekomstige gevolgen, tenzij de nieuwe wet van openbare orde of van dwingend recht is of uitdrukkelijk de toepassing ervan oplegt op de lopende overeenkomsten; de regels betreffende de echtscheiding betreffen een wettelijk statuut met openbare orde karakter waarvan de gevolgen vermogensrechtelijk doorwerken
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Vrije woorden: Nieuwe wet - Toepassing in de tijd - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 2 Wet - 27-04-2007 - Art. 42 - 00 ELI link Pub nr 2007009493 Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - ALGEMENE BEGRIPPEN Vrije woorden: Werking in de tijd - Toepassing - Voorwaarde - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 2 Wet - 27-04-2007 - Art. 42 - 00 ELI link Pub nr 2007009493 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0463.N P.V., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen K.M, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 3 mei
  1. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft op 3 juli 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (...) Tweede onderdeel
  2. Overeenkomstig artikel 299 Burgerlijk Wetboek, zoals van toepassing vóór de wijziging ervan door artikel 5 van de wet van 27 april 2007 betreffende de hervorming van de echtscheiding (hierna: artikel 299 (oud) Burgerlijk Wetboek), verliest, behalve in geval van onderlinge toestemming, de echtgenoot tegen wie de echtscheiding, op welke grond ook, wordt toegestaan, alle voordelen die de andere echtgenoot hem, hetzij bij hun huwelijkscontract, hetzij sinds het aangaan van het huwelijk, verleend heeft. Overeenkomstig artikel 300 Burgerlijk Wetboek, zoals van toepassing vóór de opheffing ervan door artikel 6 van de Wet van 27 april 2007 betreffende de her-vorming van de echtscheiding, behoudt de echtgenoot die de echtscheiding ver-kregen heeft de voordelen hem door de andere echtgenoot verleend, ook al waren die wederkerig bedongen en al heeft geen wederkerigheid plaats. Overeenkomstig artikel 299 Burgerlijk Wetboek, zoals van toepassing na de wij-ziging ervan door artikel 5 van de wet van 27 april 2007 betreffende de hervor-ming van de echtscheiding en vóór de wijziging ervan bij wet van 22 juli 2018 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en diverse andere bepalingen wat het huwelijksvermogensrecht betreft en tot wijziging van de wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse bepalingen ter zake (hierna: artikel 299 (nieuw) Bur-gerlijk Wetboek), verliezen de echtgenoten, behoudens overeenkomst in tegen-overgestelde zin, alle voordelen die ze elkaar bij huwelijksovereenkomst en sinds het aangaan van het huwelijk hebben toegekend.
  3. Met ‘voordelen' in de zin van de voornoemde artikelen worden bedoeld, enerzijds, alle schenkingen tussen echtgenoten en, anderzijds, de huwelijksvoor-delen die tegelijk overlevingsrechten zijn. Het beding in een huwelijkscontract met scheiding van goederen volgens het-welk iedere echtgenoot titularis is van een vordering die hem, bij de ontbinding van het huwelijk, recht geeft op een aandeel in de aanwinsten van het vermogen van de mede-echtgenoot, verleent geen huwelijksvoordeel dat tegelijk een over-levingsrecht is in de zin van deze artikelen.
  4. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de partijen door middel van voormeld beding in hun huwelijkscontract de artikelen 299 (oud en nieuw) en 300 Burgerlijk Wetboek louter hebben bevestigd, berust het op een onjuiste rechtsopvatting. Het onderdeel faalt in zoverre naar recht.
  5. De overige aangevoerde wetsschendingen zijn afgeleid van de vergeefs aangevoerde schending van de artikelen 299 (oud en nieuw) en 300 Burgerlijk Wetboek. In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk. (...) Vierde onderdeel
  6. Krachtens artikel 42 van de wet van 27 april 2007 betreffende de hervor-ming van de echtscheiding is artikel 299 (nieuw) Burgerlijk Wetboek in werking getreden op 1 september
  7. Krachtens artikel 2 Burgerlijk Wetboek beschikt de wet alleen voor het toeko-mende en heeft zij geen terugwerkende kracht.
  8. Een nieuwe wet is in beginsel niet alleen van toepassing op toestanden die na haar inwerkingtreding ontstaan, maar ook op de toekomstige gevolgen van de onder de vroegere wet ontstane toestand, die zich voordoen of voortduren onder vigeur van de nieuwe wet, voor zover die toepassing geen afbreuk doet aan reeds onherroepelijk vastgestelde rechten. Inzake overeenkomsten blijft de oude wet van toepassing op de toekomstige ge-volgen, tenzij de nieuwe wet van openbare orde of van dwingend recht is of uit-drukkelijk de toepassing ervan oplegt op de lopende overeenkomsten. De regels betreffende de echtscheiding betreffen een wettelijk statuut met open-bare orde karakter waarvan de gevolgen vermogensrechtelijk doorwerken.
  9. Aldus kan de uitsluitingsgrond bepaald in het beding van het huwelijkscon-tract van de partijen van 13 juli 1996 dat bepaalt dat iedere echtgenoot titularis is van een vordering die hem bij de ontbinding van het huwelijk recht geeft op een aandeel in de aanwinsten van het vermogen van de mede-echtgenoot, volgens welke voornoemde vordering niet kan worden uitgeoefend door ‘de echtgenoot tegen wie de echtscheiding' werd uitgesproken, waarmeer wordt gealludeerd op het foutbegrip onder artikel 299 (oud) Burgerlijk Wetboek, geen toepassing vin-den in het kader van een echtscheiding uitgesproken na 1 september
  10. Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 1.128,79 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 5 september 2019 uitgesproken door sectievoor-zitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190905.4 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190905.4 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260326.1N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.