← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190924.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 september 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190924.2 Rolnummer: P.19.0341.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2019-09-25 Raadplegingen: 669 - laatst gezien 2026-06-29 03:49 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 4, eerste lid, Voorafgaande titel Wetboek van Strafvordering en het beginsel 'Le criminel tient le civil en état' zijn alleen van toepassing op de behandeling van een burgerlijke rechtsvordering voor de burgerlijke rechter. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: Artikel 4 van de Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering - Strafklacht met burgerlijke partijstelling - Adagium 'Le criminel tient le civil en état' - Draagwijdte - Gevolg Fiche 2 De omstandigheid dat een beklaagde voorhoudt dat niet hij maar een ander de hem verweten feiten heeft gepleegd en hij een klacht met burgerlijke partijstelling heeft ingediend wegens identiteitsdiefstal verplicht de strafrechter niet de behandeling van de bij hem aanhangige zaak uit te stellen tot de afhandeling van de klacht met burgerlijke partijstelling; het staat aan de rechter te oordelen in welke mate de resultaten van het onderzoek opgestart ingevolge de klacht met burgerlijke partijstelling noodzakelijk zijn voor de waarheidsvinding in het bij hem aanhangige dossier

(1).
(1)Cass. 6 oktober 2010, AR P.09.0635.F ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101006.5, AC 2010, nr. 577 met concl. van advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH op datum in Pas.
  1. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: Betwisting van de feiten door een strafklacht met burgerlijke partijstelling wegens identiteitsdiefstraf - Beletsel tegen de berechting van de zaak - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0341.N J B, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Laura Severin, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Neder-landstalige correctionele rechtbank Brussel van 6 maart
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel le cri-minel tient le civil en état: het bestreden vonnis weigert ten onrechte de zaak uit te stellen in afwachting van het strafrechtelijk onderzoek gevoerd ingevolge zijn klacht met burgerlijkepartijstelling wegens identiteitsdiefstal.
  4. Artikel 4, eerste lid, Voorafgaande titel Wetboek van Strafvordering en het door het middel vermelde beginsel zijn alleen van toepassing op de behandeling van een burgerlijke rechtsvordering voor de burgerlijke rechter. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  5. De omstandigheid dat een beklaagde voorhoudt dat niet hij maar een ander de hem verweten feiten heeft gepleegd en hij een klacht met burgerlijkepartij-stelling heeft ingediend wegens identiteitsdiefstal verplicht de strafrechter niet de behandeling van de bij hem aanhangige zaak uit te stellen tot de afhandeling van de klacht met burgerlijkepartijstelling. Het staat aan de rechter te oordelen in welke mate de resultaten van het onderzoek opgestart ingevolge de klacht met burgerlijke partijstelling noodzakelijk zijn voor de waarheidsvinding in het bij hem aanhangige dossier. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. Tweede middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 744, eerste lid en 780 Gerechtelijk Wetboek: het bestreden vonnis beantwoordt niet eisers verzoek de zaak uit te stellen in afwachting van de afloop van het ge-rechtelijk onderzoek naar de feiten van valse naamdracht; hij had dit verzoek ge-formuleerd nadat hij kennis had genomen van het proces-verbaal waarin werd verklaard dat hij de bestuurder was van het voertuig op het ogenblik van de fei-ten, maar dat alleen maar was opgesteld op basis van mondelinge verklaringen en nooit werd bevestigd door een objectief element.
  7. Artikel 780, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek is niet van toepassing in strafzaken. In zoverre faalt het middel naar recht.
  8. Het bestreden vonnis oordeelt dat: - de verbalisanten op het ogenblik van de feiten hebben vastgesteld dat het voertuig met nummerplaat 1GNA945 is ingeschreven op naam van de bvba Trans Car Limousine; - de eiser zich voorstelt als bestuurder van het voertuig en uit verschillende do-cumenten blijkt dat hij op het ogenblik van de feiten aandeelhouder en zaak-voerder is van de bvba Trans Car Limousine; - op basis van deze elementen de verbalisanten met de vereiste zekerheid kon-den vaststellen dat de eiser de bestuurder was van het voertuig; - de eiser, gelet op de voorgaande elementen, het niet aannemelijk maakt dat hij het slachtoffer zou zijn geweest van een valse naamdracht; - hij vergeefs aanvoert ontslag te hebben genomen als zaakvoerder van de ven-nootschap op 30 september 2015, daar dit ontslag dateert van meer dan twee maanden na de feiten; - het feit dat de eiser meer dan drie jaar na de feiten alsnog een klacht met bur-gerlijke partijstelling zou hebben neergelegd bij de onderzoeksrechter geen afbreuk doet aan deze vaststellingen. Met deze redenen beantwoordt het bestreden vonnis het bedoelde verweer. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 24 september 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190924.2 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20101006.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.