← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190924.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 september 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190924.3 Rolnummer: P.19.0387.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2019-09-25 Raadplegingen: 277 - laatst gezien 2026-06-28 06:35 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 4 Geen enkele bepaling van het Decreet Personenvervoer over de Weg verwijst naar artikel 69bis Wegverkeerswet dat voor de inbreuken op die wet, in geval van gebrek aan betaling van de door de rechter opgelegde geldboete binnen de wettelijke termijn, toelaat in de plaats van een vervangende gevangenisstraf, een vervangend rijverbod op te leggen, zodat die bepaling niet van toepassing is voor de inbreuken op dit Decreet. Thesaurus CAS: VERVOER - PERSONENVERVOER Vrije woorden: Decreet Personenvervoer over de Weg - Artikelen 29, § 3, 42, § 1, 4° en 63, § 1, 10° - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 20-04-2001 - Artt. 29, § 3, 42, § 1, 4°, en 63, § 1, 10° - 45 ELI link Pub nr 2001035930 Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 69 - Artikel 69bis Vrije woorden: Vervangend rijverbod - Decreet Personenvervoer over de Weg - Artikelen 29, § 3, 42, § 1, 4° en 63, § 1, 10° - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 20-04-2001 - Artt. 29, § 3, 42, § 1, 4°, en 63, § 1, 10° - 45 ELI link Pub nr 2001035930 Thesaurus CAS: STRAF - GELDBOETE EN OPDECIEMEN Vrije woorden: Niet betaling van de geldboete - Decreet Personenvervoer over de Weg - Artikelen 29, § 3, 42, § 1, 4° en 63, § 1, 10° - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 20-04-2001 - Artt. 29, § 3, 42, § 1, 4°, en 63, § 1, 10° - 45 ELI link Pub nr 2001035930 Thesaurus CAS: STRAF - VERVANGENDE GEVANGENISSTRAF Vrije woorden: Decreet Personenvervoer over de Weg - Artikelen 29, § 3, 42, § 1, 4° en 63, § 1, 10° - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 20-04-2001 - Artt. 29, § 3, 42, § 1, 4°, en 63, § 1, 10° - 45 ELI link Pub nr 2001035930 Tekst van de beslissing Nr. P.19.0387.N A O, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Özgür Balci, advocaat bij de balie Gent, met kantoor te 9040 Gent, Antwerpsesteenweg 576, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctio-nele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 26 maart

  1. De eiser voert in een memorie grieven aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de memorie
  2. Volgens artikel 429, tweede lid, Wetboek van Strafvordering mag de eiser in cassatie na verloop van twee maanden die volgen op de verklaring van cassa-tieberoep, geen memories of stukken meer indienen, met uitzondering van akten van afstand of hervatting van het geding, akten waaruit blijkt dat het cassatiebe-roep doelloos is geworden en noten bedoeld in artikel 1107 Gerechtelijk Wet-boek.
  3. Eisers memorie, gedateerd op 7 juni 2019, werd ontvangen ter griffie van het Hof op woensdag 12 juni 2019, dit is buiten de vermelde termijn van twee maanden na het instellen van het cassatieberoep op 8 april
  4. De memorie is bijgevolg laattijdig en dus niet ontvankelijk. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 40 Strafwetboek; - artikel 69bis Wegverkeerswet; - de artikelen, 29, § 3, 42, § 1, 4° en 63, § 1, 10°, van het decreet van het Vlaams Par-lement van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg (hierna Decreet Personenvervoer over de Weg).
  5. Het bestreden vonnis verklaart de eiser schuldig aan de in artikelen 29, § 3, en 42, § 1, 4°, Decreet Personenvervoer over de Weg bepaalde overtreding, die volgens artikel 63, § 1, 10°, van dit decreet wordt gestraft met een gevangenis-straf en geldboete of een van die straffen alleen. Overeenkomstig artikel 63, § 3, Decreet Personenvervoer over de Weg zijn de bepalingen van boek I Strafwet-boek op dit misdrijf van toepassing.
  6. Artikel 40 Strafwetboek bepaalt dat bij gebreke van betaling binnen de twee maanden te rekenen van het arrest of van het vonnis, indien het op tegen-spraak, of te rekenen van de betekening indien het bij verstek is gewezen, de geldboete kan worden vervangen door een gevangenisstraf waarvan de duur de drie maanden niet zal te boven gaan voor hen die wegens een wanbedrijf zijn veroordeeld.
  7. Geen enkele bepaling van het Decreet Personenvervoer over de Weg ver-wijst naar artikel 69bis Wegverkeerswet dat voor de inbreuken op die wet, in ge-val van gebrek aan betaling van de door de rechter opgelegde geldboete binnen de wettelijke termijn, toelaat in de plaats van een vervangende gevangenisstraf, een vervangend rijverbod op te leggen, zodat die bepaling op het hier bedoelde misdrijf niet van toepassing is.
  8. Het bestreden vonnis verklaart de eiser schuldig aan het voormelde mis-drijf en veroordeelt hem daarvoor tot een geldboete vervangbaar bij gebreke van betaling binnen de wettelijke termijn door een rijverbod van 30 dagen. Door een vervangend rijverbod op te leggen en geen vervangende gevangenisstraf, schendt het bestreden vonnis de vermelde wetsbepalingen. Omvang van de cassatie
  9. De onwettigheid van de beslissing over het vervangend rijverbod, tast de wettigheid niet aan van de schuldigverklaring noch van de hoofdstraf en de bij-dragen. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing bevat geen onwettigheden die de eiser kunnen schaden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis enkel in zoverre het de eiser veroordeelt tot een vervangend rijverbod. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot vijf zesden van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, rechtszitting houdende in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 148,06 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Alain Bloch, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 24 september 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190924.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.