← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190926.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 september 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190926.8 Rolnummer: C.19.0086.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2019-11-06 Raadplegingen: 812 - laatst gezien 2026-06-29 03:43 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 1615 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de leveringsplicht zich uitstrekt tot het toebehoren van de zaak; de overdracht strekt zich, behoudens andersluidend beding, aldus ook uit tot de voor overdracht vatbare rechten die zodanig nauw verbonden zijn met de zaak derwijze dat het belang bij die rechten afhankelijk is van de eigendom ervan. Thesaurus CAS: KOOP Vrije woorden: Leveringsplicht - Toebehoren van de zaak - Overdracht - Voor overdracht vatbare rechten - Omvang - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1615 Fiche 2 De vordering tot het vergoeden van schade die de verkoper voor de verkoop heeft geleden, kan niet beschouwd worden als een vordering die in een zodanig verband staat tot het goed dat de verkoper dit recht enkel behoudt zolang hij eigenaar is, tenzij is bedongen dat die vordering aan de koper wordt overgedragen. Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: Vordering tot schadevergoeding - Vóór de verkoop door de verkoper geleden schade - Verband tot het goed - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1615 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.19.0086.N Y.V., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen A.V., verweerster, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, in aanwezigheid van

  1. MARGILLE vzw, met zetel te 8200 Sint-Andries, Zandstraat 10, app. 5, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0424.237.418,
  2. RETAKE bvba, met zetel te 1620 Drogenbos, Langestraat 366, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0478.068.656, in gemeenverklaring opgeroepen partijen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, van 17 oktober
  3. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  4. Artikel 1615 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de leveringsplicht zich uitstrekt tot het toebehoren van de zaak. De overdracht strekt zich, behoudens andersluidend beding, aldus ook uit tot de voor overdracht vatbare rechten die zodanig nauw verbonden zijn met de zaak derwijze dat het belang bij die rechten afhankelijk is van de eigendom ervan.
  5. De appelrechters stellen vast dat: - de eiser en de verweerster destijds beiden mede-eigenaars waren van een onroerend goed; - de verweerster door de vrederechter gemachtigd werd tot een "uitgebreid beheer" van de mede-eigendom; - de verweerster als mede-eigenaar op 1 december 1998 een huurovereenkomst heeft gesloten met de vzw Margille; - de eiser bij dagvaarding van 13 juli 1999 de nietigverklaring heeft gevorderd van de huurovereenkomst; - de rechten van de eiser in de mede-eigendom op 30 maart 2006 ten gevolge van een gedwongen openbare verkoop werden overgedragen aan de bvba Retake; - uit de verkoopsvoorwaarden niet blijkt dat de eiser zich enig "recht of prerogatief verbonden aan het statuut van eigenaar heeft voorbehouden"; - de bvba Retake in het geding met betrekking tot de nietigverklaring van de huurovereenkomst een akte tot gedinghervatting heeft neergelegd als rechtsopvolger van de eiser.
  6. De appelrechters die oordelen dat de eiser "niet langer meer de vereiste hoedanigheid [heeft] om de vordering tot nietigverklaring te stellen" en op die gronden deze vordering van de eiser afwijzen, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.
  7. De vordering tot het vergoeden van schade die de verkoper voor de verkoop heeft geleden, kan niet beschouwd worden als een vordering die in een zodanig verband staat tot het goed dat de verkoper dit recht enkel behoudt zolang hij eigenaar is, tenzij is bedongen dat die vordering aan de koper wordt overgedragen.
  8. Uit de stukken waarop het Hof acht mag slaan, blijkt dat de eiser in zijn appelconclusie heeft gepreciseerd dat zijn vordering tot nietigverklaring van de huurovereenkomst enkel de periode betreft dat hij mede-eigenaar was en dus enkel de periode vóór de verkoop van de mede-eigendom en dat de schade waarvoor hij vergoeding vordert schade betreft die zich reeds vóór de verkoop had voorgedaan en die hij zelf als eigenaar had geleden, meer bepaald schade ten gevolge van de te lage huurprijs die ook nooit werd uitbetaald.
  9. Door de vordering van de eiser tot vergoeding van schade die hij beweert te hebben geleden vóór de verkoop als ongegrond af te wijzen op grond dat die vordering strekt tot een bijkomend rechtsherstel na de nietigverklaring van de huurovereenkomst, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Het middel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het: - de vordering van de eiser ertoe strekkend de verweerster te horen veroordelen tot het betalen van een provisioneel bedrag van 2.000.000 euro afwijst als ongegrond; - oordeelt over de kosten in de verhouding tussen de eiser en de verweerster met betrekking tot het geschil omtrent de nietigverklaring van de huurovereenkomst. Verklaart het arrest bindend voor de in gemeenverklaring opgeroepen partijen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de betwisting daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 26 september 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190926.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CABRL:2024:ARR.20240321.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.