id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 september 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190927.1 Rolnummer: P.19.0971.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2019-10-01 Raadplegingen: 282 - laatst gezien 2026-06-28 06:35 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Het Europees aanhoudingsbevel vormt een autonome titel van vrijheidsberoving; artikel 12 Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat wanneer een persoon wordt aangehouden op grond van een Europees aanhoudingsbevel, het de uitvoerende rechterlijke autoriteit is die beslist of de betrokkene in hechtenis blijft overeenkomstig het recht van de uitvoerende lidstaat en dat die persoon op elk tijdstip overeenkomstig het recht van de uitvoerende lidstaat in voorlopige vrijheid kan worden gesteld., zodat hij die ter uitvoering van het Europees aanhoudingsbevel in de uitvoerende lidstaat is aangehouden, zijn invrijheidstelling niet kan aanvragen in de uitvaardigende lidstaat en dat evenmin kan doen door in de uitvaardigende lidstaat een andere titel van vrijheidsberoving aan te vechten dan het Europees aanhoudingsbevel, ook al is dit bevel ingevolge die andere titel uitgevaardigd
(1)D. FLORE, "Le mandat d'arrêt européen: première mise en oeuvre d'un nouveau paradigme de la justice pénale européenne", JT 2002, p.273-281; B. DEJEMEPPE, "La loi du 19 décembre 2003 relative au mandat d'arrêt européen", JT 2004, p. 112-115; STESSENS, G, "Het Europees aanhoudingsbevel. De Wet van 19 december 2003", RW 2004-05, p. 561-581; D. VANDERMEERSCH, "Le mandat d'arrêt européen et la protection des droits de l' homme", RDP 2005, p. 219-239; D. VAN DAELE, "België en het Europees aanhoudingsbevel: een commentaar bij de Wet van 19 december 2003", T.Strafr. 2005, p. 151-186; A. WINANTS, "De doorwerking van het EU - kaderbesluit inzake overlevering", NC 2006, p. 77-94; H. SANDERS, Het Europees aanhoudingsbevel, Nederlands en Belgisch overleveringsrecht in hoofdlijnen, Mortsel, Intersentia, 2007; B. DEJEMEPPE, "Le mandat d'arrêt européen validé par la Cour de Justice de Luxembourg", JT 2007, p. 450; S. DE WULF, "Europese golven op een strafrechtelijk strand. Het Hof van Justitie en het Europees aanhoudingsbevel", NC 2007, p. 330-347; FRANSSEN, V, "Het Europees aanhoudingsbevel gered, hoera?", RW 2008, p. 1138-1144; S. DE WULF, "Een strafrechtelijk offensief van de Europese Unie. Overzicht van nieuwe regelgevende en jurisprudentiële munitie voor het Europees strafrecht", NC
- p. 155-177; H. SANDERS, Handboek overleveringsrecht Mortsel, Intersentia, 2011; A. WINANTS., "Actuele beschouwingen over het Europees aanhoudingsbevel", in DERUYCK (ed.)., Strafrecht meer ... dan ooit, die Keure, 2011; J. VAN GAEVER, Het Europees aanhoudingsbevel in de praktijk. Kluwer,
- Thesaurus CAS: EUROPEES AANHOUDINGSBEVEL Vrije woorden: Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel - Artikel 12 - Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd door een Belgische overheid - Tenuitvoerlegging in het buitenland - Europees aanhoudingsbevel gebaseerd op een veroordeling bij verstek met onmiddellijke aanhouding - Verzoek tot voorlopige invrijheidstelling - Ontvankelijkheid - Gevolg Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VOORLOPIGE INVRIJHEIDSTELLING Vrije woorden: Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel - Artikel 12 - Europees aanhoudingsbevel - Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd door een Belgische overheid - Tenuitvoerlegging in het buitenland - Europees aanhoudingsbevel gebaseerd op een veroordeling bij verstek met onmiddellijke aanhouding - Verzoek tot voorlopige invrijheidstelling - Ontvankelijkheid - Gevolg Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - ONMIDDELLIJKE AANHOUDING Vrije woorden: Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel - Artikel 12 - Europees aanhoudingsbevel - Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd door een Belgische overheid - Tenuitvoerlegging in het buitenland - Europees aanhoudingsbevel gebaseerd op een veroordeling bij verstek met onmiddellijke aanhouding - Verzoek tot voorlopige invrijheidstelling - Ontvankelijkheid - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0971.N I. A. J., beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Loïc Cerulus, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 13 september
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Bij beschikking van 26 september 2019 heeft de eerste voorzitter van het Hof voor de behandeling bij hoogdringendheid van deze zaak een bijzondere rechts-zitting vastgesteld op 27 september
- Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Het middel voert schending aan van artikel 27, § 2, Voorlopige Hechtenis-wet: het arrest kon niet beslissen dat eisers verzoek tot voorlopige invrijheidstel-ling onontvankelijk is; de eiser voldoet aan de in artikel 27, § 2, Voorlopige Hechteniswet bepaalde voorwaarden, zodat de appelrechters, indien zij van oor-deel waren dat overeenkomstig artikel 12 Kaderbesluit 2002/584/JBZ van 13 juni 2002 betreffende het Europees Aanhoudingsbevel en de procedures van overle-vering tussen de lidstaten (hierna Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel) en-kel de Spaanse gerechtelijke overheden over eisers hechtenis konden beslissen, zij zich onbevoegd hadden moeten verklaren.
- De eiser heeft geen belang bij zijn middel dat aanvoert dat de appelrechters het verzoek niet onontvankelijk hadden mogen verklaren, maar zich wel onbe-voegd hadden moeten verklaren. Het middel is niet ontvankelijk. Tweede middel Eerste onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 8, eerste lid, c), Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel en artikel 33, § 2, Voorlopige Hechteniswet: het ar-rest kan niet oordelen dat het Europees aanhoudingsbevel een autonome titel is; dit bevel vereist een legitieme grond; de titel op grond waarvan het Europees aanhoudingsbevel werd verleend, heeft ingevolge de wijziging door artikel 7 van de wet van 21 december 2017 tot wijziging van diverse bepalingen met het oog op de invoering van een beveiligingsperiode en tot wijziging van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis voor wat de onmiddellijke aan-houding betreft (hierna wet van 21 december 2017) geen wettelijke grondslag meer; de strafdrempel voor een onmiddellijke aanhouding werd immers opge-trokken van één tot drie jaar en de eiser werd met het vonnis van 27 juni 2014, dat zijn onmiddellijke aanhouding heeft bevolen, slechts veroordeeld tot een ge-vangenisstraf van twee jaar.
- Het Europees aanhoudingsbevel vormt een autonome titel van vrijheidsbe-roving. Artikel 12 Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat wanneer een persoon wordt aangehouden op grond van een Europees aanhoudingsbevel, het de uitvoerende rechterlijke autoriteit is die beslist of de betrokkene in hech-tenis blijft overeenkomstig het recht van de uitvoerende lidstaat en dat die per-soon op elk tijdstip overeenkomstig het recht van de uitvoerende lidstaat in voor-lopige vrijheid kan worden gesteld.
- Hieruit volgt dat hij die ter uitvoering van het Europees aanhoudingsbevel in de uitvoerende lidstaat is aangehouden, zijn invrijheidstelling niet kan aan-vragen in de uitvaardigende lidstaat. Hij kan dat evenmin doen door in de uit-vaardigende lidstaat een andere titel van vrijheidsberoving aan te vechten dan het Europees aanhoudingsbevel, ook al is dit bevel ingevolge die andere titel uit-gevaardigd. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Het arrest stelt vast dat de eiser bij verstekvonnis van 27 juni 2014 werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar, met dit vonnis zijn onmiddel-lijke aanhouding werd bevolen, op grond van dat bevel een Europees aanhou-dingsbevel werd uitgevaardigd en ter uitvoering van dit bevel de eiser op 14 au-gustus 2019 in Spanje werd aangehouden. Het oordeelt dat het door de eiser op grond van artikel 27, § 2, Voorlopige Hechteniswet ingediende verzoek tot voor-lopige invrijheidstelling van de in Spanje aangehouden eiser niet in België kan worden ingediend, het bevel tot onmiddellijke aanhouding evenmin kan worden aangevochten en eisers verzoek tot voorlopige invrijheidstelling dan ook onont-vankelijk is. Die beslissing is naar recht verantwoord. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 12 Kaderbesluit Europees Aanhoudingsbevel: het arrest oordeelt ten onrechte dat uit deze bepaling voort-vloeit dat enkel Spanje als uitvoerende lidstaat te beslissen heeft over de invrij-heidstelling van de eiser; de uitvaardigende lidstaat kan te allen tijde een Euro-pees aanhoudingsbevel herroepen.
- Het arrest beslist niet dat België het uitgevaardigde Europees aanhou-dingsbevel niet kan herroepen. Het oordeelt enkel dat België als uitvaardigende lidstaat niet te beslissen heeft over de hechtenis in Spanje middels een in België overeenkomstig artikel 27, § 2, Voorlopige Hechteniswet ingediend verzoek tot voorlopige invrijheidstelling en dat in die procedure evenmin het bevel tot on-middellijke aanhouding dat de grondslag vormt voor het Europees aanhoudings-bevel kan worden aangevochten. Het onderdeel dat berust op een onjuiste lezing van het arrest, mist feitelijke grondslag. Derde middel
- Het middel voert schending aan van artikel 7 EVRM, artikel 33, § 2, Voor-lopige Hechteniswet en artikel 7 van de wet van 21 december 2017: het arrest oordeelt ten onrechte dat een onmiddellijke aanhouding die werd bevolen zonder te voldoen aan de nieuwe en strengere strafdrempel van drie jaar zijn geldings-kracht behoudt; artikel 7 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, is op een dergelijke maatregel van toepassing.
- Het middel is geheel gericht tegen overtollige redenen en kan bijgevolg niet tot cassatie leiden. Het middel is onontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 61,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 27 september 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190927.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div