← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191001.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191001.1 Rolnummer: P.19.0379.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-10-03 Raadplegingen: 559 - laatst gezien 2026-06-28 06:36 Versie(s): Vertaling FR Fiche Een nietigheid wegens schending van de Taalwet Gerechtszaken vóór 9 juni 2018 is gedekt op grond van artikel 40 van deze wet, in zijn versie vóór de vervanging bij artikel 5 van de wet van 25 mei 2018, dat bepaalde dat elk niet zuiver voorbereidend vonnis of arrest dat op tegenspraak is gewezen, de nietigheid dekt van het exploot en van de overige akten van rechtspleging die het vonnis of het arrest zijn voorafgegaan

(1).
(1)Art. 40 Taalwet Gerechtszaken zoals van toepassing vóór de wijziging bij wet 25 mei 2018, art. 5, in werking getreden op 9 juni
  1. Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - Vonnissen en arresten. Nietigheden - Strafzaken Vrije woorden: Nietigheid - Dekking - Grens Wettelijke bepalingen: Wet - 15-06-1935 - Art. 40 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0379.N J. M., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Wiet Goris, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Neder-landstalige correctionele rechtbank Brussel van 14 maart
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van de artikelen 11 en 40 Taalwet Ge-rechtszaken: het bestreden vonnis oordeelt dat de eiser geen verklaring heeft af-gelegd zoals bedoeld in artikel 11 Taalwet Gerechtszaken en dat bijgevolg de rechtbank nagaat of het aanvankelijke proces-verbaal kon worden opgesteld in de Franse taal gelet op de noodwendigheden van de zaak; het oordeelt verder dat de verbalisant zich bij afwezigheid van een verklaring van de beklaagde kan laten leiden door objectief vaststelbare gegevens en dat de eiser op het ogenblik van de feiten woonachtig was in Vilvoorde en hij is aangesproken door de verbali-santen en is geïdentificeerd aan de hand van zijn identiteitskaart; daar de eiser Nederlandstalig is, is zijn identiteitskaart in de Nederlandse taal opgesteld; het proces-verbaal van 27 januari 2017 is opgesteld in de Nederlandse taal, gelet op de taalkeuze van de eiser; het aanvankelijke proces-verbaal van 1 februari 2017 betreffende de verkeersinbreuken werd in de Franse taal opgesteld, terwijl de ei-ser Nederlandstalig is, dit proces-verbaal is dus manifest in strijd met de aange-haalde bepalingen.
  4. In zoverre het middel gericht is tegen het aanvankelijke proces-verbaal is het niet gericht tegen het bestreden vonnis en bijgevolg niet ontvankelijk.
  5. Artikel 40, eerste en tweede lid, Taalwet Gerechtszaken, in zijn versie vóór de vervanging bij artikel 5 van de wet van 25 mei 2018 tot vermindering en her-verdeling van de werklast binnen de rechterlijke orde, bepaalt dat de regels van de Taalwet Gerechtszaken zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid en deze nietigheid van ambstwege door de rechter wordt uitgesproken, maar dat elk niet zuiver voorbereidend vonnis of arrest dat op tegenspraak is gewezen, de nietig-heid dekt van het exploot en van de overige akten van rechtspleging die het von-nis of het arrest zijn voorafgegaan. Artikel 40, eerste lid, Taalwet Gerechtszaken, zoals vervangen bij voormeld arti-kel 5 van de wet van 25 mei 2018, bepaalt dat de regels van de Taalwet Ge-rechtszaken zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid, onverminderd de toe-passing van de artikelen 749, 861 en 864 Gerechtelijk Wetboek. Deze bepaling is in werking getreden op 9 juni
  6. Bij arrest nr. 120/2019 van 19 september 2019 heeft het Grondwettelijk Hof arti-kel 40, eerste lid, Taalwet Gerechtszaken zoals vervangen bij artikel 5 van de wet van 25 mei 2018 vernietigd maar de gevolgen van de vernietigde bepaling gehandhaafd ten aanzien van alle toepassingen die ervan zijn gemaakt vóór de bekendmaking van dit arrest in het Belgisch Staatsblad. Uit het voorgaande volgt dat een nietigheid wegens schending van de Taalwet Gerechtszaken vóór 9 juni 2018 gedekt is op grond van artikel 40 van deze wet, in zijn versie vóór de vervanging bij artikel 5 van de wet van 25 mei
  7. Het bestreden vonnis stelt vast dat de eiser pas voor het eerst in hoger be-roep heeft opgeworpen dat het aanvankelijke proces-verbaal van 1 februari 2017 nietig is omdat het in de Franse taal is opgesteld terwijl het beroepen vonnis op tegenspraak werd gewezen. Bijgevolg is de door de eiser aangevoerde nietigheid gedekt overeenkomstig ar-tikel 40, tweede lid, Taalwet Gerechtszaken, zoals van toepassing. Het middel, al was het gegrond, kan niet tot cassatie leiden en is bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Geert Jocqué, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en op de openbare rechtszitting van 1 oktober 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191001.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191001.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.