← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191001.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 01 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191001.2 Rolnummer: P.19.0479.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2019-10-03 Raadplegingen: 787 - laatst gezien 2026-06-28 18:59 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De omstandigheid dat een beklaagde wordt vrijgesproken voor een telastlegging, inbreuk op het Wegverkeersreglement, die het constitutief element van het gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg kan uitmaken van het misdrijf bedoeld in de artikelen 418 en 420 Strafwetboek, belet niet dat de rechter voor dat misdrijf een andere onvoorzichtigheid of een ander gebrek aan voorzorg in aanmerking neemt, zonder dat vereist is dat deze fout het voorwerp uitmaakt van een afzonderlijke telastlegging

(1).
(1)Zie Cass. 16 oktober 2012, AR P.12.0487.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121016.6, AC 2012, nr. 534; Cass. 7 oktober 1997, AR P.96.0628, AC 1997, nr. 391; Cass. 12 mei 1958, AC 1958, nr. 727. Thesaurus CAS: SLAGEN EN VERWONDINGEN. DODEN - ONOPZETTELIJK TOEBRENGEN VAN VERWONDINGEN EN ONOPZETTELIJK DODEN Vrije woorden: Gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg - Grondslag Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 418 en 420 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiche 2 Het wanbedrijf omschreven in de artikelen 418 en 420 Strafwetboek bestaat in een gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg, dat tegelijkertijd de oorzaak kan zijn van slagen of verwondingen en van schade aan goederen; in dat geval is de burgerlijke rechtsvordering tot herstel van de schade aan de goederen een rechtsvordering die op het wanbedrijf is gegrond
(1).
(1)Cass. 22 november 2000, AR P.00.1173.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001122.9, AC 2000, nr.
  1. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: Wanbedrijf van onopzettelijke slagen of verwondingen - Wanbedrijf waarbij zowel verwondingen als schade aan goederen is veroorzaakt - Rechtsvordering tot herstel van de schade aan goederen - Grondslag Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Artt. 418 en 420 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1382 en 1383 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0479.N H. F. L. D. R., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Tom Cielen, advocaat bij de balie Dendermonde, tegen A. D. G., burgerlijke partij, verweerster, met als raadsman mr. Joost Peeters, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctio-nele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 22 februari
  2. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  3. Het bestreden vonnis spreekt de eiser vrij voor de telastlegging B. In zoverre ook tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
  4. Het vonnis beveelt een deskundigenonderzoek alvorens recht te doen over een eventuele beveiligingsmaatregel. In zoverre ook gericht tegen deze beslissing is het cassatieberoep voorbarig, mitsdien evenmin ontvankelijk. Ontvankelijkheid van de memorie van antwoord
  5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de me-morie van antwoord is ter kennis gebracht van de eiser, zoals vereist door artikel 427, vierde lid, Wetboek van Strafvordering. De memorie van antwoord is niet ontvankelijk. Eerste middel
  6. Het middel voert schending aan van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek, de artikelen 418 tot 420 Strafwetboek en de artikelen 3 en 4 Vooraf-gaande Titel Wetboek van Strafvordering: het bestreden vonnis verklaart de eise-res onwettig schuldig aan de telastlegging A, aangezien ze werd vrijgesproken voor de telastlegging B, de enige fout die deze schuldigverklaring mogelijk kan maken.
  7. De omstandigheid dat een beklaagde wordt vrijgesproken voor een telast-legging, inbreuk op het Wegverkeersreglement, die het constitutief element van het gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg kan uitmaken van het misdrijf be-doeld in de artikelen 418 en 420 Strafwetboek, belet niet dat de rechter voor dat misdrijf een andere onvoorzichtigheid of een ander gebrek aan voorzorg in aan-merking neemt, zonder dat vereist is dat deze fout het voorwerp uitmaakt van een afzonderlijke telastlegging. Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. Tweede middel
  8. Het middel voert schending aan van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek, de artikelen 418 tot 420 Strafwetboek en de artikelen 3 en 4 Vooraf-gaande Titel Wetboek van Strafvordering: het arrest veroordeelt de eiseres op grond van de schuldigverklaring voor de telastlegging A tot een schadevergoe-ding voor posten die grotendeels geen verband houden met lichamelijke schade.
  9. Het wanbedrijf omschreven in de artikelen 418 en 420 Strafwetboek be-staat in een gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg, dat tegelijkertijd de oorzaak kan zijn van slagen of verwondingen en van schade aan goederen. In dat geval is de burgerlijke rechtsvordering tot herstel van de schade aan de goederen een rechtsvordering die op het wanbedrijf is gegrond. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Derde middel
  10. Het middel voert schending aan van artikel 1138, 4°, Gerechtelijk Wet-boek, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel non bis in idem: door te oordelen dat naast de bevolen medische en psychologische herstelonder-zoeken tevens een gerechtsdeskundig advies dient verkregen te worden aangaan-de de lichamelijke en geestelijke geschiktheid van de eiseres, legt het bestreden vonnis twee maal dezelfde onderzoeken op.
  11. Het is niet tegenstrijdig, eensdeels, het herstel van het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig dat aan een beklaagde wordt opgelegd wegens een inbreuk op de Wegverkeerswet afhankelijk te maken van het slagen in een medisch en psychologisch onderzoek en, anderdeels, een deskundige aan te stellen met het oog op het desgevallend bevelen van een verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid als bedoeld door ar-tikel 42 Wegverkeerswet. Hoewel beide maatregelen het karakter van een bevei-ligingsmaatregel hebben, zijn zij onderworpen aan andere vereisten, hebben zij een andere finaliteit en zijn ook de gevolgen ervan verschillend. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt in zoverre naar recht.
  12. In zoverre het middel miskenning aanvoert van het algemeen rechtsbegin-sel non bis in idem, is het geheel afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van artikel 1138, 4°, Gerechtelijk Wetboek en bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 84,21 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Geert Jocqué, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en op de openbare rechtszitting van 1 oktober 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191001.2 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191001.1 geciteerd door: ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.123 precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20001122.9 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121016.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.