id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191003.2 Rolnummer: C.17.0558.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-11-14 Raadplegingen: 812 - laatst gezien 2026-06-28 06:36 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191003.2 Fiche Een arbitrale uitspraak kan krachtens artikel 1717, §3, a), iv, Gerechtelijk Wetboek niet worden vernietigd indien de uitspraak tegenstrijdige bepalingen of een tegenstrijdigheid in de motivering bevat, die niet als een louter feitelijke tegenstrijdigheid is te aanzien, die met een afwezigheid van motivering gelijk te stellen is
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARBITRAGE Vrije woorden: Arbitrale uitspraak - Tegenstrijdigheid - Vernietiging - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1717, § 3, a), iv Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.17.0558.N RAAD VOOR ARBITRAGE vzw, met zetel te 1930 Zaventem, Leuven-sesteenweg 613, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
- J.V.,
- G.V., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie,
- V&W CONSTRUCT bvba, met zetel te 3920 Lommel, Christoffel Plantijn-straat 5, verweerster, minstens opgeroepen in gemeen- en bindendverklaring. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 16 mei
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 20 mei 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Artikel 1717, § 2, Gerechtelijk Wetboek, zoals gewijzigd bij wet van 24 juni 2013 tot wijziging van het zesde deel van het Gerechtelijk Wetboek betref-fende de arbitrage, hier van toepassing, bepaalt dat een arbitrale uitspraak slechts kan worden bestreden voor de rechtbank van eerste aanleg, na dagvaarding, en slechts kan worden vernietigd in de in dit artikel genoemde gevallen. Krachtens artikel 1717, § 3, a), iv, Gerechtelijk Wetboek kan de arbitrale uit-spraak slechts worden vernietigd indien de partij die de vordering instelt, het bewijs levert dat de uitspraak niet met redenen omkleed is.
- Uit voormeld artikel 1717, § 3, a), iv, Gerechtelijk Wetboek en de wetsge-schiedenis blijkt dat een arbitrale uitspraak krachtens deze bepaling niet kan worden vernietigd indien de uitspraak tegenstrijdige bepalingen of een tegen-strijdigheid in de motivering bevat, die niet als een louter feitelijke tegenstrij-digheid is te aanzien, die met een afwezigheid van motivering gelijk te stellen is.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de eerste en tweede verweerders aanvoeren dat de arbitrale uitspraak van 7 ju-li 2014 moet worden vernietigd om reden dat de motivering tegenstrijdig is en dat een dubbelzinnige, tegenstrijdige, ontoereikende en onlogische motivering moet worden gelijkgesteld met het ontbreken van een motivering; - de eerste en tweede verweerders terecht aanvoeren dat de regels van toepas-sing inzake de beoordeling van de kosten niet kunnen worden geput uit het werkingsreglement dat de arbitrageprocedure beheerst, en dat door anders te oordelen een tegenstrijdigheid in de motivering schuilt; - het immers manifest tegenstrijdig is te oordelen dat er geen geldige arbitra-geovereenkomst tot stand kwam, zodat partijen evenmin gebonden zijn door het werkingsreglement dat het verloop van de arbitrageprocedure bepaalt en voorschriften bevat in verband met de ingevolge de arbitrageprocedure ver-oorzaakte kosten en tegelijk te beslissen dat op grond van de regels van het werkingsreglement die de arbitrage beheersen, de partij die geen arbitrage-overeenkomst heeft gesloten tot de kosten wordt veroordeeld; - het hoger beroep om die reden gegrond is.
- Door aldus de arbitrale uitspraak van 7 juli 2014 te vernietigen op grond van een tegenstrijdigheid in de motivering, die in werkelijkheid een onderzoek ten gronde vergt, schenden de appelrechters de voornoemde wetsbepalingen. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
- De overige grieven kunnen niet tot een ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behoudens in zoverre het arrest het hoger beroep ontvankelijk verklaart. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, de sectievoorzit-ters Eric Dirix en Alain Smetryns, en de raadsheren Geert Jocqué en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 3 oktober 2019 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191003.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191003.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div