← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191007.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191007.3 Rolnummer: S.13.0107.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2019-11-05 Raadplegingen: 314 - laatst gezien 2026-06-28 06:37 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit het geheel van de hier nog toepasselijke artikelen 77, 78 en 79 ZIV-wet 1963, volgt dat wanneer door de Beperkte kamer een verbod tot tegemoetkomen in de kosten van de geneeskundige verstrekkingen wordt uitgesproken in toepassing van het hier nog toepasselijke artikel 90 ZIV-wet 1963, zij optreedt als bestuursorgaan van de Dienst voor geneeskundige controle en niet als administratief rechtscollege; aan een beslissing van de Beperkte kamer is bijgevolg geen gezag van gewijsde verbonden. Thesaurus CAS: ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING - ALGEMEEN Vrije woorden: ZIV-wet 1963 - Beperkte kamer - Verbod tot tegemoetkoming - Beslissing - Aard - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.13.0107.N S.A., eiser, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480, bus 9, waar de eiser woonplaats kiest, tegen LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN, met zetel te 1030 Schaarbeek, Haachtsesteenweg 579, bus 40, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 27 juni

  1. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel Eerste subonderdeel
  2. Krachtens het hier nog toepasselijke artikel 77 ZIV-wet 1963 wordt in de schoot van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering een Dienst voor geneeskundige controle ingesteld. Overeenkomstig de hier nog toepasselijke versie van artikel 78, eerste lid, ZIV-wet 1963 wordt de dienst voor geneeskundige controle bestuurd door een Comité dat in beginsel is samengesteld uit: 1° een voorzitter, raadsheer in een hof van beroep of lid van het parket-generaal bij een hof van beroep, bijgestaan door twee werkende ondervoorzitters en twee plaatsvervangende voorzitters, raadshe-ren in een hof van beroep; 2° acht werkende en acht plaatsvervangende leden, doctor in de geneeskunde, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de verzekeringsin-stellingen; 3° acht werkende en acht plaatsvervangende leden, doctor in de ge-neeskunde, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve organisaties van het geneesherenkorps; 4° vier werkende en vier plaatsvervangende leden, lid van de raden van de Orde der geneesheren, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de Hoge Raad van de Orde. Daarnaast is het Comité ook samengesteld uit telkens twee werkende en twee plaatsvervangende leden, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve organisaties van respectievelijk de tandheelkundigen, het apo-thekerskorps, de verplegingsinrichtingen, de vroedvrouwen, de verpleegsters, de kinesitherapeuten, de bandagisten, de orthopedisten, de gehoorprothesisten en de opticiens. Deze hebben enkel zitting indien kwesties worden onderzocht die rechtstreeks de groep die hen heeft voorgedragen, aanbelangen. Verder bepaalt de hier nog toepasselijke versie van artikel 78 ZIV-wet 1963 dat de Koning de voorzitter, de ondervoorzitters en de leden benoemt, dat het Comi-té deugdelijk zitting houdt indien benevens de voorzitter of een ondervoorzitter, ten minste de helft van de leden aanwezig zijn, onverminderd de bepalingen van artikel 79 betreffende de samenstelling van de beperkte kamers, dat de voorzitter of, bij diens ontstentenis, een ondervoorzitter en de leden stemgerechtigd zijn en dat de beslissingen worden genomen bij eenvoudige meerderheid van hen die aan de stemming deelnemen, waarbij geen rekening wordt gehouden met de onthou-dingen. Krachtens de hier nog toepasselijke versie van artikel 79, eerste lid, ZIV-wet 1963 is het Comité van de dienst voor geneeskundige controle onder meer ermee belast: 1° met de medewerking van het personeel van de dienst in te staan voor de geneeskundige controle op de prestaties van de verzekering voor geneeskun-dige verzorging en van de uitkeringsverzekering; 2° de normen en richtlijnen vast te stellen met het oog op de organisatie van de geneeskundige controle; (...) 8° de werkingsregelen van de Dienst voor geneeskundige controle vast te stellen; 9° de vaststellingen gedaan ten laste van personen of inrichtingen die gemach-tigd zijn om geneeskundige verstrekkingen te verlenen en tegen wie de in artikel 90 bedoelde straffen kunnen worden uitgesproken, naar de in het vijfde lid be-doelde beperkte kamers te verwijzen; (...) 15° de begroting en de rekening van de administratiekosten van de Dienst voor geneeskundige controle op te maken en over te leggen aan de algemene raad van het RIZIV; (...) 18° zijn huishoude-lijk reglement op te stellen. Volgens de hier nog toepasselijke versie van artikel 79, vijfde lid, ZIV-wet 1963 richt het Comité in zijn schoot ten minste twee beperkte kamers op die alleen be-last zijn met de toepassing van de bepalingen van 9° en 10° van dit artikel. Die kamers worden voorgezeten door een ondervoorzitter van het Comité of door zijn plaatsvervanger en bestaan bovendien uit één van de in artikel 78, 4°, be-doelde leden, alsook uit twee leden bij eenvoudige meerderheid aangewezen door elk van de in artikel 78, 2° en 3°, bedoelde groepen. Die kamers bestaan te-vens uit evenveel plaatsvervangende leden die worden aangewezen volgens de-zelfde procedure als de werkende leden. Wanneer de kamers dossiers onder-zoeken met betrekking tot tandheelkundigen, worden de leden aangewezen door de groep waarvan sprake in artikel 78, 3°, vervangen door de leden van de in ar-tikel 78, 5°, bedoelde groep, terwijl het in artikel 78, 4°, bedoelde lid geen zitting heeft, behoudens wanneer het behandelde dossier betrekking heeft op een prakti-zerende die onder meer de hoedanigheid van doctor in de geneeskunde heeft. Verder bepaalt de hier nog toepasselijke versie van artikel 79 ZIV-wet 1963 dat de ter rechtzitting opgekomen voorzitter en leden stemgerechtigd zijn, dat alle leden ter rechtzitting worden opgeroepen, dat wanneer die procedure is gevolgd, een kamer deugdelijk zitting houdt indien, benevens de voorzitter en het lid van de Raad van de Orde, eveneens een van de in artikel 78, 2°, bedoelde leden en een in artikel 78, 3°, bedoeld lid tegenwoordig zijn, dat de beslissingen worden genomen bij meerderheid van degenen die aan de stemming deelnemen en dat bij staking van stemmen, de stem van de voorzitter beslist.
  3. Uit het geheel van de voormelde bepalingen volgt dat wanneer door de Be-perkte kamer een verbod tot tegemoetkomen in de kosten van de geneeskundige verstrekkingen wordt uitgesproken in toepassing van het hier nog toepasselijke artikel 90 ZIV-wet 1963, zij optreedt als bestuursorgaan van de Dienst voor ge-neeskundige controle en niet als administratief rechtscollege. Aan een beslissing van de Beperkte kamer is bijgevolg geen gezag van gewijsde verbonden.
  4. Het arrest oordeelt dat het onbetwistbaar vaststaat dat de eiser in de perio-de van 27 november 1985 tot 26 november 1986 voor zijn radiologische ver-strekkingen gebruik maakte van toestellen die niet beantwoordden aan de regle-mentaire voorwaarden zoals vermeld in artikel 17, § 11, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen. Het verwerpt het verweer van de eiser dat de door hem gebruikte toestellen wel degelijk voldeden aan de wettelijke vereis-ten opgelegd door de toen vigerende wetgeving, louter op grond dat de Beperkte kamer van het Comité van de Dienst voor geneeskundige controle de inbreuk op artikel 17, § 11, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen heeft aangenomen bij beslissing van 19 september 1989 en die definitieve beslissing voor de rechtbanken bindend gezag heeft in die zin dat de realiteit van de feiten die zij sanctioneerde niet meer kan worden aangevochten. Met die redenen verantwoordt het arrest zijn beslissing dat de verweerder de waarde van de aan de rechthebbenden ten onrechte uitgekeerde prestaties terecht van de eiser terugvordert niet naar recht. Het subonderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het arbeidshof te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Christian Storck, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Mireille Delange, Antoine Lievens en Eric de Formanoir, en in openbare rechtszitting van 7 oktober 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191007.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.