← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191007.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191007.5 Rolnummer: S.18.0092.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2019-11-05 Raadplegingen: 567 - laatst gezien 2026-06-28 06:37 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191007.5 Fiche De artikelen 25 tot 25decies ZIV-wet, zoals hier toepasselijk, die de bepalingen betreffende het Bijzonder Solidariteitsfonds bevatten, voorzien niet in een afwijking van de bepalingen van de Geneesmiddelenwet; hieruit volgt dat het Bijzonder Solidariteitsfonds slechts tussenkomst kan verlenen voor het verstrekken van een geneesmiddel waarvoor geen vergunning om in de handel te worden gebracht of registratie is verleend, voor zover dit geneesmiddel in toepassing van artikel 6quater, § 1, Geneesmiddelenwet ter beschikking van de patiënt mag worden gesteld

(1)
(2).
(1)Zie concl. OM.
(2)De artikelen 25 tot 25decies ZIV-wet voor de wijziging door de wet van 7 februari 2014 houdende diverse bepalingen inzake de toegankelijkheid van de gezondheidszorg. Thesaurus CAS: ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING - ZIEKTEKOSTENVERZEKERING Vrije woorden: Bijzonder Solidariteitsfonds - Kosten - Tussenkomst verstrekking - Geneesmiddel - Voorwaarden - Vergunning - Afwijking - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.18.0092.N RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING, openbare instelling met zetel te 1150 Sint-Pieters-Woluwe, Tervurenlaan 211, eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest, tegen A.D., verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Gent, afdeling Gent, van 10 september
  1. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 9 september 2019 een schrifte-lijke conclusie neergelegd. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
  2. Krachtens artikel 6, § 1, eerste lid, Geneesmiddelenwet mag een genees-middel slechts in de handel worden gebracht nadat een vergunning voor het in de handel brengen ervan is verleend, hetzij door de minister of zijn afgevaardigde overeenkomstig de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, hetzij door de Europese Commissie overeenkomstig het Gemeenschapsrecht. Overeenkomstig artikel 6quater, § 1, Geneesmiddelenwet kunnen, in afwijking van de bepalingen van artikel 6, § 1, en onder voorbehoud van de beschikkingen van de artikelen 7, 8 en 8bis, geneesmiddelen voor menselijk gebruik waarvoor geen vergunning om in de handel te brengen of registratie werd verleend of die niet in de handel gebracht zijn in België, ter beschikking worden gesteld van pa-tiënten in de in dit artikel nader bepaalde gevallen.
  3. Krachtens artikel 25 ZIV-wet, zoals hier toepasselijk, wordt bij de Dienst voor geneeskundige verzorging een Bijzonder Solidariteitsfonds opgericht, dat wordt gefinancierd door een voorafname op de in artikel 191 bedoelde inkom-sten, waarvan het bedrag voor ieder kalenderjaar wordt vastgesteld door de Ko-ning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Het College van geneesheren-directeurs beslist binnen de perken van de financi-ele middelen van dit Fonds over de tegemoetkomingen uit dit Fonds aan de in ar-tikel 32 bedoelde rechthebbenden. Het Bijzonder Solidariteitsfonds verleent slechts een tegemoetkoming indien is voldaan aan de in deze afdeling gestelde voorwaarden en indien de rechthebben-den hun rechten hebben doen gelden krachtens de Belgische, buitenlandse of su-pranationale wetgeving of krachtens een individueel of collectief gesloten over-eenkomst. Het Fonds verleent slechts tegemoetkomingen in de kosten van ge-neeskundige verstrekkingen waarvoor, in het concrete geval, in geen tegemoet-koming voorzien is krachtens de reglementaire bepalingen van de Belgische ver-zekering voor geneeskundige verzorging of krachtens de wettelijke bepalingen van een buitenlandse regeling voor verplichte verzekering.
  4. De artikelen 25 tot 25decies ZIV-wet, zoals hier toepasselijk, die de bepa-lingen betreffende het Bijzonder Solidariteitsfonds bevatten, voorzien niet in een afwijking van de bepalingen van de Geneesmiddelenwet. Hieruit volgt dat het Bijzonder Solidariteitsfonds slechts tussenkomst kan verle-nen voor het verstrekken van een geneesmiddel waarvoor geen vergunning om in de handel te worden gebracht of registratie is verleend, voor zover dit genees-middel in toepassing van artikel 6quater, § 1, Geneesmiddelenwet ter beschik-king van de patiënt mag worden gesteld.
  5. Het arrest dat niet uitsluit dat voor het geneesmiddel Defibrotide geen ver-gunning werd verkregen om in de handel te worden gebracht, stelt niet vast dat voldaan werd aan de voorwaarden van artikel 6quater, § 1, Geneesmiddelenwet, maar oordeelt dat het Bijzonder Solidariteitsfonds gehouden is tussen te komen in de kosten van dit geneesmiddel, op grond dat "artikel 25 van de ZIV-wet niet voorschrijft dat de geneeskundige verstrekking erkend dient te zijn alvorens een tussenkomst kan worden verleend". Het arrest schendt aldus artikel 6, § 1, Geneesmiddelenwet. Het onderdeel is gegrond. Kosten
  6. Overeenkomstig artikel 1017, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek dient de eiser te worden veroordeeld tot de kosten. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Verwijst de zaak naar het arbeidshof te Antwerpen. Bepaalt de kosten voor de eiser op 401,79 euro en op de som van 20 euro ten gunste van het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Christian Storck, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Mireille Delange, Antoine Lievens en Eric de Formanoir, en in openbare rechtszitting van 7 oktober 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191007.5 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191007.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.