← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191015.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:20

Artikel 2

, tweede lid - Jachtdaad - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 24-07-1991 - Artt. 2, tweede lid, 3 en 6, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1991036118 Vrije woorden:

Artikel 3

- Begrip wild - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 24-07-1991 - Artt. 2, tweede lid, 3 en 6, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1991036118 Vrije woorden:

Artikel 6

, eerste lid - Jachttijden - Uren waarop kan gejaagd worden - Draagwijdte - Gevolg Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 24-07-1991 - Artt. 2, tweede lid, 3 en 6, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1991036118 Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden:

Artikel 2

, tweede lid - Jachtdaad Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 24-07-1991 - Artt. 2, tweede lid, 3 en 6, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1991036118 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0406.N D. R. M. V. B., beklaagde, eiser, vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louisalaan 106, waar de eiser woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 29 maart

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
  2. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 2, tweede lid, 3 en 6, eerste lid, van het Jachtdecreet van 24 juli 1991 (hierna Jachtdecreet): het arrest oordeelt dat de eiser op 6 oktober 2016 om 19.35 uur, dit is na de officiële zons-ondergang, een jachtdaad heeft gesteld door een schot af te vuren; het misdrijf van het jagen tussen de officiële zonsondergang en de officiële zonsopgang ver-eist het voornemen om tussen die twee tijdstippen wild te bemachtigen; wild is een dier dat behoort tot de in artikel 3 Jachtdecreet bepaalde soorten; een be-standdeel van het misdrijf is dus het jagen op één of meerdere van die soorten; het arrest oor¬deelt dat het niet van belang is dat de natuurinspecteurs niet visueel vaststelden dat het bewuste schot werd gelost op eenden, dit is wild zoals hier bedoeld; het arrest stelt evenmin vast dat de eiser met dat schot heeft gemikt op eenden en het spreekt zelfs niet tegen dat een nijlgans geen jachtwild is; aldus stelt het arrest niet vast dat de eiser na de officiële zonsondergang op wild heeft geschoten en verantwoordt het eisers veroordeling niet naar recht.
  3. Artikel 2, tweede lid, Jachtdecreet bepaalt: "De jachtdaad is de handeling waarbij het wild gedood of gevangen wordt, alsmede de handeling waarbij dat wild met dat doel opgespoord en achtervolgd wordt. In dit decreet wordt het woord jagen gebruikt in de betekenis van het stellen van een jachtdaad." Krachtens artikel 3 Jachtdecreet worden onder wild alle dieren verstaan die be-horen tot de in dat artikel bepaalde soorten. Daartoe behoren onder meer wilde eenden, maar geen nijlganzen. Artikel 6, eerste lid, Jachtdecreet bepaalt dat het verboden is te jagen tussen de officiële zonsondergang en de officiële zonsopgang. Uit die bepalingen volgt dat het verbod van artikel 6, eerste lid, Jachtdecreet en-kel betrekking heeft op het doden of vangen of het met dat doel opsporen en ach-tervolgen van wild in de zin van artikel 3 van dat decreet. Niet vereist is dat daadwerkelijk wild wordt gedood of gevangen. Het voornemen om wild te be-machtigen volstaat.
  4. De rechter oordeelt onaantastbaar of de feiten die hij vaststelt een jacht-daad uitmaken als bedoeld in artikel 2, tweede lid, Jachtdecreet.
  5. Met de redenen die het onderdeel vermeldt, maar ook met andere redenen, oordeelt het arrest onder meer dat: - de natuurinspecteurs op 6 oktober 2016 na de officiële zonsondergang twee jagers in een veld observeerden, die zij meerdere malen zagen schieten op overvliegende eenden; - terwijl zij die vaststelling deden, zij om 19.35 uur nog een schot hoorden af-gaan zonder dat ze de persoon zagen die had geschoten, vermoedelijk omdat deze verscholen zat in een rietkraag nabij één van de voormelde jagers; - de natuurinspecteurs nadien twee personen met een jachtwapen onderschep-ten, namelijk één persoon die zij als jager in het veld hadden gezien en de ei-ser; - de persoon die door de natuurinspecteurs werd herkend als één van de jagers in het veld, "Natuurinspectie, jachtcontrole" riep en zijn jachtwapen in de berm gooide waar het door de natuurinspecteurs werd opgeraapt; - de eiser verklaarde dat er enkel drie jagers waren, namelijk de twee personen die de natuurinspecteurs in het veld hadden gezien en hijzelf, dat de jacht was gestart tussen 17.30 en 18.00 uur en dat hij niet het schot van 19.35 uur had gelost, maar die avond enkel de nijlgans had geschoten die hij in zijn bezit had; - uit de vaststellingen van de natuurinspecteurs zonder twijfel blijkt dat het de eiser was die het schot van 19.35 uur heeft afgevuurd, wat inhoudt dat hij na zonsondergang aan het jagen was; - de eiser in zijn verklaring helemaal niet heeft gesteld dat hij inderdaad na zonsondergang aan het jagen was, maar dat dit op een nijlgans was, zodat hij zich nooit heeft beroepen op de uitzondering om te jagen na zonsondergang op grond van het Soortenbesluit; - de eiser op de rechtszitting, op vraag van het hof van beroep, alsook in zijn conclusie heeft bevestigd dat hij nooit heeft geschoten na zonsondergang en dat de nijlgans die hij bij zich had toen de natuurinspecteurs hem aantroffen, niet na zonsondergang werd geschoten; - de in eisers conclusie geformuleerde ondergeschikte hypothese dat wanneer hij na zonsondergang een schot loste dit was om op een nijlgans te jagen, dan ook elke feitelijke grond mist en geen enkele feitelijke steun vindt in het strafdossier; - opdat er sprake is van jagen, niet vereist is dat er succesvol een stuk wild is geschoten; - de auditieve vaststelling van de natuurinspecteurs dat er een schot werd gelost na zonsondergang, in de concrete omstandigheden de zekere vaststelling is dat er na zonsondergang werd gejaagd; - het feit dat de eiser vóór zonsondergang geen wilde eend heeft geschoten maar enkel een nijlgans, dan ook zonder relevantie is en geen afbreuk doet aan de hiervoor gedane vaststelling; - het feit dat de natuurinspecteurs niet visueel hebben vastgesteld dat het be-wuste schot dat zij na zonsondergang hoorden, werd gelost op eenden ook niet van belang is. In essentie leidt het arrest aldus uit de gedragingen van de jagers zoals beschre-ven door de natuurinspecteurs, het feit dat de eiser aan die inspecteurs enkel heeft verklaard na de officiële zonsondergang geen schot te hebben afgevuurd en het feit dat volgens de gegevens van het strafdossier de eiser dit schot wel dege-lijk heeft afgevuurd, af dat de eiser na de officiële zonsondergang een jachtdaad heeft gesteld door te schieten op wild, alsmede dat eisers verweer voor de appel-rechters dat dit schot, gesteld dat hij het zou hebben afgevuurd, gericht was op een nijlgans, niet geloofwaardig is. Die beslissing is naar recht verantwoord. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
  6. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.2 EVRM, alsmede mis-kenning van het algemeen rechtsbeginsel houdende het vermoeden van onschuld, de regels inzake bewijs en bewijslast in strafzaken zoals onder meer vastgesteld in de artikelen 154, 176, 189 en 211 Wetboek van Strafvordering en het alge-meen rechtsbeginsel van het recht van verdediging, dat toelaat een verdediging op te bouwen met middelen in hoofdorde en middelen in ondergeschikte orde, zonder dat een stelling verdedigd in hoofdorde inbreuk kan doen op een stelling verdedigd in ondergeschikte orde, zelfs indien de stelling in hoofdorde steunt op feiten die strijdig zijn met de feiten waarop de stelling in ondergeschikte orde steunt: het arrest verwerpt eisers verweer in ondergeschikte orde dat, indien hij na zonsondergang zou hebben geschoten, dit enkel op een nijlgans was, namelijk deze die hij in bezit had op het moment van de interceptie door de natuurinspec-teurs; het steunt die verwerping op eisers verklaring en zijn daarop gesteunde verweer in hoofdorde dat hij na zonsondergang niet heeft geschoten; aldus mis-kent het arrest eisers recht om zijn verdediging in ondergeschikte orde te steunen op andere feiten dan deze die het voorwerp uitmaken van zijn verweer in hoofd-orde.
  7. Het arrest dat eisers bedoelde verweer verwerpt op grond van de in het antwoord op het eerste onderdeel vermelde redenen, miskent niet het vermoeden van onschuld, de regels inzake bewijs en bewijslast in strafzaken of eisers recht van verdediging, maar beoordeelt enkel op onaantastbare wijze de aan tegen-spraak onderworpen gegevens van het strafdossier. Het feit dat de eiser dat ver-weer voor de appelrechters heeft gevoerd als een in ondergeschikte orde gefor-muleerde hypothese waarin hij erkende wat hij in zijn hoofdverweer had ont-kend, doet daaraan geen afbreuk. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 90,81 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, sa-mengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Ilse Couwenberg en François Sté-venart Meeûs, en op de openbare rechtszitting van 15 oktober 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191015.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.