id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191015.6 Rolnummer: P.19.0600.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2019-10-17 Raadplegingen: 647 - laatst gezien 2026-06-28 13:33 Versie(s): Vertaling FR Fiche Indien het appelgerecht ingevolge een verklaring van hoger beroep en de door artikel 204 Wetboek van Strafvordering bedoelde grieven saisine heeft om zich uit te spreken over de schuld aan een bepaald feit, dan houdt dit in dat het noodzakelijk de omschrijving van het strafbare feit heeft te beoordelen aangezien het appelgerecht er steeds toe gehouden is aan het bij haar ter schuldbeoordeling aanhangig gemaakte feit de juiste kwalificatie te geven; de relatieve werking van het hoger beroep van een beklaagde beperkt deze kwalificatieplicht van het appelgerecht niet en verzet er zich dan ook niet tegen dat het appelgerecht een heromschrijving aanneemt die aanleiding kan geven tot een zwaardere straf of aan de door de eerste rechter aangenomen omschrijving een verzwarende omstandigheid toevoegt
(1).
(1)Cass. 13 november 2018, AR P.18.0360.N ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181113.3, AC 2018, nr. 626; zie over de problematiek van het grievenformulier: Hof van Cassatie van België, Jaarverslag 2017, Larcier, 81-
- Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Hoger beroep op grieven - Saisine van de appelrechter - Grief over de schuld - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0600.N H. C., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Hans Van Bavel, advocaat bij de balie Brussel, tegen
- L. C., burgerlijke partij, verweerder,
- G. V., burgerlijke partij, verweerster,
- FLUVIUS SYSTEM OPERATOR cvba, met zetel te 1030 Brussel, Koning Albert II-laan 37, burgerlijke partij, verweerster,
- VLAAMSE MAATSCHAPPIJ VOOR WATERVOORZIENING cvba, met zetel te 1030 Brussel, Vooruitgangstraat 189, burgerlijke partij, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 9 mei
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Sidney Berneman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 202, 204 en 210, tweede lid, Wetboek van Strafvordering: het arrest verzwaart eisers straf op grond van de verzwarende omstandigheid dat hij als leidende persoon bij de vereniging be-trokken was, terwijl enerzijds de schuldvraag en de vraag naar de kwalificatie of de eventuele verzwarende omstandigheden omwille van de devolutieve werking van het hoger beroep van het openbaar ministerie niet aan de orde was, en ander-zijds de relatieve werking van eisers hoger beroep niet toeliet zijn straf te ver-zwaren.
- Uit de artikelen 203, 204 en 210, tweede lid, Wetboek van Strafvordering en hun wetsgeschiedenis volgt dat: - de saisine van het appelgerecht in de eerste plaats wordt bepaald door de in-houd van de verklaring van hoger beroep en binnen de grenzen van de aan de hand van die verklaring van hoger beroep bepaalde saisine van het appelgerecht en dan verder door de grieven die de appellant overeenkomstig artikel 204 Wet-boek van Strafvordering aanvoert; - het appelgerecht op grond van artikel 210, tweede lid, Wetboek van Strafvorde-ring enkel middelen kan opwerpen binnen de saisine die voortvloeit uit de ver-klaring van hoger beroep en de door artikel 204, eerste en vierde lid, Wetboek van Strafvordering bedoelde grieven.
- Indien het appelgerecht ingevolge een verklaring van hoger beroep en de door artikel 204 Wetboek van Strafvordering bedoelde grieven saisine heeft om zich uit te spreken over de schuld aan een bepaald feit, dan houdt dit in dat het noodzakelijk de omschrijving van het strafbare feit heeft te beoordelen. Het ap-pelgerecht is immers steeds ertoe gehouden aan het bij haar ter schuldbeoorde-ling aanhangig gemaakte feit de juiste kwalificatie te geven.
- De relatieve werking van het hoger beroep van een beklaagde beperkt deze kwalificatieplicht van het appelgerecht niet en verzet er zich dan ook niet tegen dat het appelgerecht een heromschrijving aanneemt die aanleiding kan geven tot een zwaardere straf of aan de door de eerste rechter aangenomen omschrijving een verzwarende omstandigheid toevoegt. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de eiser en het openbaar ministerie tijdig en regelmatig naar vorm hoger be-roep hebben ingesteld; - de door de eiser opgegeven grieven betrekking hebben op de procedure, de schuld, de straf en de burgerlijke rechtsvordering en dus ook slaan op eisers schuldigverklaring aan de feiten der telastleggingen A.I, A.II, A.III en A.IV; - de door het openbaar ministerie opgegeven grieven betrekking hebben op de strafmaat.
- Het arrest kon in die omstandigheden voor wat betreft de aan de eiser ver-weten feiten der telastleggingen A.I, A.II, A.III en A.IV aan de omschrijving de verzwarende omstandigheid van "in de hoedanigheid van leidend persoon" toe-voegen en gelet op het hoger beroep van het openbaar ministerie en de grieven van het openbaar ministerie betreffende de aan de eiser opgelegde bestraffing, die bestraffing verzwaren. Die beslissing is naar recht verantwoord. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 193,11 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Ilse Couwenberg en François Stévenart Meeûs, en op de openbare rechtszitting van 15 oktober 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191015.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2018:ARR.20181113.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250617.2N.27 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div