id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191015.7 Rolnummer: P.19.0615.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-10-17 Raadplegingen: 662 - laatst gezien 2026-06-29 02:17 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Krachtens artikel 23, tweede en vierde lid, Taalwet Gerechtszaken heeft een beklaagde die alleen Frans kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt, in beginsel het recht om de verwijzing te vragen naar een gerecht waar de rechtspleging in het Frans geschiedt, maar de rechter kan wegens de omstandigheden van de zaak beslissen niet in te gaan op die vraag en aldus het verzoek tot taalwijziging afwijzen indien er objectiveerbare omstandigheden zijn, eigen aan de zaak, die maken dat het aangewezen is dat hijzelf de zaak beoordeelt; de rechter oordeelt onaantastbaar over het voorhanden zijn van dergelijke omstandigheden en het Hof gaat na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord
(1).
(1)Cass. 7 november 2017, AR P.17.0034.N ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171107.1, AC 2017, nr.
- Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - In hoger beroep - Strafzaken Vrije woorden: Verzoek tot verwijzing naar een andere rechtscollege van dezelfde rang - Verzoeker die alleen Frans kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt - Omstandigheden van de zaak - Aard - Onaantastbare beoordeling - Toepassing - Toezicht door het Hof Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Taalgebruik gerechtszaken - In hoger beroep - Strafzaken - Verzoek tot verwijzing naar een andere rechtscollege van dezelfde rang - Verzoeker die alleen Frans kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt - Omstandigheden van de zaak - Aard - Onaantastbare beoordeling - Toepassing Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Allerlei Vrije woorden: Taalgebruik in gerechtszaken - In hoger beroep - Strafzaken - Verzoek tot verwijzing naar een andere rechtscollege van dezelfde rang - Verzoeker die alleen Frans kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt - Omstandigheden van de zaak - Aard - Onaantastbare beoordeling - Toepassing - Toezicht door het Hof Annotaties Publicaties: De Juristenkrant [Juristenkrant] - 2019, nr. 398, p.
- - VANWALLEGHEM, Pim; Noot'Cassatie controleert streng op weigering taalverwijzing' Tekst van de beslissing Nr. P.19.0615.N I-II I. D., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Cavit Yurt, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep I is gericht tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank Brussel, zetelend in verenigde vergadering, van 12 juni 2017 (bestreden vonnis I). Het cassatieberoep II is gericht tegen het vonnis van de Nederlandstalige correctionele rechtbank Brussel van 11 april 2019 (bestreden vonnis II). De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- Het middel voert schending aan van artikel 23 Taalwet Gerechtszaken: het bestreden vonnis I bevestigt het vonnis van de Nederlandstalige politierechtbank Brussel van 22 februari 2017 dat eisers verzoek verwerpt om de verwijzing te gelasten naar een Franstalige politierechtbank; de omstandigheden die het bestreden vonnis I vermeldt, zijn geen objectiveerbare omstandigheden, eigen aan de zaak, om een taalwijziging te weigeren; de vernietiging van het bestreden vonnis heeft de vernietiging tot gevolg van het bestreden vonnis II waarbij de eiser in hoger beroep wordt veroordeeld wegens de hem ten laste gelegde verkeersinbreuken.
- Krachtens artikel 23, tweede en vierde lid, Taalwet Gerechtszaken heeft een beklaagde die alleen Frans kent of zich gemakkelijker in die taal uitdrukt, in beginsel het recht om de verwijzing te vragen naar een gerecht waar de rechtspleging in het Frans geschiedt. De rechter kan echter wegens de omstandigheden van de zaak beslissen niet in te gaan op die vraag. De rechter mag aldus het verzoek tot taalwijziging afwijzen indien er objectiveerbare omstandigheden zijn, eigen aan de zaak, die maken dat het aangewezen is dat hijzelf de zaak beoordeelt.
- De rechter oordeelt onaantastbaar over het voorhanden zijn van dergelijke omstandigheden. Het Hof gaat wel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgen afleidt die op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.
- Met overname van de redenen van het beroepen vonnis en met eigen redenen oordeelt het bestreden vonnis I dat: - de eiser woonachtig is in Kortenberg, bij zijn verhoor gebruik heeft gemaakt van de Nederlandse taal en keuze heeft gemaakt voor deze taal in gerechtszaken; - de eiser op de rechtszitting voor de politierechter niet is verschenen, maar zijn raadsman een door de eiser ondertekend verzoek heeft neergelegd waarin deze stelt dat hij zich gemakkelijker uitdrukt in het Frans dan in het Nederlands en daarom wenst dat de procedure in het Frans wordt voortgezet; - het niet opportuun is de taalwijziging toe te staan omdat het om een gemakkelijk te begrijpen dossier gaat en de taalwijziging de behandeling alleen maar nutteloos zou vertragen; - de politierechter, die de Franse taal machtig is, de zaak op een latere rechtszitting heeft vastgesteld voor behandeling ten gronde met de mogelijkheid voor de eiser om op deze rechtszitting zijn uitleg te doen overeenkomstig artikel 31 Taalwet Gerechtszaken; - in de gegeven omstandigheden een taalwijziging niet bevorderlijk is voor een goede rechtsbedeling. In die redenen kan het bestreden vonnis I geen objectiveerbare omstandigheden, eigen aan de zaak, zien die maken dat het aangewezen is dat de Nederlandstalige politierechtbank Brussel de zaak zelf diende te beoordelen. Aldus is de beslissing niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Omvang van de cassatie
- De vernietiging van het bestreden vonnis I brengt de vernietiging mee van de daaropvolgende rechtspleging met inbegrip van het bestreden vonnis II die er een gevolg van zijn. Het cassatieberoep II heeft dan ook geen bestaansreden meer. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis I, de daarop volgende rechtspleging en het bestreden vonnis II. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde vonnissen I en II. Houdt de beslissing over de kosten aan en laat ze over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de zaak naar de arrondissementsrechtbank Brussel, zetelend in verenigde vergadering, anders samengesteld. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Erwin Francis, Sidney Berneman, Ilse Couwenberg en François Stévenart Meeûs, en op de openbare rechtszitting van 15 oktober 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191015.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:GHCC:2022:ARR.166 precedenten: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171107.1 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20220531.2N.4 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230620.2N.15 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230905.2N.9 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20241231.2N.29 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div