id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191017.17 Rolnummer: C.18.0452.N Zaak: V. contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2019-11-20 Raadplegingen: 773 - laatst gezien 2026-06-28 17:32 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191017.17 Fiche 1 De erfgenaam die de goederen van een nalatenschap wegmaakt of verborgen houdt, kan de in het artikel 792 Burgerlijk Wetboek, zoals hier van toepassing, bedoelde straf niet ontlopen, tenzij hij uiterlijk vóór het afsluiten van de in het artikel 1175 Gerechtelijk Wetboek bedoelde boedelbeschrijving uit eigen beweging, zonder hiertoe door de omstandigheden gedwongen te zijn, de juiste en volledige informatie verstrekt of zijn valse verklaring rechtzet
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ERFENISSEN Vrije woorden: Nalatenschap - Weggemaakte of verborgen gehouden goederen - Artikel 792 Burgerlijk Wetboek - Straf - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 792 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Fiche 2 De rechter oordeelt in feite of de erfgenaam uit eigen beweging, zonder hiertoe door de omstandigheden gedwongen te zijn heeft gehandeld, onverminderd het marginaal toetsingsrecht van het Hof
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ERFENISSEN Vrije woorden: Erfgenaam - Weggemaakte of verborgen gehouden goederen - Handeling uit eigen beweging - Beoordeling door de rechter - Wijze Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Art. 792 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Annotaties Publicaties: Revue du notariat belge [Rev.not.b.] - 2020, n° 3149, p. 347-
- - STERCKX, Laurent; Note'Nouvelles dispositions et nouveaux enseignements en matière de recel successoral' Tekst van de beslissing Nr. C.18.0452.N
- L.V.,
- H.V., eisers, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen C.V., verweerster, in aanwezigheid van G.V., tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 30 januari
- Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft op 19 augustus 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling (…) Tweede onderdeel
- Krachtens artikel 792 Burgerlijk Wetboek, zoals hier van toepassing, verliest de erfgenaam die goederen van de nalatenschap heeft weggemaakt of verborgen heeft gehouden, de bevoegdheid om de nalatenschap te verwerpen, en, al verwerpt hij deze, toch blijft hij zuiver erfgenaam, zonder op enig aandeel in de weggemaakte of verborgen gehouden zaken aanspraak te kunnen maken. De erfgenaam die de goederen van een nalatenschap wegmaakt of verborgen houdt, kan de in het voormelde artikel 792 bedoelde straf niet ontlopen, tenzij hij uiterlijk vóór het afsluiten van de in artikel 1175 Gerechtelijk Wetboek bedoelde boedelbeschrijving uit eigen beweging, zonder hiertoe door de omstandigheden gedwongen te zijn, de juiste en volledige informatie verstrekt of zijn valse verklaringen rechtzet. De rechter oordeelt in feite of de erfgenaam uit eigen beweging, zonder hiertoe door de omstandigheden gedwongen te zijn heeft gehandeld, onverminderd het marginaal toetsingsrecht van het Hof.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de notaris-vereffenaar in juli 2014 een ontwerp van vereffening en verdeling heeft opgemaakt waarbij de eisers geen melding hebben gemaakt van een rekening enkel op hun naam waarop zij erfgelden afkomstig van de omzetting van een kasbon op naam van moeder hadden geparkeerd; ook na ontvangst van dit ontwerp, hen toegestuurd bij brief van 16 juli 2014, werd het bestaan van die rekening met erfgelden verzwegen; - slechts nadat de verweerster bij brief van 3 september 2014 van haar raadsman aan de notaris-vereffenaar had gemeld dat zij niet akkoord kon gaan met het ontwerp van verdeling “tot slot van alle rekening” en een verklaring wenste van de overige deelgenoten dat zij alles hebben aangegeven en zij tevens had gemeld dat zij de eedaflegging vroeg, door de eisers bij de inventarisatie op 29 september 2014 melding werd gemaakt van de toe-eigening van erfenisgelden door plaatsing op hun eigen rekening; - de meldingsplicht van de erfgenaam ontstaat van zodra hij of zij wordt ondervraagd door de mede-erfgenamen of de aangezochte notaris over het bestaan van tegoeden en de omvang van de te verdelen massa, zoals te dezen bij de brief van 16 juli 2014; - de betrokken erfgenaam op dat tijdstip op de hoogte is van wat van hem wordt verwacht, zodat hij spontaan en volledig moet antwoorden; - het uitblijven van reactie door de eisers op het ontwerp van vereffening-verdeling tot na de weigering van de goedkeuring “tot slot van alle rekening” door de verweerster maakt dat hun stilzwijgen een vorm van bedrieglijke toe-eigening en verberging impliceert met het oogmerk de gelijkheid tussen de erfgenamen te verstoren; - geen spontaan of tijdig berouw van de eiser kan worden ontwaard aangezien de verzwijging voortduurde totdat zij onder druk van de eis van de verweerster tot inventarisatie en eedaflegging de toe-eigening hebben gemeld.
- Door aldus te oordelen verantwoorden de appelrechters hun beslissing dat de melding van de gelden afkomstig van de verkoop van de kasbon niet uit eigen beweging want wel degelijk onder druk van de omstandigheden werd afgelegd, naar recht. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.
- In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de appelrechters de brief van de notaris-vereffenaar van 16 juli 2014, van de raadsman van de verweerster van 3 september 2014 en van de notaris van 8 september 2014 in die zin hebben gelezen dat de eisers daarin werden geïnterpelleerd over de kasbon of de bankrekening waarmee deze werd gefinancierd of andere concrete vragen, steunt het op een onjuiste lezing van het arrest en mist het feitelijke grondslag. (…) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eisers op 1.231,76 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 17 oktober 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191017.17 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191017.17 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div