← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191017.19

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191017.19 Rolnummer: C.18.0537.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-11-20 Raadplegingen: 819 - laatst gezien 2026-06-29 08:52 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191017.19 Fiche 1 Ook in hoger beroep vereist artikel 807 Gerechtelijk Wetboek enkel dat de uitbreiding of wijziging van de vordering berust op een feit of akte in de dagvaarding aangevoerd; het is niet vereist dat de uitbreiding of wijziging van de vordering jegens de partij waartegen de oorspronkelijke vordering was gesteld, reeds bij de eerste rechter aanhangig was of dat zij reeds virtueel in de oorspronkelijke vordering begrepen was

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: VORDERING IN RECHTE Vrije woorden: Uitbreiding of wijziging van de vordering - Hoger beroep - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 807 en 1042 Fiche 2 Ook in hoger beroep vereist artikel 807 Gerechtelijk Wetboek enkel dat de uitbreiding of wijziging van de vordering berust op een feit of akte in de dagvaarding aangevoerd; het is niet vereist dat de uitbreiding of wijziging van de vordering jegens de partij waartegen de oorspronkelijke vordering was gesteld, reeds bij de eerste rechter aanhangig was of dat zij reeds virtueel in de oorspronkelijke vordening begrepen was
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN (HANDELSZAKEN EN SOCIALE ZAKEN INBEGREPEN) - Uitbreiding van eis en nieuwe eis Vrije woorden: Uitbreiding of wijziging van de vordering - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 807 en 1042 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0537.N FABULA RASA bvba, met zetel te 9850 Nevele, Bijlkenstraat 14A, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen BROUWERIJ L. HUYGHE nv, met zetel te 9090 Melle, Brusselsesteenweg 282, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de verweerster woonplaats kiest. I. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 2 februari
  1. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft op 22 augustus 2019 een schrifte-lijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Derde onderdeel (...) Gegrondheid
  2. Artikel 807 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat een vordering die voor de rechter aanhangig is, uitgebreid of gewijzigd kan worden, indien de nieuwe, op tegenspraak genomen conclusies berusten op een feit of akte in de dagvaarding aangevoerd, zelfs indien hun juridische omschrijving verschillend is. Overeenkomstig artikel 1042 van dat wetboek is artikel 807 van toepassing in hoger beroep.
  3. Hieruit volgt dat voornoemd artikel 807 ook in hoger beroep enkel vereist dat de uitbreiding of wijziging van de vordering berust op een feit of akte in de dagvaarding aangevoerd. Het is niet vereist dat de uitbreiding of wijziging van de vordering jegens de partij waartegen de oorspronkelijke vordering was ge-steld, reeds bij de eerste rechter aanhangig was of dat zij reeds virtueel in de oor-spronkelijke vordering begrepen was.
  4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de eiseres voor de eerste rechter heeft gevorderd de weigering tot hernieuwing van de handelshuur door de verweerster ongegrond te verklaren en de ver-weerster minstens te veroordelen tot de betaling van een uitzettingsvergoe-ding; - zij daartoe in de inleidende dagvaarding heeft aangevoerd dat zij tal van in-spanningen en investeringen heeft gedaan betreffende het handelspand, dat zij contact heeft gezocht met de verweerster met betrekking tot de nodige her-stelwerken aan het handelspand en zij na uitblijvende reactie van de verweer-ster een gerechtsdeurwaarder de ernstige gebreken heeft laten vaststellen, die door de verweerster hersteld dienden te worden en dat het haar te kwader trouw overkomt dat zij na al haar inspanningen en investeringen geweigerd zou worden als huurder en haar de uitbating van haar handelszaak onmogelijk zou worden gemaakt; - de eiseres in hoger beroep haar vordering heeft uitgebreid en ten aanzien van de verweerster een vergoeding heeft gevorderd van de door haar gedane in-vesteringen betreffende het handelspand op grond van artikel 1719, 2°, Bur-gerlijk Wetboek, krachtens hetwelk de verhuurder het goed in zodanige staat dient te onderhouden dat het kan dienen tot het gebruik waartoe het verhuurd is.
  5. De appelrechter oordeelt dat de nieuwe vordering geen steun vindt in de problematiek van de handelshuurhernieuwing en dat de passages van de inlei-dende dagvaarding niet te lezen zijn als zou de verweerster een pand hebben ge-leverd dat niet geschikt is voor een gebruik waartoe het verhuurd werd en ver-klaart de nieuwe vordering op die grond niet ontvankelijk.
  6. Door aldus te vereisen dat de uitbreiding van de vordering reeds virtueel in de oorspronkelijke vordering begrepen is en dat de eiseres uit de in de dagvaar-ding aangevoerde feiten reeds rechtsgevolgen heeft afgeleid over de gegrondheid van de nieuwe vordering, verantwoordt de appelrechter zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué, Antoine Lievens, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 17 oktober 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191017.19 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191017.19 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240916.3F.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20201009.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.