id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191022.3 Rolnummer: P.19.0453.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-10-28 Raadplegingen: 291 - laatst gezien 2026-06-28 06:39 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit artikel 645 Wetboek van Strafvordering volgt niet dat de directeur van een penitentiaire instelling die een verstekbeslissing aan een beklaagde in persoon betekent, deze betekening door de beklaagde moet laten tekenen voor ontvangst dan wel melding moet maken van diens weigering tot tekenen. Thesaurus CAS: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - ALLERLEI Vrije woorden: Strafzaken - Verstekbeslissing - Betekening aan de beklaagde in persoon door de directeur van de penitentiaire inrichting - Aftekening door de beklaagde voor ontvangst - Vermelding van de weigering tot tekenen - Verplichting Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 645 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0453.N R A B, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Anthony Mallego, advocaat bij de balie Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 4 april
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van artikel 187, § 1, tweede lid, Wetboek van Strafvordering: het arrest oordeelt ten onrechte dat de eiser door de pro jus-titia van de gevangenisdirecteur reeds op 17 januari 2019 kennis had van de be-tekening van het verstekarrest van 5 december 2018, zodat zijn verzet van 19 fe-bruari 2019 laattijdig is; deze pro justitia maakt geen melding van het recht om verzet aan te tekenen, noch van de termijn om dit recht uit te oefenen; de appel-rechters, die deze gegevens niet hebben nagegaan, oordelen dan ook ten onrechte dat de betekening regelmatig is.
- Het middel vereist een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen be-voegdheid heeft en is bijgevolg niet ontvankelijk. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 645 Wetboek van Strafvorde-ring: het arrest oordeelt ten onrechte dat bij een betekening door de gevangenis-directeur niet is vereist dat de beklaagde voor ontvangst tekent dan wel melding wordt gemaakt van de eventuele weigering om te tekenen.
- Artikel 645 Wetboek van Strafvordering bepaalt als volgt: "De politieamb-tenaren, de directeurs van de penitentiaire inrichtingen en de vertegenwoordi-gers van de directeurs van de penitentiaire inrichtingen, de directeurs van de gemeenschapscentra voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en hun vertegenwoordigers kunnen, net als de gerechtsdeur-waarders, maar zonder kosten, door het openbaar ministerie worden belast met de betekening of kennisgeving van alle gerechtelijke akten in strafzaken".
- Uit deze bepaling volgt niet dat de directeur van een penitentiaire instel-ling die een verstekbeslissing aan een beklaagde in persoon betekent, deze bete-kening door de beklaagde moet laten tekenen voor ontvangst dan wel melding moet maken van diens weigering tot tekenen. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 84,21 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Sidney Berneman, Frédéric Lugentz en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 22 oktober 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191022.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div