← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191024.16

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191024.16 Rolnummer: C.19.0125.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-12-04 Raadplegingen: 673 - laatst gezien 2026-06-28 09:38 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191024.16 Fiche 1 Het risico van een openbare verkoop na beslag berust in beginsel bij de beslagene terwijl op de beslaglegger de verplichting rust ervoor te zorgen dat de verkoop niet plaatsvindt in voor de beslagene ongunstige omstandigheden en zijn aansprakelijkheid in het gedrang komt wanneer hij hierbij handelt op een wijze die kennelijk de grenzen van een normale uitoefening van zijn executierecht te buiten gaat

(1).
(1)Zie concl. "in hoofzaak" OM. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Vrije woorden: Openbare verkoop na beslag - Beslaglegger - Uitoefening executierecht - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1580bis en 1580ter Fiches 2 - 3 De aansprakelijkheid van de beslaglegger voor een beweerde te lage verkoopopbrengst kan niet worden aangenomen op grond van de afwezigheid van een recent schattingsverslag
(1).
(1)Zie concl. "in hoofzaak" OM. Thesaurus CAS: BESLAG - GEDWONGEN TENUITVOERLEGGING Vrije woorden: Openbare verkoop na beslag - Beslaglegger - Aansprakelijkheid - Grenzen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1580bis en 1580ter Thesaurus CAS: NOTARIS Vrije woorden: Openbare verkoop na beslag - Te lage verkoopopbrengst - Beslaglegger - Aansprakelijkheid - Grenzen Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1580bis en 1580ter Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.19.0125.N
  1. BNP PARIBAS FORTIS nv, met zetel te 1000 Brussel, Warandeberg 3, in-geschreven in het KBO onder het nummer 0403.199.702,
  2. AG INSURANCE nv, met zetel te 1000 Brussel, Emile Jacqmainlaan 53, ingeschreven in het KBO onder het nummer 0404.494.849, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
  3. H. C.,
  4. H. B., verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen van 9 januari
  5. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  6. Krachtens artikel 1580bis Gerechtelijk Wetboek kan de beslagrechter in-dien het belang van de partijen zulks vereist de verkoop uit de hand bevelen. De beslagrechter kan hiertoe ambtshalve overgaan of op verzoek van de beslagene, de beslaglegger of iedere belanghebbende derde. De wet voorziet bovendien in mogelijkheid voor de beslaglegger om aan de be-slagrechter de verkoop uit de hand te vragen overeenkomstig artikel 1580ter.
  7. Het risico van een openbare verkoop na beslag berust in beginsel bij de be-slagene. Op de beslaglegger rust de verplichting ervoor te zorgen dat de verkoop niet plaatsvindt in voor de beslagene ongunstige omstandigheden. Zijn aanspra-kelijkheid komt in het gedrang wanneer hij hierbij handelt op een wijze die ken-nelijk de grenzen van de normale uitoefening van zijn executierecht te buiten gaat.
  8. De appelrechter oordeelt dat: - de stelling van de beslagleggende bank, de eiseressen, dat de standaardproce-dure van de openbare verkoop een marktconforme prijs garandeert "niet per se" correct is; - er "aanwijzingen" zijn van het belang van de partijen bij een verkoop uit de hand; - een concreet bod niet voorligt, maar zulks geen wettelijke voorwaarde is; - het schattingsverslag dateert uit 2006, terwijl de verkoop plaatsvond in 2017; - de afwezigheid van een onderhands bod nog niet betekent dat er geen belang zou zijn om van de standaardprocedure af te wijken; - door het tijdsverloop "het niet aangewezen is thans nog stukken voor [te] brengen".
  9. De appelrechter die na te hebben vastgesteld dat de verweerders niet zelf een onderhandse verkoop hebben gevraagd, waartoe zij nochtans gerechtigd zijn, op grond van deze vaststellingen oordeelt dat de eiseressen onzorgvuldig hebben gehandeld door niet te hebben overwogen de machtiging te vragen om tot een verkoop uit de hand over te gaan, minstens een nieuw schattingsverslag te heb-ben aangevraagd, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Tweede onderdeel
  10. Uit het antwoord op het eerste onderdeel volgt dat de appelrechter die de aansprakelijkheid van de beslaglegger voor de beweerde te lage verkoopop-brengst aanneemt op grond van de afwezigheid van een recent schattingsverslag zijn beslissing niet naar recht verantwoordt. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de betwisting daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 24 oktober 2019 uit-gesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191024.16 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191024.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.