← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191024.18

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191024.18 Rolnummer: C.19.0159.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2019-12-04 Raadplegingen: 778 - laatst gezien 2026-06-29 07:52 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Gewichtige feiten die beantwoorden aan een strafrechtelijke kwalificatie en die in het negatief advies van de procureur des Konings worden aanzien als beletsel voor het toekennen van de Belgische nationaliteit, moeten niet worden vastgesteld door een strafrechtelijke veroordeling. Thesaurus CAS: NATIONALITEIT Vrije woorden: Toekennen Belgische nationaliteit - Advies van de procureur des Konings - Beletsel - Gewichtige feiten - Strafrechtelijke kwalificatie - Bewijs Wettelijke bepalingen: Wet - 28-06-1984 - Art. 15, § 3, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Fiche 2 Bij de beoordeling van de gewichtige feiten eigen aan de persoon die in de wet op niet-exhaustieve wijze worden opgesomd als beletsel voor het verwerven van de Belgische nationaliteit, moet worden gelet op de moraliteit van de kandidaat-Belg en zijn respect voor de Belgische wetten en normen. Thesaurus CAS: NATIONALITEIT Vrije woorden: Toekennen Belgische nationaliteit - Beletsel - Gewichtige feiten eigen aan de persoon - Beoordeling - Criteria Wettelijke bepalingen: Wet - 28-06-1984 - Artt. 1, § 2, 4°, en 15, § 3, eerste lid - 35 ELI link Pub nr 1984900065 Koninklijk Besluit - 14-01-2013 - Art. 2 - 01 ELI link Pub nr 2013009022 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.19.0159.N M. S. A., eiser, toegelaten tot de rechtsbijstand bij beslissing van 29 maart 2019 (nr. G.19.0015.N), vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cas-satie, tegen PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT, met kantoor te 9000 Gent, Savaanstraat 11/101, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 3 december

  1. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  2. Artikel 15, § 3, eerste lid, Wetboek Belgische Nationaliteit bepaalt dat de procureur des Konings een negatief advies uitbrengt wanneer er een beletsel is wegens gewichtige feiten eigen aan de persoon.
  3. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de gewichtige feiten die beantwoorden aan een strafrechtelijke kwalificatie moeten worden vastgesteld door een straf-rechtelijke veroordeling, gaat uit van een onjuiste rechtsopvatting. Het onderdeel faalt naar recht. Tweede onderdeel
  4. Artikel 15, § 3, eerste lid, Wetboek Belgische Nationaliteit bepaalt dat de procureur des Konings een negatief advies uitbrengt wanneer er een beletsel is wegens gewichtige feiten eigen aan de persoon. Ter verduidelijking geven artikel 1, § 2, 4°, van dit wetboek, in zijn toepasselijke versie, en in artikel 2 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013 een opsomming van dergelijke omstan-digheden. Deze opsomming is niet exhaustief, maar heeft slechts de bedoeling een aantal gevallen te vermelden die zonder meer een beletsel vormen om de Belgische na-tionaliteit te verkrijgen. Bij de beoordeling van het begrip "gewichtige feiten eigen aan de persoon" dient te worden gelet op de moraliteit van de kandidaat-Belg evenals naar zijn respect voor de Belgische wetten en normen die in bepaalde gevallen een beletsel vor-men voor het verwerven van de Belgische nationaliteit.
  5. Staat het aan de feitenrechter te oordelen of er sprake is van "gewichtige feiten eigen aan de persoon", dan oefent het Hof hierop een marginaal toezicht uit.
  6. De appelrechter die vaststelt dat de eiser door de luchtvaartpolitie werd onderschept toen hij gebruik maakte van een paspoort met valse identiteit en die oordeelt dat "het binnenkomen in een rechtstaat onder valse identiteit en gebruik makend van vervalste documenten, getuigt van een gebrek aan respect voor de Belgische wetten en regelgeving en voor de Belgische samenleving" en dat "der-gelijke identiteitsfraude getuigt van een foutieve ingesteldheid" en die op die gronden oordeelt dat het hoger beroep van het openbaar ministerie gegrond is, verantwoordt zijn beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 272,60 euro in debet. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 24 oktober 2019 uit-gesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191024.18 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240411.1N.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240411.1N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.