id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191029.5 Rolnummer: P.19.0697.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-11-05 Raadplegingen: 674 - laatst gezien 2026-06-28 23:25 Versie(s): Vertaling FR Fiche Behoudens overmacht
(1), kan de termijn van twee maanden voor het indienen van memories of stukken, volgend op de verklaring van cassatieberoep, niet worden verlengd; de door eiser aangevoerde omstandigheden, met name tijdsnood ingevolge de weigering van zijn raadsman die de kansen op succes van het cassatieberoep heeft onderzocht, een memorie in te dienen, alsook de noodzaak een andere advocaat te vinden die de tijd zal hebben om toch een memorie in te dienen, alsmede de gerechtelijke vakantie, maken geen grond van overmacht uit.
(1)Cass. 24 oktober 2017, AR P.16.1998.N, AC 2017, nr. 584; Cass. 19 september 2012, AR P.12.1377.F ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120919.3, AC 2012, nr. 474; Cass. 3 mei 2011, AR P.10.1865.N ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110503.1, AC 2011, nr.
- Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken Vrije woorden: Termijn - Overmacht - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 429 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0697.N B A C, inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Renaud Vercaemst, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 13 juni
- In een geschrift dat aan dit arrest is gehecht, verzoekt de eiser om een bijkomen-de termijn om een memorie in te dienen en voert hij grieven aan. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Verzoek tot verlenging van de termijn van neerlegging van de memorie
- Overeenkomstig artikel 429, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, kan de eiser in cassatie zijn middelen slechts aanvoeren in een memorie die uiterlijk vijftien dagen vóór de rechtszitting ter griffie van het Hof moet toekomen. Krachtens het tweede lid van dit artikel mag hij na verloop van twee maanden die volgen op de verklaring van cassatieberoep, geen memories of stukken meer indienen, behoudens akten van afstand of hervatting van geding, akten waaruit blijkt dat het cassatieberoep zonder voorwerp geworden is en noten bedoeld in artikel 1107 Gerechtelijk Wetboek.
- Behoudens overmacht, kan de voormelde termijn van twee maanden vol-gend op de verklaring van cassatieberoep, niet worden verlengd.
- De door de eiser aangevoerde omstandigheden, namelijk tijdsnood om een memorie in te dienen ingevolge de weigering van zijn raadsman die de kansen op succes van het cassatieberoep heeft onderzocht, de noodzaak een andere advo-caat te vinden die de tijd zal hebben om toch een memorie in te dienen en de ge-rechtelijke vakantie, maken geen grond van overmacht uit. Het verzoek is niet ontvankelijk. Ontvankelijkheid van de grieven
- Overeenkomstig artikel 429, eerste lid, Wetboek van Strafvordering kan de eiser in cassatie zijn middelen slechts aanvoeren in een memorie die ter griffie van het Hof moet toekomen en ondertekend is door een advocaat die houder is van het in artikel 425, § 1, tweede lid, bedoelde getuigschrift.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat het ge-schrift met grieven is ondertekend door een advocaat houder van het bij het voormelde artikel vereiste getuigschrift. In zoverre het melding maakt van grieven tegen het arrest, is het geschrift niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 67,71 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric de Formanoir en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 29 oktober 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191029.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110503.1 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120919.3 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20171024.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2020:ARR.20200512.2N.4 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231025.2F.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div