← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191029.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191029.7 Rolnummer: P.19.0800.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2019-11-05 Raadplegingen: 674 - laatst gezien 2026-06-28 06:41 Versie(s): Vertaling FR Fiche De strafbaarstelling van art. 371/1, eerste lid, 2° Strafwetboek, die door de wetgever werd ingevoegd in een hoofdstuk onder de titel Misdaden en wanbedrijven tegen de orde der familie en tegen de openbare zedelijkheid, beoogt volgens de wetsgeschiedenis niet uitsluitend de bescherming van de persoonlijke levenssfeer waaronder de seksuele intimiteit, maar ook de seksuele integriteit; noch uit de strafbaarstelling zelf noch uit de wetsgeschiedenis volgt dat de herkenbaarheid door derden aan de hand van de getoonde, toegankelijk gemaakte of verspreide beeld-of geluidsopname een constitutief bestanddeel is van het misdrijf. Thesaurus CAS: AANRANDING VAN EERBAARHEID EN VERKRACHTING Vrije woorden: Misdrijf van voyeurisme - Verspreiding van een naaktfoto - Materieel bestanddeel - Voorwaarden Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0800.N I S D S, vader van de minderjarige en burgerlijk aansprakelijke partij, eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, II en V BELFIUS VERZEKERINGEN nv, met zetel te 1210 Brussel, Karel Ro-gierplein 11, vrijwillig tussengekomen partij, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, III en VI C V A, moeder van de minderjarige en burgerlijk aansprakelijke partij, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, IV D D S, minderjarige, eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiser woonplaats kiest, de cassatieberoepen I, III, IV en VI tegen

  1. J D C, burgerlijke partij,
  2. S S, burgerlijke partij,
  3. D D C, burgerlijke partij,
  4. R D C, burgerlijke partij,
  5. F S, burgerlijke partij,
  6. H S, burgerlijke partij,
  7. M C, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, jeugdkamer, van 24 juni
  8. De eiseressen II-V en III-VI doen zonder berusting afstand van hun op 8 juli 2019 aangetekend cassatieberoep voor zover deze cassatieberoepen niet regelmatig zouden zijn ingesteld. De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
  9. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest be-antwoordt niet het door de eiser I aangevoerde verweer dat de betrokken feiten geen inbreuk uitmaken op het artikel 371/1, eerste lid, 2°, Strafwetboek, onder meer omdat de bewuste foto een niet-herkenbare persoon toont, terwijl artikel 371/1, eerste lid, 2°, Strafwetboek vereist dat de persoon op de foto herkenbaar is voor derden om een miskenning van de persoonlijke levenssfeer van de getoonde persoon mogelijk te maken.
  10. Het arrest oordeelt onder meer dat: - in deze zaak G D C destijds van zichzelf een naaktfoto heeft gemaakt of laten maken, geruime tijd voor de feiten van 12 juni 2017 en klaarblijkelijk deze foto in het verleden reeds werd verspreid op het internet; - het uiteraard niet deze verspreiding is die thans in rechte wordt geviseerd; - de eiser IV wordt vervolgd om deze naaktfoto van G D C op 12 juni 2017 op sociale media te hebben geplaatst, meer bepaald op een door hem aangemaakt account op instagram, " ... " genaamd, zonder toestemming van G D C; - het niet kan worden betwist dat het een naaktfoto van G D C betreft, die door de eiser IV op dit account werd geplaatst; - bovendien onder de foto de volgende tekst werd geplaatst: "G D C dit is g met zijn dikke lul en zijn sexy sixpack zit hy graag op a maar terwijl hij dit doet gaat hy graag met een ander meisje op stap"; - de eiser IV deze naaktfoto op 12 juni 2017 duidelijk buiten weten en zonder toestemming van G D C plaatste; - integendeel G D C diezelfde avond nog omstreeks 21 uur 01 meermaals aan de beheerder van het instagramaccount, toen enkel gekend onder " ... " en na-derhand geïdentificeerd als de eiser IV vroeg om deze foto te verwijderen, wat hij niet wilde doen; - ook het vriendinnetje van G D C, A V S, die avond aan de eiser IV smeekte om de foto te verwijderen. Met deze redenen stelt het arrest vast dat de persoon op de foto voor derden wel degelijk herkenbaar was als G D C en beantwoordt het aldus het bedoelde ver-weer. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  11. Het onderdeel voert schending aan van artikel 371/1 Strafwetboek: het ar-rest verklaart de telastlegging bewezen zonder voor de in de telastlegging ver-melde slachtoffers duidelijk en ondubbelzinnig vast te stellen dat de foto her-kenbaar is; artikel 371/1 Strafwetboek moet immers in verband worden gebracht met de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, zodat de persoon op de ver-spreide foto herkenbaar moet zijn, aangezien een persoon niet kan voorhouden in zijn persoonlijke levenssfeer te zijn geschaad door verspreiding van een foto waarop hij niet herkenbaar is; de omstandigheid dat een foto door een derde wordt toegeschreven aan een bepaalde persoon kan nog niet worden beschouwd als de herkenbaarheid van de foto.
  12. Artikel 371/1, eerste lid, 2°, Strafwetboek bestraft hij die de beeld- of ge-luidsopname van een ontblote persoon of een persoon die een expliciete seksuele daad stelt zonder diens toestemming of buiten diens medeweten toont, toeganke-lijk maakt of verspreidt, ook al heeft die persoon ingestemd met het maken er-van.
  13. Die strafbepaling die door de wetgever werd ingevoegd in een hoofdstuk onder de titel Misdaden en wanbedrijven tegen de orde der familie en de tegen de openbare zedelijkheid beoogt volgens de wetsgeschiedenis niet uitsluitend de bescherming van de persoonlijke levenssfeer waaronder de seksuele intimiteit, maar ook de seksuele integriteit. Noch uit de strafbaarstelling zelf noch uit de wetsgeschiedenis volgt dat de herkenbaarheid voor derden aan de hand van de getoonde, toegankelijk gemaakte of verspreide beeld- of geluidsopname een con-stitutief bestanddeel is van het misdrijf. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verleent akte van de afstanden zoals voormeld. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep. Bepaalt de kosten in het geheel op 305,99 euro waarvan op de cassatieberoepen I, III en VI elk 52,16 euro verschuldigd is, op de cassatieberoepen II en V elk 13,67 euro en op het cassatieberoep IV 52,17 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, sa-mengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Eric de Formanoir en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 29 oktober 2019 uitgesproken door waarne-mend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191029.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.