id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 31 oktober 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191031.1 Rolnummer: F.16.0024.N Zaak: CROWN VERPAKKING BELGIE nv c. BELGISCHE STAAT, FOD FINA Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2019-11-26 Raadplegingen: 1038 - laatst gezien 2026-06-29 07:04 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het bericht van wijziging dat volgens artikel 251 WIB64 moet worden toegezonden, is bedoeld om de belastingplichtige de gelegenheid te geven zijn opmerkingen naar voor te brengen of met kennis van zaken zijn akkoord te betuigen met de voorgenomen aanslag. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Wijziging door de administratie van een aangifte Vrije woorden: Wijzigingsbericht Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1964 - 26-02-1964 - Art. 251 - 31 Link Justel databank 19640226-31 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 346 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Fiche 2 Artikel 251 WIB64 verzet er zich niet tegen dat de administratie tijdens de procedure bijkomende gegevens en argumenten aanvoert ter ondersteuning van wat in het bericht van wijziging van aangifte wordt aangevoerd; uit het feit alleen dat de administratie achteraf de wijziging anders motiveert dan in het bericht van wijziging en dat de rechter die nieuwe motivering aanneemt als rechtvaardiging van de wijziging kan niet worden afgeleid dat het bericht niet regelmatig gemotiveerd was. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Wijziging door de administratie van een aangifte Vrije woorden: Wijzigingsbericht - Motivering - Geschil in rechte - Bijkomende motivering ter ondersteuning van het wijzigingsbericht - Gevolg voor de regelmatigheid van het wijzigingsbericht Wettelijke bepalingen: Wetboek Inkomstenbelastingen 1964 - 26-02-1964 - Art. 251 - 31 Link Justel databank 19640226-31 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 346 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Annotaties Publicaties: Fiscale Actualiteit [Fisc.Act.] - 2019, nr. 39, p. 1-
- - GNEDASJ, Svjatoslav; Noot'Antwerps verzet tegen kostenaftrek in cash drain-verrichtingen: gedoemd tot cassatie?' Tekst van de beslissing Nr. F.16.0024.N CROWN VERPAKKING BELGIE nv, met zetel te 2660 Antwerpen (Hoboken), Krugerstraat 232, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de Gewestelijke directeur der Directe Belastingen te Antwerpen, tweede directie, met kantoor te 2500 Lier, Kruisbogenhofstraat 24, bus 1, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 10 november
- Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 9 september 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Alle inkomsten en opbrengsten van roerende goederen en kapitalen die door een handelsvennootschap worden gebruikt voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid zijn beroepsinkomsten. De omstandigheden dat tussen een verrichting van een vennootschap en haar statutair doel geen verband bestaat en dat een verrichting uitsluitend werd gesteld met het oog op een belastingvoordeel, sluiten bijgevolg niet uit dat de inkomsten en opbrengsten die het resultaat zijn van deze verrichting als beroepsinkomsten worden aangemerkt.
- Krachtens artikel 44, eerste lid, WIB64 zijn de kosten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden als beroepskosten aftrekbaar. Deze bepaling is, krachtens artikel 96 van hetzelfde wetboek, van toepassing op de handelsvennootschappen. Uit deze bepaling volgt niet dat de aftrek van beroepskosten afhankelijk is van de voorwaarde dat zij inherent zijn aan de maatschappelijke activiteit van de handelsvennootschap zoals die blijkt uit haar maatschappelijk doel.
- De omstandigheden dat tussen een verrichting van een vennootschap en haar maatschappelijke activiteit of statutair doel geen verband bestaat en dat een verrichting uitsluitend werd gesteld met het oog op een belastingvoordeel, sluiten als dusdanig niet uit dat de kosten die met zulke verrichtingen verband houden als aftrekbare beroepskosten kunnen worden aangemerkt.
- De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de bedoelde verrichtingen louter tot doel hadden om de inkomstenbelastingen te verminderen en de eiseres met die verrichtingen nooit de intentie heeft gehad om tot een positief boekhoudkundig resultaat te komen; - het bij voorbaat weloverwogen verlies van 25.014.452 frank, hetzij 620.092,07 euro, geen aftrekbare bedrijfslast is omdat dit verlies niet werd gedaan of gedragen om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden; - de omstandigheid dat de obligaties daadwerkelijk tot de ontvangst van interest hebben geleid, daaraan geen afbreuk doet. Door aldus te oordelen dat de gemaakte kosten geen aftrekbare beroepskosten uitmaken, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Tweede middel Eerste onderdeel
- Belastingen zijn van openbare orde. Bijgevolg dient de rechter zelf, zowel in feite als in rechte, te beslissen over het bestaan van de belastingschuld wanneer hij daartoe wordt uitgenodigd door de vorderingen die door de partijen worden gesteld.
- Het bericht van wijziging dat volgens artikel 251 WIB64 moet worden toegezonden, is bedoeld om de belastingplichtige de gelegenheid te geven zijn opmerkingen naar voor te brengen of met kennis van zaken zijn akkoord te betuigen met de voorgenomen aanslag. Artikel 251 WIB64 verzet er zich niet tegen dat de administratie tijdens de procedure bijkomende gegevens en argumenten aanvoert ter ondersteuning van wat in het bericht van wijziging van aangifte wordt aangevoerd. Uit het feit alleen dat de administratie achteraf de wijziging anders motiveert dan in het bericht van wijziging en dat de rechter die nieuwe motivering aanneemt als rechtvaardiging van de wijziging kan niet worden afgeleid dat het bericht niet regelmatig gemotiveerd was.
- De verrekening van het FBB maakte het voorwerp uit van de fiscale betwisting. Bijgevolg diende de rechter zelf na te gaan of aan alle voorwaarden voor die verrekening was voldaan, zelfs wanneer de toepassing van een van die voorwaarden pas voor het eerst in hoger beroep door de verweerder in vraag werd gesteld. De appelrechters vermochten de aanslag te handhaven op grond van de vaststelling dat de eiseres niet het bewijs leverde van de Italiaanse bronheffing, ook al maakte het bericht van wijziging daarvan geen melding. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- De appelrechters stellen vast dat “[de verweerder] ook [inroept] dat [de eiseres] niet aantoont dat de kwestieuze inkomsten in het buitenland (met name in Italië) aan bronheffing werden onderworpen en dat deze belasting ten haren laste is” en dat “de administratie dit argument weliswaar niet [heeft] aangevoerd tijdens de administratieve procedure”. Aldus geven de appelrechters te kennen dat in het bericht van wijziging, dat tijdens de administratieve procedure werd opgemaakt, niet als reden van de wijziging werd aangevoerd dat niet was bewezen dat de Italiaanse bronheffing was betaald. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Derde onderdeel
- In haar syntheseconclusie voerde de eiseres enkel aan dat het “onredelijk” is van de verweerder om na meer dan 20 jaar aan haar te vragen om de nodige bewijsstukken voor te leggen, zonder dat zij daarbij aanvoerde dat hij aldus rechtsmisbruik pleegde. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Vierde onderdeel
- De eiseres voerde niet aan dat de verweerder rechtsmisbruik pleegde door van haar het bewijs te eisen van de betaling van Italiaanse bronheffing. Het onderdeel is nieuw en bijgevolg niet ontvankelijk. Vijfde onderdeel
- De appelrechters oordelen dat “het aan [de eiseres] [behoort] om het bewijs te leveren dat de kwestieuze inkomsten effectief belast geweest zijn in Italië” en dat “[de eiseres] weliswaar beweert dat op de intresten Italiaanse belasting werd betaald van 6,25%, respectievelijk 12,5%, doch daarvan het bewijs [niet] levert”. Aldus verwerpen en beantwoorden de appelrechters het bedoelde verweer. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de toepassing van artikel 44 WIB64 en oordeelt over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Alain Smetryns, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 31 oktober 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191031.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200925.1N.1 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220923.1N.3 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231123.1N.5 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240115.3F.6 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250124.1N.2 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260212.1N.2 ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.139 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div