id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191105.1 Rolnummer: P.19.0384.N Zaak: PROCUREUR GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROE contra M. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Belastingrecht Invoerdatum: 2019-11-07 Raadplegingen: 941 - laatst gezien 2026-06-28 23:40 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Een verhoor in de zin van artikel 47bis Wetboek van Strafvordering is een geleide ondervraging over misdrijven die aan een in dat artikel bedoelde persoon te laste kunnen worden gelegd, door een daartoe bevoegde ambtenaar geacteerd in een proces-verbaal in het kader van een opsporings- of gerechtelijk onderzoek, met als doel de waarheid te vinden, maar dat artikel is niet van toepassing op spontane verklaringen of aanwijzingen van een persoon die op zijn gedrag of situatie wordt aangesproken door een daartoe bevoegde ambtenaar, wiens interpellatie enkel bedoeld is om zich een juist beeld van de vastgestelde feiten te vormen teneinde vervolgens een gepaste beslissing te kunnen nemen; het enkele gegeven dat de vastgestelde feiten kunnen wijzen op het bestaan van een misdrijf of dat een administratieve controle kan leiden tot strafvervolging, houdt nog niet in dat een vraag die een ambtenaar in het kader van een dergelijke controle stelt, steeds een verhoor uitmaakt in de zin van artikel 47bis Wetboek van Strafvordering en of dit het geval is dient te worden beoordeeld op grond van onder meer de feitelijke omstandigheden van de zaak, de aard en het doel van de administratieve controle, de bevoegdheden van de ambtenaar en in het licht van dit alles de evidentie en de omvang van de vraagstelling; levert aldus nog geen verhoor op in de zin van artikel 47bis Wetboek van Strafvordering het enkele gegeven dat een douaneambtenaar, die bij een grenspostcontrole een aanzienlijk bedrag aan contante gelden aantreft in de bagage van een reiziger die voorheen heeft ontkend iets te moeten aangeven, aan die reiziger een vraag stelt met betrekking tot de herkomst of de bestemming van de aangetroffen gelden aangezien dat in die context een evidente vraag betreft die de loutere informatiegaring waarvoor de ambtenaar bevoegd is niet te buiten gaat
(1).
(1)Cass 28 mei 2019, AR P.19.0127.N ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190528.13, AC 2019, nr. 330; M.-A. BEERNAERT, H.-D. BOSLY, D. VANDERMEERSCH, Droit de la procédure pénale, La Charte, 2017, pp.397-
- Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - OPSPORINGSONDERZOEK - Opsporingshandelingen Vrije woorden: Artikel 47bis Wetboek van Strafvordering - Verhoor - Begrip - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Onderzoek in strafzaken - Opsporingsonderzoek - Artikel 47bis Wetboek van Strafvordering - Verhoor - Begrip - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: Douaneambtenaar - Grenspostcontrole - Aantreffen van een bedrag aan contant geld - Vraag met betrekking tot de herkomst - Verhoor - Begrip - Draagwijdte - Gevolg Annotaties Publicaties: NC-Nullum Crimen: Tijdschrift voor straf-en strafprocesrecht - 2021, nr. 5, p. 416-
- - DE SMEDT, Jente; Noot'Vragen staat vrij, verhoren niet. Op weg naar een positieve definitie van het begrip'verhoor'uit artikel 47bis Sv.?' Tekst van de beslissing Nr. P.19.0384.N PROCUREUR GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, eiser, tegen R C Y M, beklaagde, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 26 maart
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 47bis Wetboek van Strafvordering: met de redenen die het bevat, onderzoekt het arrest niet of de douaneambtenaren een verhoor in de zin van artikel 47bis Wetboek van Strafvordering hebben afgenomen en geeft het een te brede invulling aan het toepassingsgebied van die wetsbepaling en aan wat onder een verhoor in de zin van die wetsbepaling dient te worden begrepen; er is hier geen sprake van een verhoor in de zin van artikel 47bis Wetboek van Strafvordering, maar van inlichtingen en verkennende gesprekken; het optreden van de douane betreft een situatie die gelijk te stellen is met betrapping op heterdaad.
- Een verhoor in de zin van artikel 47bis Wetboek van Strafvordering is een geleide ondervraging over misdrijven die aan een in dat artikel bedoelde persoon ten laste kunnen worden gelegd, door een daartoe bevoegde ambtenaar geacteerd in een proces-verbaal in het kader van een opsporings- of gerechtelijk onderzoek, met als doel de waarheid te vinden. Dat artikel is daarentegen niet van toepassing op spontane verklaringen of aanwijzingen van een persoon die op zijn gedrag of situatie wordt aangesproken door een daartoe bevoegde ambtenaar, wiens interpellatie enkel bedoeld is om zich een juist beeld van de vastgestelde feiten te vormen teneinde vervolgens een gepaste beslissing te kunnen nemen.
- Het enkele gegeven dat de vastgestelde feiten kunnen wijzen op het bestaan van een misdrijf of dat een administratieve controle kan leiden tot strafvervolging, houdt nog niet in dat een vraag die een ambtenaar in het kader van een dergelijke controle stelt, steeds een verhoor uitmaakt in de zin van artikel 47bis Wetboek van Strafvordering. Of dit het geval is, dient te worden beoordeeld op grond van onder meer de feitelijke omstandigheden van de zaak, de aard en het doel van de administratieve controle, de bevoegdheden van de ambtenaar en in het licht van dit alles de evidentie en de omvang van de vraagstelling. Levert aldus nog geen verhoor op in de zin van artikel 47bis Wetboek van Strafvordering het enkele gegeven dat een douaneambtenaar, die bij een grenspostcontrole een aanzienlijk bedrag aan contante gelden aantreft in de bagage van een reiziger die voorheen heeft ontkend iets te moeten aangeven, aan die reiziger een vraag stelt met betrekking tot de herkomst of de bestemming van de aangetroffen gelden. Dat betreft immers in die context een evidente vraag die de loutere informatiegaring waarvoor de ambtenaar bevoegd is, niet te buiten gaat.
- Het arrest weigert rekening te houden met de aanvankelijke verklaring van de verweerster aan de douaneambtenaren bij de beoordeling van haar schuld aan de telastlegging A (witwassen) op grond van de volgende redenen: - er moet worden aangenomen dat de verweerster niet spontaan bijkomende informatie over de ontdekte cashgelden heeft verschaft, maar heeft geantwoord op gerichte vragen die haar werden gesteld omdat door het aantreffen van de gelden tegen haar een verdenking groeide; - deze communicatie, waarvan enkel de antwoorden van de verweerster werden genoteerd, overstijgt de fase van de vraagstelling of zij iets had aan te geven; - er is in dit stadium ook geen sprake meer van het verzamelen van inlichtingen of een vraag om toelichting om zich een beeld te vormen van de omstandigheden, bijvoorbeeld met betrekking tot de identiteit, het diplomatiek statuut of de reisbewegingen van de verweerster, maar van incriminerende vragen met een strafrechtelijke finaliteit over een vermeend misdrijf, die Salduz-rechten voor de verweerster openden; - de administratieve controle kon leiden tot een opsporing en vervolging en tot sancties in de zin van artikel 6.1 EVRM, waarbij de door de douaneambtenaren opgestelde stukken aanleiding konden geven tot de strafvervolging of minstens in de strafvervolging konden worden gebruikt; - aangezien er een strafrechtelijke finaliteit mogelijk was, dienden de douanediensten de regels voorgeschreven in artikel 47bis Wetboek van Strafvordering na te leven; - niets belette de douanebeambten de aangetroffen gelden in beslag te nemen en het verhoor van de verweerster, indien zij geen afstand deed van deze rechten, te verdagen naar een later tijdstip. Op grond van die redenen kan het arrest niet wettig oordelen dat het hier een verhoor betrof dat is onderworpen aan de vereisten van artikel 47bis Wetboek van Strafvordering en dat bijgevolg met die aanvankelijke verklaring geen rekening wordt gehouden. Het onderdeel is gegrond. Eerste onderdeel
- Het onderdeel dat niet kan leiden tot ruimere cassatie, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest behoudens waar het zich uitspreekt over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van het openbaar ministerie en de rechtsmacht in hoger beroep. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Laat een tiende van de kosten ten laste van de Staat. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Bepaalt de kosten op 153,65 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en op de openbare rechtszitting van 5 november 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191105.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20211026.2N.5 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230509.2N.7 precedenten: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190528.13 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211109.2N.10 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230607.2F.10 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230926.2N.4 ECLI:BE:CASS:2024:ARR.20240326.2N.5 ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250520.2N.23 ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260127.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div