← België

SERVAGRI nv contra ESC BELGIUM bvba

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191107.13 Rolnummer: C.19.0048.N Zaak: SERVAGRI nv contra ESC BELGIUM bvba Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-12-02 Raadplegingen: 526 - laatst gezien 2026-06-28 10:52 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191107.13 Fiches 1 - 2 Wanneer partijen in de arbitrageovereenkomst in de mogelijkheid hebben voorzien om tegen de arbitrale uitspraak hoger beroep in te stellen, kunnen zij geen vordering tot vernietiging instellen zolang de beroepstermijn niet is verstreken of zolang het hoger beroep nog hangende is voor de arbiters; hieruit volgt ook dat zij het recht op hoger beroep moeten aanwenden vooraleer een vordering tot nietigheid te kunnen instellen

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARBITRAGE Vrije woorden: Arbitrageovereenkomst - Hoger beroep tegen de arbitrale uitspraak - Vordering tot vernietiging - Voorwaarden - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1716, en 1717, § 1 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - BURGERLIJKE ZAKEN - Bevoegdheid - Algemeen Vrije woorden: Arbitrageovereenkomst - Hoger beroep tegen de arbitrale uitspraak - Vordering tot vernietiging - Voorwaarden - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1716, en 1717, § 1 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 3 - 4 Artikel 1718 Gerechtelijk Wetboek dat de openbare orde raakt, strekt ertoe te verhinderen dat aan partijen die een band met België hebben de rechtsbescherming van de vernietigingsprocedure wordt ontnomen; dit verbod strekt zich uit tot bepalingen waarbij aan de partijen de facto de toegang tot de vernietigingsprocedure wordt ontzegd; zulks is het geval wanneer aan het uitputten van de rechtsmiddelen voorafgaand aan de vordering tot vernietiging van de arbitrale uitspraak, kennelijk onredelijke financiële voorwaarden worden gesteld
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: ARBITRAGE Vrije woorden: Arbitrageovereenkomst - Beding tot uitsluiting van elke vordering tot vernietiging van een arbitrale uitspraak - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1718 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Vrije woorden: Arbitrageovereenkomst - Verbod tot het ontnemen van de rechtsbescherming van de vernietigingsprocedure - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1718 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Annotaties Publicaties: Journal des tribunaux [JT] - 2020, n° 21, p. 440-
  1. - HERINCKX, Yves; Note'L'arbitrage, son coût et le droit d'accès au juge' Tekst van de beslissing Nr. C.19.0048.N SERVAGRI nv, met zetel te 7501 Orcq, rue de la Terre à Briques 3, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen ESC BELGIUM bvba, met zetel te 1840 Londerzeel, Steenhuffeldorp 57, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 3 september
  2. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft op 18 september 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  3. Krachtens artikel 1716 Gerechtelijk Wetboek kan tegen een arbitrale uitspraak alleen hoger beroep worden ingesteld indien de partijen in deze mogelijkheid hebben voorzien in de arbitrageovereenkomst. Tenzij anders werd bedongen, is de termijn om hoger beroep in te stellen een maand vanaf de mededeling van de arbitrale uitspraak gedaan overeenkomstig artikel
  4. Artikel 1717, § 1, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat een vordering tot vernietiging enkel ontvankelijk is wanneer de uitspraak niet meer voor de arbiters kan worden aangevochten.
  5. Uit deze bepalingen volgt dat wanneer partijen in de arbitrageovereenkomst in de mogelijkheid hebben voorzien om tegen de arbitrale uitspraak hoger beroep in te stellen, zij geen vordering tot vernietiging kunnen instellen zolang de beroepstermijn niet is verstreken of zolang het hoger beroep nog hangende is voor de arbiters. Hieruit volgt ook dat zij het recht op hoger beroep moeten aanwenden vooraleer een vordering tot nietigheid te kunnen instellen.
  6. Krachtens artikel 1718 Gerechtelijk Wetboek is een beding in de arbitrageovereenkomst of in een latere overeenkomst tot uitsluiting van elke vordering tot vernietiging van een arbitrale uitspraak ongeoorloofd wanneer een van de partijen een natuurlijke persoon met de Belgische nationaliteit of met woonplaats of gewone verblijfplaats in België is of een rechtspersoon die haar statutaire zetel, voornaamste vestiging of een bijkantoor in België heeft.
  7. Deze bepaling die de openbare orde raakt, strekt ertoe te verhinderen dat aan partijen die een band met België hebben de rechtsbescherming van de vernietigingsprocedure wordt ontnomen. Dit verbod strekt zich uit tot bepalingen waarbij aan de partijen de facto de toegang tot de vernietigingsprocedure wordt ontzegd. Zulks is het geval wanneer aan het uitputten van de rechtsmiddelen voorafgaand aan een vordering tot vernietiging van de arbitrale uitspraak, kennelijk onredelijke financiële voorwaarden worden gesteld.
  8. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - zowel de eiseres als de verweerster vennootschappen zijn die in België gevestigd zijn; - het voorwerp van het geschil een geldelijke waarde heeft van ca. 40.000 euro; - de verweerster bij arbitrale beschikking van 17 maart 2017 werd veroordeeld tot een bedrag van 40.850 euro in hoofdsom; - de verweerster hoger beroep aantekende tegen de arbitrale beslissing bij het “Europese RUCIP committee”; - het “Europese RUCIP committee” verzocht om de betaling van 15.207 euro; - de verweerster dit bedrag niet betaalde zodat het hoger beroep geacht werd te zijn ingetrokken; - de verweerster een vordering instelde tot nietigverklaring van de arbitrale beschikking.
  9. In die omstandigheden vermocht de rechter op grond van de onder r.o. 4 in de plaats gestelde redenen naar recht de vordering tot nietigverklaring van de arbitrale uitspraak van 17 maart 2017 ontvankelijk te verklaren. Het middel dat, al was het gegrond, niet tot cassatie kan leiden, is, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 699,36 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en de raadsheren Geert Jocqué en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 7 november 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191107.13 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191107.13 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241108.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.