← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191112.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191112.2 Rolnummer: P.19.0594.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Internationaal publiekrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2019-11-14 Raadplegingen: 705 - laatst gezien 2026-06-29 08:06 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Noch uit artikel 6 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, noch uit artikel 47bis (oud) Wetboek van Strafvordering volgt dat de rechter geen acht mag slaan op het verhoor van een verdachte omdat diens raadsman zich tijdens dat verhoor niet zou hebben beperkt tot het houden van toezicht op de naleving van de rechten van die verdachte, maar zich actief in het verhoor zou hebben gemengd

(1).
(1)Zie Cass. 24 januari 2012, AR P.12.0106.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120124.5, AC 2012, nr. 64; T. DECAIGNY, M. COLETTE en P. DE HERT, "Wet consultatie- en bijstandsrecht. Wet van 13 augustus 2011 als antwoord op Salduz-rechtspraak", NJW 2011,
  1. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.3 Vrije woorden: Recht op een eerlijk proces - Bijstand van een raadsman - Verhoor van de verdachte - Artikel 47bis (oud) Wetboek van Strafvordering - Tussenkomst van de raadsman in het verhoor - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Verhoor van de verdachte - Artikel 47bis (oud) Wetboek van Strafvordering - Bijstand van een raadsman - Tussenkomst van de raadsman in het verhoor - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Onderzoeksverrichtingen Vrije woorden: Verhoor van de verdachte - Artikel 47bis (oud) Wetboek van Strafvordering - Bijstand van een raadsman - Tussenkomst van de raadsman in het verhoor - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0594.N E P C D C, beklaagde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Maarten Vandermeersch, advocaat bij de balie West-Vlaanderen, met kantoor te 8500 Kortrijk, Burgemeester Nolfstraat 5, waar de eiser woonplaats kiest, tegen
  2. W S, burgerlijke partij,
  3. A M D, burgerlijke partij,
  4. M S, burgerlijke partij,
  5. N S, burgerlijke partij, met als raadsman mr. Raf Verstraeten, advocaat bij de balie Leuven,
  6. H S, burgerlijke partij,
  7. D S, burgerlijke partij,
  8. E G, burgerlijke partij,
  9. Y W, burgerlijke partij,
  10. R D, in zijn hoedanigheid van voogd ad hoc over de minderjarige kinderen A S, J S, A S en P S, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 6 mei
  11. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  12. Het arrest veroordeelt de eiser solidair met medebeklaagden tot betaling aan de verweerders 7, 8 en 9 van een provisionele schadevergoeding van 1 euro en houdt de beslissing over de definitieve begroting van de schadevergoeding en over de rechtsplegingsvergoeding in eerste aanleg en in hoger beroep voor deze verweerders aan. Dit is geen eindbeslissing noch een uitspraak in een der gevallen bedoeld in arti-kel 420 Wetboek van Strafvordering. In zoverre ook tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep voorbarig en bijgevolg niet ontvankelijk. Eerste middel
  13. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 149 Grond-wet, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van ver-dediging, het recht op een eerlijk proces met inbegrip van het recht op wapenge-lijkheid en het recht op tegenspraak, het recht om getuigen à charge en à déchar-ge te ondervragen en de algemene verplichting van de rechter om te antwoorden op de besluiten van de beklaagde of zijn raadsman: het arrest beantwoordt niet eisers verweer dat het openbaar ministerie en de politiediensten hebben samen-gewerkt met A V W, gegrond onder meer op de plotse huiszoeking in eisers cel, het audiovisueel verhoor van P S van 26 september 2016 en de houding van het openbaar ministerie die de bedoelde samenwerking niet ontkende en op de rechtszitting van 26 juni 2017 weinig verbloemd aangaf dat met A V W is sa-mengewerkt; aldus vermeldt het arrest evenmin de redenen voor de verwerping van eisers aanvoering dat de bewijsgaring onregelmatig is gebeurd; het arrest weigert verder ten onrechte A V W te horen als getuige over zijn samenwerking met de onderzoekers.
  14. De verplichting van artikel 149 Grondwet elk vonnis met redenen te om-kleden houdt niet in dat de rechter moet antwoorden op elk argument dat tot sta-ving van een middel is aangewend, maar zelf geen afzonderlijk middel vormt.
  15. De eiser heeft voor de appelrechters in conclusie de stelling ontwikkeld dat het openbaar ministerie en de politiediensten hebben samengewerkt met A V W.
  16. Het arrest oordeelt betreffende dit verweer als volgt: - de beklaagde A G en de eiser maken geenszins aannemelijk dat de gesprekken die in de gevangenis te Ieper zouden zijn gevoerd tussen de eiser en A V W zouden zijn afgeluisterd of opgenomen; - dit wordt enkel beweerd in een artikel in de krant Het Laatste Nieuws van 19 juni 2017, dat is gebaseerd op de gezegdes van de als fantast bestempelde A V W zodat dit evenzeer een verzinsel van deze laatste kan zijn; - bovendien stelt de eiser noch in zijn conclusie van 21 december 2018 noch in zijn syntheseconclusie van 22 februari 2019 dat hij in de gevangenis van Ieper samen met A V W op cel zou hebben gezeten; - dit wordt trouwens bevestigd door een stuk dat werd neergelegd op de rechts-zitting van de eerste rechter van 26 juni 2017, meer bepaald een fiche uit-gaande van de gevangenis te Ieper en gedateerd op 13 september 2016, waar-uit blijkt dat de eiser in cel 35 zat en A V W in cel 41; - het valt dan ook niet in te zien hoe het technisch mogelijk zou zijn geweest om via directe afluistering "meer dan 200 gesprekken" tussen de eiser en A V W af te luisteren en op te nemen; - het wordt daarnaast door de beklaagde A G of door de eiser niet in het minst aannemelijk gemaakt dat A V W een burgerinfiltrant zou zijn die door de FGP in de gevangenis van Ieper zou zijn gedropt; - geen enkel gegeven in het uitgebreide strafdossier doet dit zelfs maar ver-moeden; - het hele gerechtelijke onderzoek werd in alle transparantie en op loyale wijze gevoerd en bij het uitvaardigen van tapmaatregelen en bij het gebruik van bij-zondere opsporingsmethodes werden de door de wet bepaalde procedures ri-goureus nageleefd, zodat het volkomen onwaarschijnlijk is dat de onderzoeks-rechter of het openbaar ministerie de toestemming zou hebben gegeven om in de gevangenis op illegale wijze een directe afluistering te organiseren of een verboden burgerinfiltrant op te sluiten; - evenmin bevat het dossier enig geloofwaardig gegeven dat A V W zou zijn opgetreden als een informant voor de politie zoals bedoeld in artikel 47decies Wetboek van Strafvordering; - een artikel in de krant Het Laatste Nieuws gebaseerd op een gesprek met een als fantast en oplichter omschreven persoon maakt dit niet aannemelijk. Met die redenen beantwoordt het arrest eisers verweer betreffende de beweerde samenwerking tussen de politie en justitie en A V W, zonder dat het afzonderlijk diende te antwoorden op de door het middel bedoelde argumenten die geen zelf-standig verweer vormden. In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 149 Grondwet, kan het niet worden aangenomen.
  17. Met die redenen beantwoordt het arrest ook eisers verweer betreffende de onregelmatige bewijsgaring en stelt het hem in staat de redenen voor die afwij-zende beslissing te begrijpen. In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 6 EVRM, kan het evenmin worden aangenomen.
  18. Het arrest geeft met die redenen ten slotte ook te kennen dat aangezien de bewering dat sprake is geweest van enige samenwerking tussen A V W en de po-litiediensten geenszins aannemelijk wordt gemaakt, het verhoor van A V W als getuige à décharge niet pertinent is. Met die redengeving, welke de eiser in staat stelt de beslissing te begrijpen, verantwoordt het arrest de beslissing naar recht. In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 6 EVRM, kan het niet wor-den aangenomen. Tweede middel
  19. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 149 Grond-wet, alsmede miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van ver-dediging, het recht op een eerlijk proces met inbegrip van het recht op wapenge-lijkheid en het recht op tegenspraak, alsook de algemene verplichting van de rechter om te antwoorden op de besluiten van de beklaagde of zijn raadsman: het arrest beantwoordt niet eisers verweer betreffende de deloyale houding van de politieonderzoekers, zoals die blijkt uit het ten onrechte viseren van een bepaal-de verdachte en uit het stellen van uiterst suggestieve en vooringenomen vragen, alsook zijn aanvoering dat dit tot de onontvankelijkheid van de strafvordering had moeten leiden; het arrest biedt geen rechtsherstel voor dit deloyaal handelen.
  20. De verplichting van artikel 149 Grondwet elk vonnis met redenen te om-kleden houdt niet in dat de rechter moet antwoorden op elk argument dat tot sta-ving van een middel is aangewend, maar zelf geen afzonderlijk middel vormt.
  21. Het arrest oordeelt dat door de beklaagden geenszins aannemelijk wordt gemaakt dat de bewijselementen betreffende de beslissing over de schuld of on-schuld zijn verkregen door gebruik van deloyale middelen en dat er naar het oor-deel van de appelrechters geen objectieve redenen bestaan die bij één van de par-tijen een gerechtvaardigde vrees kunnen doen ontstaan dat het strafdossier een-zijdig à charge is samengesteld en geen onderzoek à décharge werd gevoerd. Met die redenen beantwoordt het arrest eisers verweer over het deloyaal hande-len door de politie, zonder dat het diende te antwoorden op de in het middel vermelde argumenten die slechts werden aangevoerd tot staving van dit verweer, zonder evenwel een afzonderlijk middel te vormen. In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 149 Grondwet, kan het niet worden aangenomen.
  22. Voor het overige komt het middel op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de rechter of is het afgeleid uit het vergeefs aangevoerde mo-tiveringsgebrek. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Derde middel
  23. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet en artikel 47bis (oud en nieuw) Wetboek van Strafvordering, alsmede misken-ning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging, het recht op een eerlijk proces met inbegrip van het recht op wapengelijkheid en het recht op tegenspraak, alsook de algemene verplichting van de rechter om te antwoorden op de besluiten van de beklaagde en zijn raadsman: het arrest beantwoordt niet eisers verweer dat het verhoor van F L van 16 juni 2015 de facto een verklaring van zijn raadsman is en niet strookt met de elementaire en wettelijke regels van een verhoor en derhalve uit het debat moet worden geweerd; artikel 6 EVRM be-paalt niet dat de raadsman tijdens het verhoor advies aan de verdachte mag ge-ven of inspraak krijgt in het verhoor en artikel 47bis, § 6, 7°, (nieuw) Wetboek van Strafvordering bepaalt dat het de advocaat niet is toegelaten te antwoorden in de plaats van de verdachte of het verloop van het verhoor te hinderen; het ver-hoor van F L werd afgelegd in strijd met die wetsbepalingen en het arrest steunt eisers veroordeling onwettig op die verklaring.
  24. Artikel 47bis, § 6, 7), c), tweede lid, Wetboek van Strafvordering, in wer-king getreden op 27 november 2016, is niet van toepassing op verhoren die voor die datum plaatsvonden. In zoverre het middel schending van die wetsbepaling aanvoert, faalt het naar recht.
  25. Noch uit artikel 6 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, noch uit artikel 47bis (oud) Wetboek van Strafvordering volgt dat de rechter geen acht mag slaan op het verhoor van een verdachte omdat diens raadsman zich tijdens dat verhoor niet zou hebben beperkt tot het houden van toezicht op de naleving van de rechten van die verdachte, maar zich actief in het verhoor zou hebben gemengd. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  26. De verplichting van artikel 149 Grondwet elk vonnis met redenen te om-kleden houdt niet in dat de rechter moet antwoorden op elk argument dat tot sta-ving van een middel is aangewend, maar zelf geen afzonderlijk middel vormt.
  27. Met een geheel van redenen die het arrest bevat, beoordeelt het de diverse verklaringen die F L heeft afgelegd, waaronder die van 16 juni
  28. Het betrekt die verklaringen bij de beoordeling van de schuld van de eiser. Aldus geeft het te kennen dat dit verhoor niet waardeloos is en wel degelijk als bewijs in aanmer-king kan worden genomen en beantwoordt en verwerpt het de door het middel bedoelde aanvoering. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek
  29. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 404,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Geert Jocqué, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en op de openbare rechtszitting van 12 november 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191112.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230207.2N.9 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20231128.2N.11 precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120124.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.