← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191112.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191112.3 Rolnummer: P.19.0757.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2019-11-14 Raadplegingen: 1217 - laatst gezien 2026-06-29 07:31 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De schadevergoeding moet het slachtoffer terugplaatsen in de toestand waarin hij zich zou bevonden hebben, mocht het schadegeval zich niet hebben voorgedaan en dit houdt in dat de aansprakelijke de schade volledig moet vergoeden; wanneer het slachtoffer reeds voorafgaand aan het schadegeval schade heeft geleden of een beperking vertoonde, wordt enkel de nieuwe schade of de verergering van de bestaande schade vergoed

(1).
(1)Cass. 2 februari 2011, AR P.10.1601.F ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110202.2, AC 2011, nr. 98, RW 2012-2013, 300-303 met noot van B. WEYTS, "Het leerstuk van de voorbeschiktheid tot schade als loutere toepassing van de regel van de integrale schadeloosstelling. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING Vrije woorden: Schadevergoeding - Oorzakelijk verband - Reeds voorafbestaande schade - Draagwijdte - Gevolg Fiche 2 De schadevergoeding moet het slachtoffer terugplaatsen in de toestand waarin hij zich zou bevonden hebben, mocht het schadegeval zich niet hebben voorgedaan en dit houdt in dat de aansprakelijke de schade volledig moet vergoeden; wanneer het slachtoffer reeds voorafgaand aan het schadegeval schade heeft geleden of een beperking vertoonde, wordt enkel de nieuwe schade of de verergering van de bestaande schade vergoed
(1).
(1)Cass. 2 februari 2011, AR P.10.1601.F ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110202.2, AC 2011, nr. 98, RW 2012-2013, 300-303 met noot van B. WEYTS, "Het leerstuk van de voorbeschiktheid tot schade als loutere toepassing van de regel van de integrale schadeloosstelling". Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - OORZAAK - Middellijke of onmiddellijke oorzaak Vrije woorden: Reeds voorafbestaande schade - Schadevergoeding - Omvang Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0757.N KBC VERZEKERINGEN nv, met zetel te 3000 Leuven, Professor Roger Van Overstraetenplein 2, vrijwillig tussengekomen partij, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
  1. S D, burgerlijke partij,
  2. R V, burgerlijke partij,
  3. D D, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctio-nele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Veurne, van 26 juni
  4. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Eerste middel
  5. Het middel voert schending aan van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek en miskenning van het wettelijk begrip "oorzakelijk verband": de ap-pelrechters veroordelen de eiseres ten onrechte tot vergoeding van de volledige schade wegens blijvende persoonlijke ongeschiktheid aangezien de eerste ver-weerder reeds vóór het schadegeval getroffen was door bepaalde schade.
  6. De schadevergoeding moet het slachtoffer terugplaatsen in de toestand waarin hij zich zou bevonden hebben, mocht het schadegeval zich niet hebben voorgedaan. Dit houdt in dat de aansprakelijke de schade volledig moet vergoe-den. Wanneer het slachtoffer reeds voorafgaand aan het schadegeval schade heeft ge-leden of een beperking vertoonde, wordt enkel de nieuwe schade of de vererge-ring van de bestaande schade vergoed.
  7. De appelrechters stellen vast en oordelen dat: - de blijvende invaliditeit van 80 pct. van de eerste verweerder moet gezien worden ten opzichte van zijn vooraf bestaande toestand; - de premorbide toestand van de eerste verweerder moet geschat worden op 50 pct. invaliditeit zodat een verschil van 30pct. te wijten is aan het ongeval; - de eerste rechter terecht oordeelde dat de eerste verweerder door het ongeval zijn vooraf bestaande beperkte zelfstandigheid definitief kwijt is door een to-taal verlies aan beroepsmogelijkheden, de onmogelijkheid om een rijbewijs te halen, de dramatische verslechtering van zijn sociale vaardigheden en de ver-slechtering van zijn geheugen, aandacht, coördinatie, handvaardigheid en communicatie.
  8. De appelrechters die op deze gronden oordelen dat de verhoogde vatbaar-heid voor de door de deskundige beschreven schade niet wegneemt dat deze in-tegraal ten laste blijft van de aansprakelijke en de eiseres veroordelen tot ver-goeding van de schade van de eerste verweerder met inbegrip van degene die te wijten is aan zijn vooraf bestaande toestand, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Tweede middel
  9. Het middel voert schending aan van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek en miskenning van het wettelijk begrip "oorzakelijk verband": de ap-pelrechters wijzen ten onrechte de vordering van de eiseres tot schorsing van de interest af.
  10. Vergoedende interest maakt een integrerend deel uit van de vergoeding die voor het herstel van de door een fout veroorzaakte schade wordt toegekend. Hij vormt een aanvullende vergoeding ter compensatie van de schade die voortvloeit uit de vertraging die bij de schadeloosstelling is opgelopen. In zoverre de vertraging te wijten is aan de schuld of de nalatigheid van het slachtoffer, heeft hij geen recht op die vergoeding.
  11. De appelrechters oordelen en stellen vast dat: - er geen verval is van enig recht op interest ingevolge de beweerde inertie van de verweerders gelet op de bijzondere aard van de feiten en de weerslag die dit heeft op de verweerders; - er de tussenkomst van een gerechtsdeskundige was die een voorbehoud voor de toekomst heeft gemaakt en een risico voor epilepsie in het vooruitzicht heeft gesteld maar die moeilijk te voorspellen is; - er van de zijde van de eiseres geen initiatief genomen is om de zaak sneller te behandelen; - in het vonnis van 20 februari 2012 werd vastgesteld dat de eiseres over het advies van de deskundige nog geen standpunt had ingenomen en dat de zaak, mede daarom, niet in staat van wijzen was.
  12. De appelrechters die met deze redenen te kennen geven dat de verweerders geen fout hebben begaan die een vertraging in de schadeloosstelling heeft ver-oorzaakt en op die gronden de vordering van de eiseres om de loop van de ver-goedende interest op te schorten afwijzen, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Omvang van de cassatie
  13. De vernietiging van de beslissing over de burgerlijke rechtsvordering van de eerste verweerder tot vergoeding van zijn persoonlijke ongeschiktheid brengt de vernietiging van de beslissing over de kosten, met inbegrip van de rechtsple-gingsvergoeding, met zich mee wegens het nauw verband tussen de beslissingen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis, in zoverre het oordeelt over de vordering van de eerste verweerder tegen de eiseres tot vergoeding van zijn schade ingevolge blij-vende persoonlijke ongeschiktheid en over de kosten, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde vonnis. Veroordeelt de eiseres tot de helft van de kosten. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, rechtszitting houdend in hoger beroep. Bepaalt de kosten op 740,28 euro waarvan 185,63 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Geert Jocqué, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Sidney Berneman, en op de openbare rechtszitting van 12 november 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Geert Jocqué, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191112.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201008.1F.4 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230504.1F.6 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240517.1F.4 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260108.1N.7 precedenten: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110202.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230620.2N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.