← België

ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191114.11

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191114.11 Rolnummer: C.17.0455.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2019-12-02 Raadplegingen: 551 - laatst gezien 2026-06-28 06:43 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191114.11 Fiches 1 - 2 De clausule in een huwelijkscontract, aangegaan onder het stelsel van scheiding van goederen, dat "bij gebrek aan geschreven rekeningen de echtgenoten vermoed worden de rekeningen die zij wederzijds verschuldigd zijn dag voor dag te hebben vereffend" stelt een vermoeden van verrekening in maar bepaalt niet uitdrukkelijk dat het vermoeden slechts door middel van een geschrift kan worden weerlegd

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: HUWELIJKSVERMOGENSSTELSELS - BEDONGEN STELSELS Vrije woorden: Stelsel van scheiding van goederen - Huwelijkscontract - Clausule inzake verrekening - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1468 en 1469 Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Vermoedens Vrije woorden: Stelsel van scheiding van goederen - Huwelijkscontract - Clausule inzake verrekening - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Artt. 1468 en 1469 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.17.0455.N B. L., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen K. S., verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen van 22 maart
  1. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 22 augustus 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  2. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat partijen ge-huwd zijn onder het stelsel van scheiding van goederen en dat artikel 6 van hun huwelijkscontract het volgende bepaalt: "Artikel 6: REKENINGEN TUSSEN ECHTGENOTEN De echtgenoten zullen onderling om het even welke rekening kunnen opmaken of [contract] sluiten, behalve de beperkingen door de wet voorzien. De echtgenoten zullen onderling gewone of bijzonder geregelde onverdeeldheden kunnen tot stand brengen. De regeling van de onverdeeldheid en de bestemming ervan tot een bepaald doel zullen schriftelijk moeten worden opgemaakt. Indien de echtge-noten onderling onverdeeldheden tot stand hebben gebracht, zullen zij er vrij een einde aan kunnen stellen en uit onverdeeldheid treden bij verdelingsakte, met of zonder opleg. Bij gebrek van geschreven rekeningen zullen de echtgenoten ver-moed worden de rekeningen, die zij wederzijds verschuldigd zijn dag voor dag te hebben vereffend, met inbegrip van die rekeningen die betrekking hebben op de vergoeding voor het familiaal, het huishoudelijk of het sociaal werk van ieder van hen. De verdeling van de gedurende het huwelijk verwezenlijkte besparingen evenals de vaststelling van de rechten van iedere echtgenoot bij een verwerving in onverdeeldheid, zullen vermoed worden gedaan te zijn in vereffening van de rekeningen die de echtgenoten wederzijds verschuldigd zijn."
  3. De appelrechters oordelen dat: - dit beding duidelijk slechts weerlegbaar is bedongen; - bedingen met deze strekking bovendien ook niet het bewijs uitsluiten van het bestaan van een schuldvordering van de ene echtgenoot op de andere; - dit inhoudt dat de geldtransfers vanuit de eigen rekening van de verweerster en waarvan de eiser niet voorhoudt dat hij deze bedragen ooit heeft terugbe-taald, als bewijs kunnen worden gehanteerd voor de vordering van de ver-weerster; - afstand van recht niet wordt vermoed en een beding van afstand van rechten, onder andere van verrekeningsrechten, hoe dan ook van restrictieve interpre-tatie is.
  4. De appelrechters geven aldus van artikel 6 van het huwelijkscontract, dat "bij gebrek van geschreven rekeningen" een vermoeden van verrekening instelt, maar dat niet uitdrukkelijk bepaalt dat het vermoeden slechts door middel van een geschrift kan worden weerlegd, een uitleg die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is. In zoverre het middel miskenning aanvoert van de bewijskracht van het huwe-lijkscontract, mist het feitelijke grondslag.
  5. De appelrechters kennen door voormeld oordeel aan het huwelijkscontract de gevolgen toe die het, volgens hun uitleg ervan, wettig tussen de partijen heeft. Zij schenden derhalve artikel 1134 Burgerlijk Wetboek niet. Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.
  6. In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 1341, eerste lid, Bur-gerlijk Wetboek, verduidelijkt het niet hoe en waardoor deze bepaling is ge-schonden en is het mitsdien, bij gebrek aan nauwkeurigheid, niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiser op 1.264,72 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Alain Smetryns, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 14 november 2019 uitgesproken door sectie-voorzitter Alain Smetryns, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191114.11 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191114.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.