id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191114.12 Rolnummer: C.18.0128.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-12-02 Raadplegingen: 420 - laatst gezien 2026-06-28 06:43 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Voor de toepassing van artikel 804, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek dienen beide voorwaarden, namelijk de verschijning en het neerleggen van conclusies, cumulatief te zijn vervuld. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Niet verschenen partij - Rechtspleging op tegenspraak - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 804, tweede lid Fiches 2 - 3 Het voordeel van artikel 747, §2, zesde lid Gerechtelijk Wetboek vervalt wanneer op deze rechtsdag door geen der partijen een op tegenspraak gewezen vonnis wordt gevorderd en de zaak opnieuw naar de bijzondere rol wordt verwezen. Thesaurus CAS: VONNISSEN EN ARRESTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Niet verschenen partij - Vorderen van een vonnis op tegenspraak - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 747, § 2, zesde lid Wet - 06-07-2017 - zoals van toepassing vóór de wijziging bij - 24 ELI link Pub nr 2017030652 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Niet verschenen partij - Vorderen van een vonnis op tegenspraak - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 747, § 2, zesde lid Wet - 06-07-2017 - zoals van toepassing vóór de wijziging bij - 24 ELI link Pub nr 2017030652 Fiche 4 Aan de verplichting om de exceptie van onontvankelijkheid voor te dragen voor elke andere exceptie of verweermiddel is voldaan wanneer de exceptie wordt voorgedragen in de eerste akte van rechtspleging en vooraleer het debat ten gronde wordt aangegaan, onverschillig in welke volgorde dit gebeurt indien in die akte meerdere excepties worden voorgedragen. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Exceptie van niet-ontvankelijkheid - Voor te dragen voor elke andere exceptie - Eerste akte van rechtspleging - Meerdere excepties - Toepassing Wettelijke bepalingen: Wet - 16-01-2003 - Art. 14, vierde lid - 34 ELI link Pub nr 2003011027 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0128.N O. B., eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen Jean Louis DE CHAFFOY DE COURCELLES, advocaat, in zijn hoedanigheid van curator over het faillissement van Gibau bvba, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van hof van beroep te Antwerpen van 22 november
- Sectievoorzitter Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Krachtens artikel 804, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan, indien een van de partijen niet verschijnt op de zitting waarop de zaak is bepaald of waartoe zij is verdaagd, tegen haar vonnis bij verstek worden gevorderd. Krachtens artikel 804, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, zoals te dezen van toe-passing, is de rechtspleging evenwel op tegenspraak ten aanzien van de partij die is verschenen overeenkomstig artikel 728 of 729 en ter griffie of ter zitting con-clusies heeft neergelegd.
- Voor de toepassing van het tweede lid van deze bepaling dienen beide voorwaarden, namelijk de verschijning en het neerleggen van conclusies, in be-ginsel cumulatief te zijn vervuld.
- Krachtens artikel 747, § 2, zesde lid, Gerechtelijk Wetboek, zoals te dezen van toepassing, kan de meest gerede partij op de krachtens deze bepaling bepaal-de rechtsdag een op tegenspraak gewezen vonnis vorderen.
- Het voordeel van deze bepaling vervalt wanneer op deze rechtsdag door geen der partijen een op tegenspraak gewezen vonnis wordt gevorderd en de zaak opnieuw naar de bijzondere rol wordt verwezen.
- De appelrechters stellen vast dat: - de eiser weliswaar door tussenkomst van zijn toenmalige raadsman naar aan-leiding van de oorspronkelijke dagvaarding zijn schriftelijke tussenkomst aan de griffie meldde, maar voorts ook dat door hem "op geen enkel ogenblik eni-ge conclusie werd neergelegd"; - de zaak op de terechtzitting waarop zij overeenkomstig artikel 747, § 2, Ge-rechtelijk Wetboek was gefixeerd, opnieuw naar de bijzondere rol werd ver-zonden; - de zaak naderhand opnieuw werd vastgesteld overeenkomstig artikel 803 Ge-rechtelijk Wetboek teneinde de curator rechtsgeldig op te roepen; - de zaak op de aldus bepaalde rechtsdag werd uitgesteld bij gebrek aan oproe-ping van de eiser, waarna aan de eiser overeenkomstig artikel 754 Gerechte-lijk Wetboek kennis werd gegeven van de datum waarop de zaak werd ver-daagd.
- De appelrechters die, ondanks de aldus door hen gedane vaststellingen, oordelen dat het vonnis van 22 juni 2012 op tegenspraak werd gewezen op grond dat de eiser ondanks de vaststelling overeenkomstig artikel 747, § 2, Gerechte-lijk Wetboek, geen conclusie had genomen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Tweede middel Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 14, eerste lid, Wet Kruispuntbank Ondernemingen ver-meldt elk op verzoek van een handels- of ambachtsonderneming betekend deur-waardersexploot steeds het ondernemingsnummer. Krachtens artikel 14, vierde lid, is de vordering onontvankelijk indien de han-dels- of ambachtsonderneming wel in deze hoedanigheid is ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen, maar haar vordering gebaseerd is op een ac-tiviteit waarvoor de onderneming op de datum van de inleiding van de vordering niet is ingeschreven of die niet valt onder het maatschappelijk doel waarvoor de onderneming op deze datum is ingeschreven. De onontvankelijkheid is evenwel gedekt indien zij niet voor elke andere exceptie of verweermiddel wordt inge-roepen. Aan de verplichting om de exceptie van onontvankelijkheid voor te dragen voor elke andere exceptie of verweermiddel is voldaan wanneer de exceptie wordt voorgedragen in de eerste akte van rechtspleging en vooraleer het debat ten gronde wordt aangegaan. Wanneer in de eerste akte van rechtspleging meerdere excepties worden voorgedragen, is het onverschillig in welke volgorde dit ge-beurt.
- Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiser in het exploot van 18 juli 2012 houdende dagvaarding in verzet tegen het verstek-vonnis van 22 juni 2012, voorafgaand aan zijn verweer over de grond van de zaak, verschillende excepties van niet-ontvankelijkheid van de vordering van de verweerder heeft voorgedragen, namelijk eerst een exceptie dat Gibau bvba niet was opgetreden via haar vereffenaar, vervolgens een exceptie afgeleid uit het feit dat Gibau bvba een fictieve zetel heeft en tenslotte de exceptie bedoeld in artikel 14, vierde lid, Wet Kruispuntbank Ondernemingen afgeleid uit het feit dat de vordering van Gibau bvba gebaseerd is op een activiteit waarvoor zij niet is in-geschreven in de kruispuntbank. Laatstgenoemde exceptie werd aldus voorgedragen in de eerste akte van rechts-pleging en vooraleer het debat ten gronde werd aangegaan.
- Door te oordelen dat de op de Wet Kruispuntbank Ondernemingen ge-steunde exceptie niet voor elke andere exceptie of verweermiddel werd voorge-dragen, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Alain Smetryns, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 14 november 2019 uitgesproken door sectie-voorzitter Alain Smetryns, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191114.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div