id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191114.13 Rolnummer: C.18.0190.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Overige Invoerdatum: 2019-12-02 Raadplegingen: 662 - laatst gezien 2026-06-28 17:29 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191114.13 Fiches 1 - 2 Het positief advies van de Hoge Raad dient het inleiden van de herstelvordering vooraf te gaan en uiterlijk voor het sluiten van het debat voor de rechter bij de stukken van de rechtspleging te worden gevoegd, maar dient niet op straffe van onontvankelijkheid reeds bij de akte waarbij de herstelvordering wordt ingesteld te worden gevoegd
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Vrije woorden: Rechtspleging voor de rechter - Inleiden van een herstelvordering - Positief advies van de Hoge Raad - Tijdstip van indiening Wettelijke bepalingen: Vlaamse codex ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Artt. 6.1.7 en 6.1.41, § 6 - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Stedenbouw - Inleiden van een herstelvordering - Positief advies van de Hoge Raad - Tijdstip van indiening Wettelijke bepalingen: Vlaamse codex ruimtelijke ordening - 15-05-2009 - Artt. 6.1.7 en 6.1.41, § 6 - 36 ELI link Pub nr 2009A35738 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0190.N R. B., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR, bevoegd voor het grondgebied van de provincie Vlaams-Brabant, met zetel te 3000 Leuven, Diestsepoort 6/93, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen van 21 juni 2017, op verwijzing gewezen na arrest van het Hof van 25 febru-ari
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 22 augustus 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Krachtens artikel 6.1.7 Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, zoals hier van toepassing, kunnen de stedenbouwkundige inspecteur en het college van burgemeester en schepenen slechts overgaan tot het inleiden van een herstelvor-dering voor de rechter of tot het ambtshalve uitvoeren van een herstelmaatregel, wanneer de Hoge Raad daartoe voorafgaandelijk een positief advies heeft ver-leend. Krachtens artikel 6.1.41, § 6, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, zoals hier van toepassing, voegt het bestuur, op straffe van onontvankelijkheid, het positief advies, vermeld in artikel 6.1.7, aan de herstelvordering toe, onverminderd arti-kel 6.1.10, tweede lid.
- Uit deze bepalingen volgt dat het positief advies van de Hoge Raad het in-leiden van de herstelvordering dient vooraf te gaan en uiterlijk voor het sluiten van het debat voor de rechter die over de herstelvordering te oordelen heeft, bij de stukken van de rechtspleging dient te worden gevoegd, maar niet dat dit ad-vies op straffe van onontvankelijkheid reeds bij de akte waarbij de herstelvorde-ring wordt ingesteld, dient te worden gevoegd. In zoverre het middel van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt het naar recht.
- Voor het overige komt het middel op tegen een ten overvloede gegeven re-den en is het mitsdien niet ontvankelijk. Tweede middel
- Artikel 1110, eerste en tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat inge-val cassatie wordt uitgesproken met verwijzing, deze plaats heeft naar het ge-recht in hoogste feitelijke aanleg van dezelfde rang als datgene dat de bestreden beslissing gewezen heeft en dat deze voor het aangewezen gerecht wordt aan-hangig gemaakt zoals een gewone zaak. Uit deze bepalingen volgt dat de dagvaarding voor de verwijzingsrechter na cas-satie geen gedinginleidende akte is maar een akte tot voorzetting van het geding. Artikel 1017, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat, tenzij bijzondere wet-ten anders bepalen, ieder eindvonnis, zelfs ambtshalve, de in het ongelijk gestel-de partij in de kosten verwijst, onverminderd de overeenkomst tussen partijen, die het eventueel bekrachtigt. Volgens artikel 1022, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, is de rechtsplegingsver-goeding een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advo-caat van de in het gelijk gestelde partij. Artikel 1, tweede lid, Tarief Rechtsplegingsvergoeding bepaalt dat de bedragen vastgesteld worden per aanleg.
- Uit de samenhang van deze bepalingen volgt dat de behandeling van de zaak voor en na cassatie een enkele aanleg vormt en er dienvolgens slechts een rechtsplegingsvergoeding mag worden toegekend voor deze enkele aanleg.
- Het bestreden arrest dat de eiser veroordeelt tot twee rechtsplegingsver-goedingen voor de appelprocedure, één voor en één na cassatie, is niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiser ook veroordeelt tot een rechtsplegingsvergoeding voor de procedure in hoger beroep ten bedrage van 1.320 euro. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde arrest. Zegt dat er geen aanleiding is tot verwijzing. Veroordeelt de eiser tot drie vierden van de kosten en de verweerder tot een vierde ervan. Bepaalt de kosten voor de eiser op 781,43 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Alain Smetryns, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 14 november 2019 uitgesproken door sectie-voorzitter Alain Smetryns, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191114.13 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191114.13 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210122.1N.33 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191128.1N.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div