id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191114.14 Rolnummer: C.18.0571.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-12-02 Raadplegingen: 810 - laatst gezien 2026-06-29 08:30 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191114.14 Fiche 1 Derdenverzet is slechts niet ontvankelijk wegens gebrek aan belang wanneer het uitgaat van een persoon wiens rechtspositie door de beslissing niet kan worden aangetast
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: DERDENVERZET Vrije woorden: Niet-ontvankelijkheid - Gebrek aan belang - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1122, eerste lid Fiche 2 Het betrekkelijk karakter van het gezag van gewijsde als onweerlegbaar vermoeden tussen partijen belet niet dat de betrokken beslissing bewijswaarde heeft ten aanzien van derden als weerlegbaar vermoeden
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTERLIJK GEWIJSDE - GEZAG VAN GEWIJSDE - Burgerlijke zaken Vrije woorden: Gezag van gewijsde - Vermoeden - Aard - Toepassing Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 23 en 1122 Tekst van de beslissing Nr. C.18.0571.N S. G., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
- S. G.,
- T. P., verweerders, mede inzake
- A. G.,
- S. W., in tussenkomst gedaagde partijen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 8 oktober
- Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 22 augustus 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 1122, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan eenieder die niet behoorlijk is opgeroepen of niet in dezelfde hoedanigheid in de zaak is tussengekomen, derdenverzet doen tegen een, zij het voorlopige, beslissing die zijn rechten benadeelt.
- Krachtens deze bepaling is derdenverzet slechts niet ontvankelijk wegens gebrek aan belang wanneer het uitgaat van een persoon wiens rechtspositie door de beslissing niet kan worden aangetast. Hoewel het gezag van gewijsde als onweerlegbaar vermoeden betrekkelijk is, in de zin dat het slechts tussen de partijen kan worden ingeroepen, belet zulks niet dat de betrokken beslissing bewijswaarde heeft ten aanzien van derden als weerlegbaar vermoeden.
- In het tussenarrest van 16 januari 2017, waarin enkel de verweerders en de eerste in tussenkomst gedaagde partij waren betrokken en waartegen door de eiser derdenverzet werd aangetekend, werd geoordeeld dat: - de overeenkomst van 3 mei 2008, waarbij niet alleen de verweerders en de eerste in tussenkomst gedaagde partij maar ook de eiser partij was, evenals de gemeenschappelijke bedoeling van de contractanten duidelijk zijn en geen verdere interpretatie behoeven; - uit geen enkel element blijkt dat deze overeenkomst slechts betrekking zou hebben op 25 pct. van het aandeel van de nalatenschap van A. G. in het provenu van de arbitrage met de republiek Burundi; - een dergelijke lezing elke zin en uitwerking aan de overeenkomst van 3 mei 2008 ontneemt.
- De appelrechters die oordelen dat de rechtspositie van de eiser, die er een andere interpretatie van de overeenkomst van 3 mei 2008 op nahoudt dan deze gegeven in het tussenarrest van 16 januari 2017, door laatstvermeld arrest op geen enkele wijze kan worden aangetast, gaan eraan voorbij dat de in dit arrest vastgestelde gemeenschappelijke bedoeling van partijen en interpretatie van de overeenkomst van 3 mei 2008 ten aanzien van de eiser geldt als weerlegbaar vermoeden en verantwoorden aldus hun beslissing niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Verklaart dit arrest tegenstelbaar aan de in tussenkomst gedaagde partijen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Alain Smetryns, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 14 november 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Alain Smetryns, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191114.14 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191114.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div