← België

ING BELGIE nv contra ZAKENKANTOOR DE NYS bvba

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 14 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191114.15 Rolnummer: C.18.0600.N Zaak: ING BELGIE nv contra ZAKENKANTOOR DE NYS bvba Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht - Handelsrecht Invoerdatum: 2019-12-02 Raadplegingen: 806 - laatst gezien 2026-06-29 02:01 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191114.15 Fiches 1 - 2 Het in een cassatievoorziening vermelden van een als geschonden wettelijke bepaling die niet van toepassing is op het geding maar die in identieke bewoordingen de wel toepasselijke en inmiddels opgeheven wetsbepaling herneemt, geeft geen aanleiding tot de onontvankelijkheid van het cassatiemiddel nu deze vergissing geen incidentie heeft op de beoordeling van de gegrondheid ervan

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Vormen - Vorm van het cassatieberoep en vermeldingen Vrije woorden: Vermelding van de wettelijke bepalingen waarvan de schending wordt aangevoerd - Niet toepasselijke wet - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1080 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Vereiste vermeldingen Vrije woorden: Vermelding van de wettelijke bepalingen waarvan de schending wordt aangevoerd - Niet toepasselijke wet - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1080 - 01 ELI link Pub nr 1967101052 Fiches 3 - 4 Het feit ter rechtvaardiging van de beëindiging zonder opzegging of voor het verstrijken van de termijn van de handelsagentuurovereenkomst is bekend aan de partij die zich er op beroept wanneer deze omtrent het bestaan van het feit voldoende zekerheid heeft om met kennis van zaken te kunnen beslissen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - EINDE Vrije woorden: Handelsagentuurovereenkomst - Beëindiging zonder opzegging - Bekend feit ter rechtvaardiging - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 13 april 1995 betreffende de handelsagentuurovereenkomst - 13-04-1995 - Art. 19, eerste lid - 39 ELI link Pub nr 1995009425 Thesaurus CAS: KOOPHANDEL. KOOPMAN Vrije woorden: Handelsagentuurovereenkomst - Beëindiging zonder opzegging - Bekend feit ter rechtvaardiging - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet 13 april 1995 betreffende de handelsagentuurovereenkomst - 13-04-1995 - Art. 19, eerste lid - 39 ELI link Pub nr 1995009425 Fiches 5 - 6 Het tijdstip waarop de partij zich van het bestaan en de ernst van het feit rekenschap had kunnen geven, noch het gegeven dat een onderzoek ter verkrijging van voldoende zekerheid eerder had kunnen worden ingesteld zijn bepalend om tot laattijdigheid van de beëindiging zonder opzegging te besluiten
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - EINDE Vrije woorden: Handelsagentuurovereenkomst - Beëindiging zonder opzegging - Bekend feit ter rechtvaardiging - Tijdstip Wettelijke bepalingen: Wet 13 april 1995 betreffende de handelsagentuurovereenkomst - 13-04-1995 - Art. 19, eerste lid - 39 ELI link Pub nr 1995009425 Thesaurus CAS: KOOPHANDEL. KOOPMAN Vrije woorden: Handelsagentuurovereenkomst - Beëindiging zonder opzegging - Bekend feit ter rechtvaardiging - Tijdstip Wettelijke bepalingen: Wet 13 april 1995 betreffende de handelsagentuurovereenkomst - 13-04-1995 - Art. 19, eerste lid - 39 ELI link Pub nr 1995009425 Annotaties Publicaties: Tijdschrift voor Belgisch handelsrecht [TBH] - 2020, nr. 3, p. 321-
  1. - DE GROOF, Ben; Noot'Termijn voor opzegging van de handelsagentuur wegens ernstige fout-Analogie met de arbeidsovereenkomst' Tekst van de beslissing Nr. C.18.0600.N ING BELGIË nv, met zetel te 1000 Brussel, Marnixlaan 24, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
  2. ZAKENKANTOOR DE NYS bvba, met zetel te 9870 Zulte, Rijksweg 144B,
  3. F. D. N., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van hof van beroep te Antwerpen van 4 juni
  4. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft op 22 augustus 2019 een schriftelijke conclusie neergelegd. Sectievoorzitter Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel Ontvankelijkheid
  5. De verweerders voeren een grond van niet-ontvankelijkheid van het onderdeel aan: het onderdeel voert enkel de schending aan van het artikel X.17 van het Wetboek van economisch recht, hierna WER, terwijl die bepaling slechts in het WER werd ingevoegd bij wet van 2 april 2014 en enkel geldt voor overeenkomsten die na de datum van inwerkingtreding, met name 31 mei 2014, worden gesloten en de agentuurovereenkomst te dezen vóór die datum werd gesloten en beëindigd.
  6. Het onderdeel dat de bepalingen van artikel 19 van de wet van 13 april 1995 betreffende de handelsagentuurovereenkomst weergeeft en eraan toevoegt dat dit thans in artikel X.17 WER is neergelegd, wijst voor het overige artikel 19 Wet Handelsagentuurovereenkomst niet als geschonden aan, maar wel artikel X.17 WER dat, gelet op de datum waarop de overeenkomst is gesloten en beëindigd, te dezen niet van toepassing is.
  7. Aangezien artikel X.17 WER het bepaalde in artikel 19 Wet Handelsagentuurovereenkomst in identieke bewoordingen herneemt, heeft deze vergissing bij de vermelding van de geschonden wetsbepaling evenwel geen incidentie op de beoordeling van de gegrondheid van het onderdeel. De grond van niet-ontvankelijkheid van het onderdeel moet worden verworpen. Gegrondheid
  8. Artikel 19, eerste lid, van de Wet Handelsagentuurovereenkomst bepaalt dat elke partij, onverminderd alle schadeloosstellingen, de overeenkomst zonder opzegging of voor het verstrijken van de termijn kan beëindigen, wanneer uitzonderlijke omstandigheden elke professionele samenwerking tussen de principaal en de handelsagent definitief onmogelijk maken of wanneer de andere partij ernstig tekort komt aan haar verplichtingen. Het tweede lid van het voormelde artikel bepaalt dat de overeenkomst niet meer kan worden beëindigd zonder opzegging of voor het verstrijken van de termijn, wanneer het feit ter rechtvaardiging hiervan sedert ten minste zeven werkdagen bekend is aan de partij die zich erop beroept.
  9. Het feit dat aanleiding geeft tot beëindiging zonder opzegging of voor het verstrijken van de termijn van de handelsagentuurovereenkomst overeenkomstig voormeld artikel 19, tweede lid, is bekend aan de partij die zich erop beroept, wanneer deze omtrent het bestaan van het feit en de omstandigheden die daarvan een reden tot beëindiging zonder opzegging kunnen maken, voldoende zekerheid heeft om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen, inzonderheid voor haar eigen overtuiging en tevens tegenover de andere partij en het gerecht. Enkel het tijdstip waarop het bestaan en de ernst van de feiten bekend is aan de partij die zich erop beroept, is hierbij bepalend, niet dat waarop die partij zich hiervan rekenschap had kunnen geven. Indien het verkrijgen van een voldoende zekerheid het instellen van een onderzoek vereist, is de enkele omstandigheid dat dit onderzoek eerder had kunnen worden ingesteld en afgerond evenmin voldoende om tot laattijdigheid te besluiten.
  10. De appelrechter oordeelt dat: - het “in het geheel niet geloofwaardig [is] dat [de eiseres] […] niet voor 1 februari 2013 voldoende kennis had van deze feiten en omstandigheden, die zij later inriep ter rechtvaardiging van de onmiddellijke verbreking van de handelsagentuurovereenkomst”; - het immers vaststaat dat de eiseres “reeds op 16 januari 2013 kennisnam van de feiten die ter rechtvaardiging van de onmiddellijke verbreking van de handelsagentuur werden ingeroepen via een brief van diezelfde datum”; - “deze feiten […] onmiddellijk binnen de administratie van de bank gecontroleerd [konden] worden en [de eiseres] […] geen enkele rechtvaardiging voor[brengt] waarom de controle van de feiten meer dan twee weken in beslag zouden hebben genomen”.
  11. De appelrechter die op grond van die redenen beslist dat de eiseres de overeenkomst niet regelmatig heeft beëindigd en die deze onregelmatigheid in werkelijkheid grondt op de omstandigheid dat de eiseres zich eerder rekenschap had kunnen geven van de feiten en de ernst ervan, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit sectievoorzitter Alain Smetryns, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 14 november 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Alain Smetryns, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanessa Van de Sijpe. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191114.15 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191114.15 geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260219.1N.9 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.