id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 21 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191121.1N.7 Rolnummer: C.18.0547.N Zaak: V. contra H. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-12-04 Raadplegingen: 873 - laatst gezien 2026-06-29 06:28 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191121.1N.7 Fiches 1 - 3 Uit artikel 40, tweede en vierde lid, Gerechtelijk Wetboek, samen met het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging, volgt dat de partij die tot een betekening aan het parket overgaat van een beslissing, alle in redelijkheid mogelijke stappen moet hebben ondernomen om de woon- of verblijfplaats of gekozen woonplaats van degene aan wie betekend wordt te vinden en deze van de beslissing te informeren en dat een en ander door de rechter wordt nagegaan, onverminderd de eventuele meldingsplicht van degene die betekent
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Betekening van een beslissing aan het parket - Beoordeling door de rechter - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 40, tweede en vierde lid Algemeen rechtsbeginsel Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Recht van verdediging - Betekening van een beslissing aan het parket - Beoordeling door de rechter - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 40, tweede en vierde lid Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - ALGEMEEN Vrije woorden: Betekening van een beslissing aan het parket - Beoordeling door de rechter - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 40, tweede en vierde lid Algemeen rechtsbeginsel Fiche 4 Bij gebreke hieraan is de betekening aan het parket ongedaan en kan zij geen termijn voor een rechtsmiddel doen lopen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Betekening aan het parket - Gebrek - Gevolg Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 40, vierde lid Fiches 5 - 6 De rechter gaat na in het licht van de feitelijke omstandigheden van de zaak of deze partij redelijke stappen heeft gezet om deze woon- of verblijfplaats te achterhalen
(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Betekening aan het parket - Beoordeling door de rechter - Wijze Thesaurus CAS: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Betekening aan het parket - Beoordeling door de rechter - Wijze Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0547.N M. V. D. M., eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen D. H., verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen van 25 juni
- Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft op 27 september 2019 een schrif-telijke conclusie neergelegd. Eerste voorzitter Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Artikel 40, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de betekening ten aanzien van hen die in België, noch in het buitenland, een gekende woonplaats, verblijfplaats, noch gekozen woonplaats hebben, gedaan wordt aan de procureur des Konings in wiens rechtsgebied de rechter die van de vordering kennis moet nemen of heeft genomen, zitting houdt. Ingevolge het vierde lid van die bepaling is de betekening aan de procureur des Konings ongedaan, indien de partij op wier verzoek zij is verricht, de woon-plaats, de verblijfplaats of de gekozen woonplaats van de betekende in België of in voorkomend geval in het buitenland, kende.
- Uit deze bepalingen, samen met het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging, volgt dat de partij die tot een betekening aan het parket over-gaat van een beslissing, alle in redelijkheid mogelijke stappen moet hebben on-dernomen om de woon- of verblijfplaats of gekozen woonplaats van degene aan wie betekend wordt te vinden en deze van de beslissing te informeren en dat een en ander door de rechter wordt nagegaan, onverminderd de eventuele meldings-plicht van degene die betekent. Bij gebreke hieraan is de betekening aan het par-ket ongedaan en kan zij geen termijn voor een rechtsmiddel doen lopen. De rech-ter gaat na in het licht van de feitelijke omstandigheden van de zaak of deze par-tij redelijke stappen heeft gezet om deze woon- of verblijfplaats te achterhalen.
- De appelrechter stelt vooreerst vast en oordeelt dat: - de verweerster op 8 april 2014 een dagvaarding uitbracht tegen de eiser door betekening aan de procureur des Konings, bij gebrek aan gekende woon- of verblijfplaats in België of in het buitenland; - uit het door de eiser voor de appelrechter bijgebrachte attest van de Neder-landse gemeente Sint-Michielsgestel blijkt dat hij vanaf 12 maart 2014 aldaar is ingeschreven en nadien opeenvolgend op verschillende andere adressen in Nederland, maar dat voordien en minstens vanaf 24 december 2002 wordt vermeld dat het adres onbekend is; - te dezen nergens uit blijkt dat de verweerster op het ogenblik van de dagvaar-ding de woon- of verblijfplaats van de eiser kende of diende te kennen; - bij gelegenheid van de dagvaarding de nodige opzoekingen in het rijksregister werden gedaan en die negatief waren; - de verweerster hiermede aan haar zorgvuldigheidsplicht heeft voldaan en zij na een jarenlange toestand van ongekende woon- of verblijfplaats van de eiser niet kon weten of veronderstellen dat hij enkele weken voor de betekening van de dagvaarding zijn inschrijving in Nederland had geregulariseerd, en oordeelt op die grond, niet-bekritiseerd, dat de dagvaarding van 8 april 2014 geldig aan de procureur des Konings werd betekend.
- De appelrechter oordeelt verder dat ook de betekening van het beroepen vonnis aan de procureur des Konings op 4 september 2014 als een geldige bete-kening moet worden beschouwd. Hij grondt die beslissing op de enkele reden dat, slechts korte tijd na de betekening van de dagvaarding, ook hier niet is aan-getoond dat de verweerster de woon- of verblijfplaats van de eiser kende of diende te kennen.
- De appelrechter die niet vaststelt dat de verweerster met het oog op de be-tekening van het beroepen vonnis een nieuwe poging heeft ondernomen om de woon- of verblijfplaats van de eiser te achterhalen, oordeelt met de voormelde redenen niet wettig dat het beroepen vonnis rechtsgeldig aan de procureur des Konings werd betekend en verantwoordt aldus zijn beslissing dat het hoger be-roep van de eiser laattijdig is ingesteld, niet naar recht. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 21 november 2019 uitgesproken door eerste voorzitter Beatrijs Deconinck, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191121.1N.7 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191121.1N.7 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2022:ARR.20221122.2N.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div