id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191125.3N.6 Rolnummer: C.18.0408.N Zaak: KBC VERZEKERINGEN nv contra N. Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2019-12-23 Raadplegingen: 446 - laatst gezien 2026-06-28 22:12 Versie(s): Vertaling FR Fiche Opdat de verjaring van de vordering bedoeld in artikel 34, § 2, Wet Landverzekeringsovereenkomst wordt gestuit, is niet vereist dat de verzekeraar kennis krijgt van de wil van de benadeelde om rechtstreeks van hem schadevergoeding te verkrijgen
(1).
(1)Artikel 35 Landverzekeringsovereenkomst voor de opheffing ervan door de wet van april
- Thesaurus CAS: VERZEKERING - LANDVERZEKERING Vrije woorden: Eigen vordering van de getroffene tegen de verzekeraar van de aansprakelijke - Verjaringstermijn - Stuiting - Voorwaarde Wettelijke bepalingen: Wet - 25-06-1992 - Art. 35, § 4 - 32 ELI link Pub nr 1992011257 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0408.N KBC VERZEKERINGEN nv, met zetel te 3000 Leuven, Professor Van Over-straetenplein 2, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest, tegen
- C.N., eerste verweerster, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest,
- A.B., tweede verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het tussenarrest van het hof van beroep te Gent van 12 april
- De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 29 augustus 2019 verwe-zen naar de derde kamer. Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
- Krachtens artikel 35, § 4, Wet Landverzekeringsovereenkomst, zoals hier van toepassing, wordt de verjaring van de vordering bedoeld in artikel 34, § 2, gestuit zodra de verzekeraar kennis krijgt van de wil van de benadeelde om ver-goeding te verkrijgen van de door hem geleden schade. De stuiting eindigt op het ogenblik dat de verzekeraar aan de benadeelde schriftelijk kennis geeft van zijn beslissing om te vergoeden of van zijn weigering.
- Opdat de verjaring van de vordering bedoeld in artikel 34, § 2, Wet Land-verzekeringsovereenkomst wordt gestuit, is niet vereist dat de verzekeraar ken-nis krijgt van de wil van de benadeelde om rechtstreeks van hem schadevergoe-ding te verkrijgen.
- Het onderdeel dat ervan uitgaat dat uit artikel 35, § 4, Wet Landverzeke-ringsovereenkomst voortvloeit dat de verzekeraar kennis moet krijgen van de wil van de benadeelde om door de verzekeraar te worden vergoed, voegt een voor-waarde toe aan de wet die deze niet bevat en faalt mitsdien naar recht. (...) Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 588,86 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, sectievoorzitter Koen Mestdagh, en de raadsheren Geert Jocqué, Antoine Lievens en Ilse Couwenberg, en in openbare rechtszitting van 25 november 2019 uitgesproken door sectie-voorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlin-den, met bijstand van griffier Mike Van Beneden. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191125.3N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div