← België

S.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191126.2N.11 Rolnummer: P.19.1093.N Zaak: S. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2019-11-27 Raadplegingen: 290 - laatst gezien 2026-06-28 06:46 Versie(s): Vertaling FR Fiche Krachtens artikel 68, § 5, tweede en derde lid Wet Strafuitvoering bepaalt de strafuitvoeringsrechtbank die een voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied herroept, in haar vonnis de datum waarop de veroordeelde een nieuw verzoek kan indienen, behoudens in geval van een herroeping overeenkomstig artikel 64, 1°, zijnde het niet toepasselijke geval waarbij bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing wordt vastgesteld dat de veroordeelde tijdens de proeftermijn een wanbedrijf of een misdaad, of een gelijkwaardig misdrijf dat in aanmerking genomen wordt overeenkomstig artikel 99bis Strafwetboek, heeft gepleegd; het vonnis van herroeping dat buiten deze uitzondering geen datum vermeldt waarop de veroordeelde een nieuw verzoek kan indienen, schendt vermelde bepaling. Thesaurus CAS: STRAFUITVOERING Vrije woorden: Strafuitvoeringsrechtbank - Voorlopige invrijheidstelling - Herroeping - Verplichte melding van datum voor nieuw verzoek Wettelijke bepalingen: Wet - 17-05-2006 - Art. 68, § 5, tweede en derde lid - 35 ELI link Pub nr 2006009456 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.1093.N E J H T S, veroordeelde tot een vrijheidsstraf, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Mathieu Langerock, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 29 oktober

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 68, § 5, derde lid, Wet Strafuit-voering: het vonnis herroept de voorlopige invrijheidstelling van de eiser met het oog op verwijdering van het grondgebied wegens het niet naleven van de opge-legde voorwaarden; het bepaalt echter geen datum waarop de eiser een nieuw verzoek kan indienen.
  3. Krachtens artikel 68, § 5, tweede en derde lid, Wet Strafuitvoering bepaalt de strafuitvoeringsrechtbank die een voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied herroept, in haar vonnis de datum waarop de veroordeelde een nieuw verzoek kan indienen, behoudens in geval van een her-roeping overeenkomstig artikel 64, 1°. Die uitzondering betreft het hier niet toe-passelijke geval waarin bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing wordt vastgesteld dat de veroordeelde tijdens de proeftermijn een wanbedrijf of een misdaad, of een gelijkwaardig misdrijf dat in aanmerking genomen wordt over-eenkomstig artikel 99bis Strafwetboek, heeft gepleegd.
  4. Het vonnis dat oordeelt zoals het middel vermeldt, schendt artikel 68, § 5, derde lid, Wet Strafuitvoering. Het middel is gegrond. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het verzuimt de datum te bepalen waarop de eiser een nieuw verzoek kan indienen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiser tot twee derden van de kosten van zijn cassatieberoep. Houdt de beslissing over de overige kosten aan en laat die over aan de rechter op verwijzing. Verwijst de aldus beperkte zaak naar de strafuitvoeringsrechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, anders samengesteld. Bepaalt de kosten op 42,74 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 26 november 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191126.2N.11 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.