id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191126.2N.7 Rolnummer: P.19.0678.N Zaak: D. contra D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2019-11-27 Raadplegingen: 820 - laatst gezien 2026-06-28 17:04 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het misdrijf van valsheid in geschriften bestaat erin in een door de wet beschermd geschrift, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden, de waarheid te vermommen op een bij de wet bepaalde wijze, terwijl hieruit een mogelijk nadeel kan ontstaan; de valsheid is ?intellectueel' wanneer zij erin bestaat dat in een materieel onaangeroerd instrumentum, feiten en akten in strijd met de waarheid worden vastgesteld
(1); het gegeven dat alle contractpartijen overeenkomen een onwaar feit of een onware akte op te nemen in een tussen hen gesloten overeenkomst, sluit niet uit dat die overeenkomst intellectueel vals is of kan zijn; wanneer een overeenkomst echter geen onwaarheid bevat, dan volgt uit het enkele gegeven dat zij niet wettig is aangegaan niet dat zij vals is.
(1)Cass. 21 juni 1994, AR P.93.1033.N ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940621.10, AC 1994, nr. 324. Thesaurus CAS: VALSHEID EN GEBRUIK VAN VALSE STUKKEN Vrije woorden: Strafzaken - Materieel bestanddeel - Intellectuele valsheid - Begrip Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 07-06-1867 - Artt. 193, 196, 197, 213 en 214 - 01 Link Justel databank 18670607-01 Fiche 2 Het wanbedrijf oplichting vereist bij de dader het oogmerk om zich bedrieglijk andermans zaak toe te eigenen en de aanwending van bedrieglijke middelen hiertoe, gevolgd door een afgifte of een levering van de zaak
(1); de rechter oordeelt onaantastbaar in feite of een bepaalde gedraging een listige kunstgreep
(2)is, hoe lang de dader die listige kunstgreep heeft aangewend en wanneer het slachtoffer ingevolge die listige kunstgreep de zaak heeft afgegeven of geleverd.
(1)Cass. 17 februari 2015, AR P.14.1526.N ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150217.6, AC 2015, nr. 123; Cass. 25 oktober 1983, AR 7392, AC 1983-84, nr. 109.
(2)Cass. 4 december 2012, AR P.12.0781.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121204.2, AC 2012, nr. 660 (Begrip listige kunstgreep); Cass. 17 februari 1998, AR 6326, AC 1987-88, nr.
- Thesaurus CAS: OPLICHTING Vrije woorden: Bedrieglijk oogmerk - Afgifte of levering van de zaak - Aflopend misdrijf - Listige kunstgreep - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 496 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Fiche 3 Oplichting is een aflopend misdrijf dat voltrokken is zodra de dader erin geslaagd is de zaak te doen afgeven of leveren, zodat de verjaring van de strafvordering betreffende dit misdrijf in de regel aanvangt vanaf de dag waarop de afgifte of de levering plaatsvindt. Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Termijnen Vrije woorden: Beginpunt van de verjaringstermijn - Oplichting - Toepassing Wettelijke bepalingen: Strafwetboek 1867 - 08-06-1867 - Art. 496 - 01 ELI link Pub nr 1867060850 Voorafgaande titel van het wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 21 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0678.N F D C, burgerlijke partij, eiser, met als raadsman mr. Anne Marie De Clerck, advocaat bij de balie Gent, tegen
- S A D C, inverdenkinggestelde, met als raadsman mr. Filip Van Hende, advocaat bij de balie Gent,
- F M D S, inverdenkinggestelde, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 6 juni
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Het middel voert schending aan van de artikelen 193, 196 en 197 Strafwet-boek: het arrest stelt de verweerders buiten vervolging voor de telastleggingen A (valsheid in geschriften) en B (gebruik van valse stukken); bij overeenkomst van 27 september 2007 vond een kruisverkoop plaats waarbij de verweerster 2, dit is de toenmalige echtgenote van de eiser, aandelen verwierf in drie vennootschap-pen van eisers familie tegen de symbolische prijs van een euro die nooit werd betaald; dit betreft een geveinsde overeenkomst van schenking die tot stand is gekomen met de medewerking van de verweerder 1; de eiser heeft aangevoerd dat deze geveinsde overeenkomst het misdrijf van valsheid in geschriften ople-vert omdat de verweerster 2 een onrechtmatig voordeel heeft nagestreefd, name-lijk het omzeilen van dwingende bepalingen van het Burgerlijk Wetboek in ver-band met verkopen en schenkingen tussen echtgenoten; het arrest verwerpt die aanvoering omdat de waarheidsvermomming werkelijk werd overeengekomen tussen de contractpartijen; die omstandigheid sluit echter het bestaan van een valsheid niet uit.
- Het misdrijf valsheid in geschriften als bedoeld in de artikelen 193, 196, 213 en 214 Strafwetboek, bestaat erin in een door de wet beschermd geschrift, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, de waarheid te ver-mommen op een bij de wet bepaalde wijze, terwijl hieruit een mogelijk nadeel kan ontstaan. De valsheid is "intellectueel" wanneer zij erin bestaat dat in een materieel onaangeroerd instrumentum, feiten en akten in strijd met de waarheid worden vastgesteld.
- Het gegeven dat alle contractpartijen overeenkomen een onwaar feit of een onware akte op te nemen in een tussen hen gesloten overeenkomst, sluit niet uit dat die overeenkomst intellectueel vals is of kan zijn.
- Wanneer een overeenkomst echter geen onwaarheid bevat, dan volgt uit het enkele gegeven dat zij niet wettig is aangegaan niet dat zij vals is. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede middel
- Het middel voert schending aan van artikel 496 Strafwetboek: het arrest beslist dat de telastleggingen C.1 en C.2 moeten worden gekwalificeerd als fei-ten van oplichting die zijn voltrokken op het ogenblik van het verkrijgen van de aandelen op 7 september 2005 (C.1) en 27 september 2007 (C.2), zodat de straf-vordering voor die telastleggingen is vervallen door verjaring; de materiële af-gifte van de zaken, voorwerp van de oplichting, was door het louter sluiten van de overeenkomsten op de voormelde data echter nog niet voltrokken: na die data zijn de aandelen door opeenvolgende handelingen in waarde gestegen tot het ogenblik van de tegeldemaking ervan en het verborgen en bedrieglijke karakter van de overeenkomsten is eveneens nog verder blijven doorlopen tot het moment waarop het huwelijk tussen de eiser en de verweerster 2 zou worden beëindigd.
- Het wanbedrijf oplichting vereist bij de dader het oogmerk om zich be-drieglijk andermans zaak toe te eigenen en de aanwending van bedrieglijke mid-delen hiertoe, gevolgd door een afgifte of een levering van de zaak.
- Oplichting is een aflopend misdrijf dat voltrokken is zodra de dader erin geslaagd is de zaak te doen afgeven of leveren, zodat de verjaring van de straf-vordering betreffende dit misdrijf in de regel aanvangt vanaf de dag waarop de afgifte of de levering plaatsvindt.
- De rechter oordeelt onaantastbaar in feite of een bepaalde gedraging een listige kunstgreep is in de zin van artikel 496 Strafwetboek, hoe lang de dader die listige kunstgreep heeft aangewend en wanneer het slachtoffer ingevolge die listige kunstgreep de zaak heeft afgegeven of geleverd. In zoverre het middel opkomt tegen dat onaantastbare oordeel van het arrest of verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft, is het niet ontvankelijk.
- Met de redenen die het middel vermeldt, oordeelt het arrest dat er geen aanwijzingen zijn dat er na 27 september 2007 nog listige kunstgrepen werden gesteld om de eiser te misleiden en zo te overtuigen van een eerlijke karakter van de verrichte handelingen, noch dat er aanleiding toe bestaat de telastleggin-gen C te herkwalificeren in een tot 24 november 2014 gepleegde poging tot op-lichting voor de totale prijs van de aandelen van de verweerster 2 in de nader vermelde vennootschappen. Aldus verantwoordt het arrest de beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten in het geheel op 87,31 euro, waarvan 52,31 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Erwin Francis, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 26 november 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Bart De Smet, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191126.2N.7 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1994:ARR.19940621.10 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121204.2 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150217.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20231107.2N.16 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div