← België

VLAAMS GEWEST'contra V.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191128.1N.3 Rolnummer: F.18.0089.N Zaak: VLAAMS GEWEST'contra V. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2019-12-11 Raadplegingen: 434 - laatst gezien 2026-06-28 06:47 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191128.1N.3 Fiche Uit de artikelen 5, 48, § 1, Tabel I, en 48, § 2, Wetboek Successierechten volgt dat de overlevende echtgenoot die ingevolge een beding van ongelijke verdeling meer in zijn kavel verkrijgt dan de helft van de gemeenschap, afzonderlijk belast wordt op de waarde van de roerende en onroerende goederen die hij meer heeft verkregen dan bij een gelijke verdeling in natura van de gemeenschap

(1).
(1)Zie concl. OM. Thesaurus CAS: SUCCESSIERECHTEN Vrije woorden: Artikel 5, Wetboek Successierechten - Beding van ongelijke verdeling - Overbedeelde goederen - Berekening van de belasting Wettelijke bepalingen: Wetboek der successierechten - 31-03-1936 - Artt. 5, 48, § 1, Tabel I, en 48, § 2 - 30 Link Justel databank 19360331-30 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.18.0089.N VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, in de per-soon van de minister-president, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Be-groting, Financiën en Energie, met kabinet te 1210 Sint-Joost-ten-Noode, Koning Albert II-laan 19, eiser, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleesschouwer, advocaat bij de balie te Brussel, tegen
  1. M. V. O.,
  2. P. R.,
  3. L. R., verweerders, bijgestaan door mr. Johan Speecke, advocaat bij de balie te Kortrijk. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 12 december
  4. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 14 oktober 2019 een schrifte-lijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  5. Artikel 5 Wetboek Successierechten, vóór de opheffing ervan, voor wat be-treft het Vlaams Gewest, bij artikel 5.0.0.0.1, 4°, van het Decreet van 13 decem-ber 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, bepaalt dat de overlevende echtgenoot, wie een huwelijksovereenkomst, die niet aan de regelen betreffende de schenkingen onderworpen is, op voorwaarde van overleving meer dan de helft der gemeenschap toekent, voor de heffing der rechten van successie en van over-gang bij overlijden, wordt gelijkgesteld met de overlevende echtgenoot die, wanneer niet wordt afgeweken van de gelijke verdeling der gemeenschap, het deel van de andere echtgenoot krachtens een schenking of een uiterste wilsbe-schikking geheel of gedeeltelijk verkrijgt.
  6. Artikel 48, § 1, Tabel I, Wetboek Successierechten, vóór de opheffing er-van, geeft de tarieven weer die van toepassing zijn op de vererving in rechte lijn en tussen partners. Krachtens § 2 worden die tarieven per rechtverkrijgende toegepast op de netto-verkrijging in de onroerende goederen enerzijds en op de nettoverkrijging in de roerende goederen anderzijds.
  7. Uit deze bepalingen volgt dat de overlevende echtgenoot die ingevolge een beding van ongelijke verdeling meer in zijn kavel verkrijgt dan de helft van de gemeenschap, afzonderlijk belast wordt op de waarde van de roerende en onroe-rende goederen die hij meer heeft verkregen dan bij een gelijke verdeling in na-tura van de gemeenschap.
  8. Uit de vaststellingen van het arrest blijkt dat: - de echtgenoten in artikel 5 van hun huwelijksovereenkomst zijn overeenge-komen dat de langstlevende de volle eigendom van de helft van het gemeen-schappelijk vermogen en het levenslang vruchtgebruik over de andere helft zal verkrijgen, en dat de langstlevende dan de vrije keuze heeft te bepalen welke goederen in zijn of haar helft zullen vallen die hem of haar in volle ei-gendom toekomt en over welke goederen zij of hij het vruchtgebruik zal ver-krijgen; - de eerste verweerster bij notariële akte van 23 december 2011 haar keuzerecht als volgt heeft uitgeoefend: 100 pct. van de banktegoeden en vorderingen in volle eigendom, 100 pct. van de gewone niet-vrijgestelde aandelen in volle eigendom, 92 pct. van de onroerende goederen in volle eigendom en 8 pct. in vruchtgebruik, 100 pct. van de vrijgestelde aandelen in vruchtgebruik.
  9. De appelrechter oordeelt op grond van de clausule in de huwelijksovereen-komst dat de eerste verweerster niet kan worden belast op de waarde van de goe-deren die zij in volle eigendom heeft gekozen, omdat die goederen in haar eigen helft vallen, doch slechts op de waarde van de goederen die zij in vruchtgebruik heeft gekozen, omdat het vruchtgebruik datgene is wat haar meer is toegekend dan de helft van de gemeenschap, zonder na te gaan in welke mate hetgeen de eerste verweerster daadwerkelijk heeft verkregen in volle eigendom dan wel in vruchtgebruik in enerzijds de roerende goederen en anderzijds de onroerende goederen meer bedraagt dan de helft van de gemeenschap in zelfde goederen.
  10. Door aldus te oordelen, schendt de appelrechter voornoemde wetsbepa-lingen. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter. Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 28 november 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191128.1N.3 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191128.1N.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.