← België

HENRI DERYCKE LORE VERSCHUERE bvba c. De BELGISCHE ST

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 28 november 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191128.1N.6 Rolnummer: F.17.0026.N Zaak: HENRI DERYCKE LORE VERSCHUERE bvba c. De BELGISCHE ST Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Overige Invoerdatum: 2019-12-11 Raadplegingen: 479 - laatst gezien 2026-06-28 06:47 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Het bewijs van de valsheid van de authentieke akte kan slechts worden geleverd door een vordering wegens valsheid bij wijze van hoofdeis voor het strafgerecht of door een betichting van valsheid in een civielrechtelijk geding. Thesaurus CAS: BEWIJS - BURGERLIJKE ZAKEN - Geschriften - Bewijswaarde Vrije woorden: Authentieke akte - Door authenticiteit gedekte vaststelling - Bewijs van de valsheid Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1317, 1319 en 1320 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - EXPLOOT Vrije woorden: Gerechtsdeurwaarder - Betekening van de cassatievoorziening tegen het juiste arrest - Door de authenticiteit van de akte gedekte vaststelling - Bewijs van de valsheid Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1317, 1319 en 1320 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Thesaurus CAS: BETICHTING VAN VALSHEID Vrije woorden: Authentieke akte - Door authenticiteit gedekte vaststelling van een authentieke akte - Bewijs van de valsheid Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - 21-03-1804 - Artt. 1317, 1319 en 1320 - 30 ELI link Pub nr 1804032150 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.17.0026.N HENRI DERYCKE & LORE VERSCHUERE bvba, met zetel te 9200 Den-dermonde (Oudegem), Ouburg 9, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de adviseur-generaal van het centrum KMO Aalst, met kantoor te 9100 Sint-Niklaas, Driekoningen-straat 4, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Geoffroy de Foestraets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en bijgestaan door mr. Stefan De Vleeschouwer, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 6 september 2016 (A.R. 2015/AR/1022). Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft op 14 oktober 2019 een schrifte-lijke conclusie neergelegd. Raadsheer Koenraad Moens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Johan Van der Fraenen heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

  1. De verweerder voert aan dat het cassatieberoep, gericht tegen het arrest van de vijfde kamer van het hof van beroep te Gent gekend onder het rolnummer 2015/AR/1022, niet ontvankelijk is omdat bij het exploot van betekening geen eensluidend afschrift zou zijn gevoegd van de voorziening gericht tegen dat ar-rest, maar wel een eensluidend afschrift van de voorziening gericht tegen een ander arrest gewezen door dezelfde kamer van het hof van beroep op dezelfde datum, maar gekend onder het rolnummer 2015/AR/1021, waardoor niet voldaan is aan het substantiële vormvereiste van de voorafgaande betekening van de voorziening.
  2. Krachtens artikel 509, § 1, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek zijn gerechts-deurwaarders openbare ambtenaren en ministeriële officieren in de uitoefening van de ambtelijke taken die door een wet, decreet, ordonnantie of koninklijk be-sluit aan hen zijn opgedragen of voorbehouden. Zij verlenen krachtens artikel 509, § 1, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek authen-ticiteit aan hun akten overeenkomstig artikel 1317 Burgerlijk Wetboek.
  3. Krachtens artikel 519, § 1, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek hebben ge-rechtsdeurwaarders taken waarvoor zij alleen bevoegd zijn en waarvoor zij mini-sterieplicht hebben. Deze taken omvatten onder meer, krachtens artikel 519, § 1, tweede lid, 1°, Ge-rechtelijk Wetboek, het opstellen en betekenen van alle exploten en de tenuit-voerlegging van gerechtelijke beslissingen, alsmede van akten of titels in uit-voerbare vorm.
  4. Krachtens artikel 1081 Gerechtelijk Wetboek wordt het exploot waarbij de voorziening is betekend, op straffe van nietigheid, bij het verzoekschrift gevoegd wanneer die betekening vereist is.
  5. Krachtens de artikelen 1317, 1319 en 1320 Burgerlijk Wetboek levert de authentieke akte het bewijs op zelfs van hetgeen daarin slechts bij wijze van vermelding wordt uitgedrukt, mits de vermelding rechtstreeks verband houdt met de akte.
  6. Het bewijs van de valsheid van de authentieke akte kan slechts worden ge-leverd door een vordering wegens valsheid bij wijze van hoofdeis voor het straf-gerecht of door een betichting van valsheid in een civielrechtelijk geding.
  7. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de gerechts-deurwaarder in het exploot van betekening van 9 maart 2017 van het verzoek-schrift in cassatie vermeldt: "heb ik ondergetekende [...] betekend aan [de ver-weerder] [...] het verzoekschrift in cassatie van de verzoekende partij van 08 maart 2017 tegen een arrest dat op tegenspraak tussen de partijen op 06 septem-ber 2016 werd uitgesproken door de vijfde kamer van het Hof van Beroep te Gent (A.R. nr. 2015/AR/1022) [...]". Aldus stelde de gerechtsdeurwaarder op authentieke wijze vast dat aan de ver-weerder bij dit exploot wel degelijk de voorziening werd betekend die door de eiseres werd gericht tegen het arrest van de vijfde kamer van het hof van beroep te Gent van 6 september 2016 gekend onder het rolnummer 2015/AR/
  8. Het middel van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Gegrondheid Eerste onderdeel
  9. Door te overwegen dat "de vaststelling dat bepaalde kosten geen verband houden met de activiteit en het doel van de vennootschap, de vraag [doet] rijzen naar het doel of de finaliteit van deze kosten" en dat "de belastingplichtige [...] des te meer in die omstandigheden [dient] aan te tonen dat de kosten werkelijk gedaan of gedragen zijn om belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden", oordelen de appelrechters enkel dat, waar de litigieuze uitgaven geen verband houden met de maatschappelijke of statutaire activiteiten, noch met het maat-schappelijk of statutair doel van de vennootschap, de eiseres niettemin moet aan-tonen dat die uitgaven werkelijk zijn gedaan of gedragen om belastbare inkom-sten te verkrijgen of te behouden. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de appelrechters, voor wat betreft de kosten waarvan is vastgesteld dat ze geen verband houden met de activiteit en het doel van de vennootschap, oordelen dat er een strengere bewijslast rust op de belas-tingplichtige, berust op een onjuiste lezing van het arrest en mist bijgevolg feite-lijke grondslag. Tweede onderdeel Eerste subonderdeel
  10. De appelrechters oordelen dat de administratie, bij gebrek aan bewijs dat voldaan is aan de voorwaarden van artikel 49 WIB92, terecht alle kosten verbon-den aan het privégedeelte van de woning heeft verworpen op grond van de over-wegingen dat: - de omzet van de eiseres hoofdzakelijk wordt behaald vanuit de praktijk in Gent waarin enkel zaakvoerder D. en niet zijn echtgenote, zaakvoerster V. ac-tief is; - de omzet gerelateerd aan het kantoor te Gent in 2008 418.434,08 euro bedroeg op een totale omzet van 494.683,58 euro; - tegenover een omzet van zaakvoerster V. van 15 pct. in 2008 (76.000 euro van 494.683,58 euro) en 8 pct. in 2009 (33.000 euro van 438.956,06 euro) investe-ringen staan aan de woning voor een waarde van 1.659.217,41 euro, waarvan de afschrijving op zich, in het kader van een vruchtgebruik van 20 jaar, onge-veer 83.000 euro bedraagt; - de in 2008 geboekte kosten met betrekking tot het privégedeelte 43.334,41 eu-ro bedroegen, en dat die kosten in 2009 89.997,93 euro bedroegen; - er geen elementen zijn die bewijzen dat er tegenover de terbeschikking-stelling van het privégedeelte werkelijke prestaties staan; - er geen duidelijke loonpolitiek voorhanden was waaruit blijkt dat voordelen van alle aard werden toegekend aan de zaakvoerders; - ook de verslagen van de algemene vergaderingen van de eiseres over de boek-jaren 2008 en 2009 geen informatie verstrekken over een passende vergoeding van de prestaties van de zaakvoerders; - zaakvoerster V., naast de voordelen in natura (de terbeschikkingstelling van het privégedeelte van de woning), ook een vergoeding van de eiseres ontving van dezelfde grootorde als van haar eigen omzet en dat deze toekenning erop wijst dat er geen redelijk verband blijkt tussen de kosten en de prestaties van zaakvoerster V. in het beroepsgedeelte van de woning; - de omvang van de investering en de kosten kennelijk niet in verhouding staat tot de inkomsten, hetgeen doet vermoeden dat ze er niet voornamelijk op ge-richt zijn om inkomsten te behalen, maar op het toekennen van voordelen aan de zaakvoerders; - de bezoldigingstheorie niet toelaat om, onder het mom van geleverde presta-ties van de bedrijfsleider, zonder meer allerhande uitgaven van persoonlijke aard af te wentelen op de vennootschap; - het afwentelen van privékosten van een woning op de vennootschap eerder lijkt op een misbruik van de fiscale regelgeving en van het vermogen van de vennootschap; - de eiseres de werkelijke omvang van het beroepsgedeelte van de woning niet bewijst; - de taxatie van een voordeel van alle aard in hoofde van de zaakvoerders van de eiseres laatstgenoemde niet het recht verleent op de aftrekbaarheid van de ermee verband houdende kosten.
  11. Het subonderdeel dat ervan uitgaat dat de beslissing van de appelrechters louter steunt op de wanverhouding tussen de inkomsten behaald door de eiseres in het beroepsgedeelte van de woning door de prestaties van zaakvoerster V. enerzijds en de kosten van het privégedeelte van de woning anderzijds, berust op een onvolledige lezing van het arrest en mist bijgevolg feitelijke grondslag. Tweede subonderdeel
  12. De appelrechters oordelen niet dat de kosten die een vennootschap maakt om aan haar bedrijfsleider een belastbaar voordeel van alle aard toe te kennen, enkel aftrekbaar zijn als beroepskost indien de vennootschap het bewijs levert van een duidelijke loonpolitiek. Het subonderdeel berust op een onjuiste lezing van het arrest en mist bijgevolg feitelijke grondslag. Derde subonderdeel
  13. Het subonderdeel dat steunt op de premisse dat "de omzet van eiseres in het bedoelde jaar uitsluitend behaald is door de inzet van de beide bedrijfslei-ders-zaakvoerders vermits eiseres geen werknemers heeft en ook geen beroep doet op zelfstandige medewerkers", vergt een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof niet bevoegd is. Het subonderdeel is niet ontvankelijk. Vierde subonderdeel
  14. Het oordeel van de appelrechters dat de administratie terecht alle kosten heeft verworpen die verbonden zijn aan het privégedeelte van de woning, is niet gegrond op een beoordeling van de opportuniteit van die kosten, maar op de vaststelling dat deze kosten niet gemaakt of gedragen zijn om belastbare inkom-sten te verkrijgen of te behouden. Het subonderdeel berust op een onjuiste lezing van het arrest en mist bijgevolg feitelijke grondslag. Vijfde subonderdeel
  15. De appelrechters oordelen dat het privégedeelte van de woning een vergoe-dend karakter heeft voor de prestaties van de zaakvoerders indien tegenover de terbeschikkingstelling van het privégedeelte werkelijke prestaties staan, maar dat dit niet wordt bewezen. Dienaangaande stellen zij vast dat: - er geen duidelijke loonpolitiek is; - louter de omvang van de omzet als bewijs daarvan niet volstaat; - de verslagen van de algemene vergadering van de eiseres over de boekjaren 2008 en 2009 geen informatie verstrekken over een passende vergoeding van de prestaties van de zaakvoerders; - zaakvoerster V., naast de voordelen in natura, een vergoeding ontving van de eiseres van dezelfde grootorde als van haar eigen omzet; - de bezoldigingstheorie niet toelaat onder het mom van geleverde prestaties van de bedrijfsleider zonder meer allerhande uitgaven van persoonlijke aard af te wentelen op het vermogen van de vennootschap.
  16. Uit deze vaststellingen blijkt dat de appelrechters wel rekening hebben ge-houden met het totale bezoldigingspakket van beide zaakvoerders. Het subonderdeel mist feitelijke grondslag. Kosten
  17. Gelet op de verwerping van het middel van niet-ontvankelijkheid dienen de kosten van de betekening van de memorie van antwoord ten laste van de ver-weerder te worden gelegd. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de verweerder tot de kosten van de memorie van antwoord. Veroordeelt de eiseres tot de overige kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 407,92 euro en voor de verweerder op 316,74 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de sectievoorzitters Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en de raadsheren Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 28 november 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Johan Van der Fraenen, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191128.1N.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.