← België

D.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191203.2N.11 Rolnummer: P.19.0951.N Zaak: D. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2019-12-04 Raadplegingen: 730 - laatst gezien 2026-06-29 05:43 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Artikel 204 Wetboek van Strafvordering bepaalt dat het hoger beroep vervalt indien niet tijdig een verzoekschrift of grievenformulier wordt ingediend met nauwkeurige opgave van de grieven die tegen het beroepen vonnis worden ingebracht; de ontvankelijkverklaring van een hoger beroep belet de strafrechter niet dit alsnog vervallen te verklaren indien blijkt dat niet is voldaan aan de verplichting van artikel 204 Wetboek van Strafvordering

(1).
(1)S. VAN OVERBEKE, "Verzet en hoger beroep in strafzaken na de wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie (?Potpourri II')(tweede deel)", RW 2015-2016,1442-
  1. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn Vrije woorden: Grievenformulier - Hoger beroep reeds ontvankelijk verklaard bij tussenarrest - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter Vrije woorden: Grievenformulier - Hoger beroep reeds ontvankelijk verklaard bij tussenarrest - Draagwijdte - Gevolg Fiche 3 Overmacht die een appellant belet tijdig het door artikel 204 Wetboek van Strafvordering bedoelde verzoekschrift in te dienen, is een omstandigheid onafhankelijk van de wil van die appellant en die door hem niet kon worden voorzien of voorkomen, waardoor het hem onmogelijk was aan deze verplichting te voldoen; uit de aard van het overmachtsbegrip volgt dat indien overmacht een appellant heeft belet tijdig een verzoekschrift als bedoeld door artikel 204 Wetboek van Strafvordering in te dienen, er van zodra de overmachtstoestand is opgehouden een nieuwe termijn aanvangt om alsnog aan die verplichting te voldoen. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn Vrije woorden: Grievenformulier - Overmacht - Draagwijdte - Nieuwe termijn om het grievenformulier in te dienen - Aanvang van de termijn Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0951.N M D, inverdenkinggestelde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Koen Vaneecke, advocaat bij de balie Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 23 augustus
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
  3. Het onderdeel voert schending aan van artikel 19, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, alsmede miskenning van het beginsel van de uitputting van rechts-macht: aangezien het geschilpunt over de ontvankelijkheid van het hoger beroep werd beslecht met het tussenarrest van 26 februari 2019, verklaart het bestreden arrest eisers hoger beroep ten onrechte vervallen.
  4. De artikelen 199, 202, 203 en 205 Wetboek van Strafvordering bepalen te-gen welke vonnissen hoger beroep kan worden ingesteld, wie hoger beroep kan instellen en volgens welke vormen en binnen welke termijn dit moet gebeuren.
  5. Artikel 204 Wetboek van Strafvordering bepaalt aanvullend dat het hoger beroep vervalt indien niet tijdig een verzoekschrift of grievenformulier wordt ingediend met nauwkeurige opgave van de grieven die tegen het beroepen vonnis worden ingebracht.
  6. De ontvankelijkverklaring van een hoger beroep belet de strafrechter niet dit alsnog vervallen te verklaren indien blijkt dat niet is voldaan aan de verplich-ting van artikel 204 Wetboek van Strafvordering. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Derde onderdeel
  7. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM en de artikelen 203 en 204 Wetboek van Strafvordering: het arrest oordeelt ten onrechte dat de termijn van 30 dagen om een verzoekschrift met grieven neer te leggen ter grif-fie ten laatste vanaf 29 april 2019 is beginnen lopen, waardoor het verzoekschrift van 2 juli 2019 laattijdig is neergelegd; geen enkele bepaling schrijft voor dat ingeval van overmacht de nieuwe termijn van 30 dagen om alsnog een verzoek-schrift neer te leggen een aanvang neemt van zodra de vastgestelde overmachts-situatie is opgehouden.
  8. Overmacht die een appellant belet tijdig het door artikel 204 Wetboek van Strafvordering bedoelde verzoekschrift in te dienen, is een omstandigheid onaf-hankelijk van de wil van die appellant en die door hem niet kon worden voorzien of voorkomen, waardoor het hem onmogelijk was aan deze verplichting te vol-doen.
  9. Uit de aard van het overmachtsbegrip volgt dat indien overmacht een ap-pellant heeft belet tijdig een verzoekschrift als bedoeld door artikel 204 Wetboek van Strafvordering in te dienen, er van zodra de overmachtstoestand is opgehou-den een nieuwe termijn aanvangt om alsnog aan die verplichting te voldoen. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede onderdeel
  10. Het onderdeel voert schending aan van artikel 204, tweede lid, Wetboek van Strafvordering: het arrest oordeelt in strijd met deze bepaling dat een grie-venformulier enkel op ontvankelijke wijze kan worden neergelegd ter griffie van het gerecht dat het beroepen vonnis heeft gewezen.
  11. Het arrest oordeelt niet enkel dat het grievenformulier ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg, afdeling Antwerpen, diende te worden neergelegd, maar ook dat het laattijdig werd ingediend. Deze vergeefs met het derde onder-deel bekritiseerde reden schraagt de beslissing. Het onderdeel dat niet tot cassatie kan leiden, is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser tot de kosten. Bepaalt de kosten op 77,61 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 3 december 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191203.2N.11 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220118.2N.1 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220920.2N.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.