id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191203.2N.13 Rolnummer: P.19.1139.N Zaak: T. contra PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROE Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2019-12-04 Raadplegingen: 382 - laatst gezien 2026-06-28 06:47 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Volgens artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek kan iedere rechter worden gewraakt wegens gewettigde verdenking en er is gewettigde verdenking indien de aangevoerde feiten bij de eiser tot wraking, de partijen en derden de verdenking kunnen wekken dat de magistraat niet langer op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak kan doen, waarbij die verdenking objectief gerechtvaardigd moet zijn; uit het feit dat een jeugdrechter in hoger beroep twee jaar terug in hetzelfde dossier een voor de betrokken partij negatieve beslissing heeft genomen die zou zijn gebaseerd op observatieverslagen die slechts na die beslissing werden gevalideerd door een professor-diensthoofd die de nicht is van die rechter, volgt niet dat er objectief gezien bij de partijen en derden gewettigde twijfel bestaat betreffende het vermogen van die jeugdrechter in hoger beroep om meer dan twee jaar later, op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak te doen over het hoger beroep tegen de verlenging van een toezichts-maatregel betreffende een minderjarige bij een verontrustende situatie en evenmin kan uit dat feit worden afgeleid dat er tussen deze magistraat en de betrokken partij tegenstrijdigheid van belangen bestaat. Thesaurus CAS: WRAKING Vrije woorden: Strafzaken - Jeugdrechter in hoger beroep - Verlenging van een toezichtsmaatregel - Onpartijdigheidsplicht - Gewettigde verdenking - Artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek - Voorwaarden Strafzaken - Jeugdrechter in hoger beroep - Verlenging van een toezichtsmaatregel - Tegenstrijdigheid van belangen - Artikel 828, 13°, Gerechtelijk Wetboek - Voorwaarden Fiches 3 - 5 Uit het enkele feit dat een partij zich onder meer tegen een magistraat burgerlijke partij stelt bij de onderzoeksrechter omwille van de wijze waarop die magistraat en anderen in voorafgaande fases van de procedure hebben beslist en die wijze van behandeling volgens die partij bepaalde misdrijven oplevert, volgt niet dat tussen die partij en die magistraat en desgevallend haar bloed- of aanverwanten in de rechte lijn een crimineel geding wordt gevoerd, zoals bedoeld door artikel 828, 6°, Gerechtelijk Wetboek, of dat er tussen hen een hoge graad van vijandschap bestaat, zoals bedoeld door artikel 828, 12°, Gerechtelijk Wetboek. Thesaurus CAS: WRAKING Vrije woorden: Strafzaken - Jeugdrechter in hoger beroep - Verlenging van een toezichtsmaatregel - Crimineel geding tussen de magistraat, diens bloed- of aanverwanten en de betrokken partij - Artikel 828, 6°, Gerechtelijk Wetboek - Voorwaarden Strafzaken - Jeugdrechter in hoger beroep - Verlenging van een toezichtsmaatregel - Hoge graad van vijandschap tussen de magistraat en de betrokken partij - Artikel 828, 12°, Gerechtelijk Wetboek - Voorwaarden Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN - GERECHTELIJK ONDERZOEK - Algemeen Vrije woorden: Klacht met burgerlijke partijstelling bij de onderzoeksrechter - Klacht gericht tegen een magistraat - Wraking - Artikel 828, 6° en 12°, Gerechtelijk Wetboek - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.19.1139.N N T, ouder van een minderjarige, eiseres tot wraking, met als raadsman mr. Alfons Sauter, advocaat bij de balie Antwerpen, met kantoor te 2920 Kalmthout, Kapellensteenweg 66, waar de eiseres woonplaats kiest, in de zaak van de PROCUREUR GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, en
- N T, reeds vermeld, ouder van een minderjarige,
- C P, ouder van een minderjarige, met als raadsman mr. An Lingier, advocaat bij de balie Brussel,
- G-A P, minderjarige, mr. Christine Davidts, advocaat bij de balie Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De eiseres vordert bij een op 7 november 2019 ter griffie van het hof van beroep te Brussel ingediende akte, waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht, de wraking van raadsheer J. D., jeugdrechter in hoger beroep bij het hof van beroep te Brussel (hierna de betrokken magistraat). De betrokken magistraat heeft op 8 november 2019 de door artikel 836, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven verklaring afgelegd met haar gemotiveerde weigering zich van de zaak te onthouden. Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het op 3 december 2019 neergelegde geschrift
- Een eiseres tot wraking moet haar wrakingsgronden en de feitelijke omstandigheden die daar de grondslag voor vormen aanvoeren in de akte van wraking. Pas zo is de magistraat waarvan de wraking wordt gevraagd, in staat daarover standpunt in te nemen.
- In zoverre de eiseres in het op 3 december 2019 neergelegde geschrift andere wrakingsgronden aanvoert dan die welke worden vermeld in de wrakingsakte of andere feitelijke omstandigheden tot staving van de wrakingsgronden, is het niet ontvankelijk. Gegrondheid
- De eiseres heeft op 3 oktober 2019 hoger beroep aangetekend tegen een vonnis van 4 september 2019 van de jeugdrechter te Leuven waarbij een eerder bevolen toezichtsmaatregel werd verlengd. De behandeling van deze zaak in hoger beroep werd vastgesteld op de rechtszitting van de 33ste kamer van het hof van beroep te Brussel van 7 november 2019, voorgezeten door de betrokken magistraat.
- De eiseres voert in haar wrakingsverzoek in wezen aan dat: - twee observatieverslagen van de afdeling kinderpsychiatrie te Leuven betreffende de minderjarige kinderen van de eiseres werden gevalideerd op 8 juni 2017 en op 26 juni 2017 door de professoren dr. P. A. en dr. M. D., die de zus is van de betrokken magistraat, gegeven dat de eiseres nog maar recent zou hebben vernomen. Die verwantschap tussen professor dr. M. D. en de betrokken magistraat en de tegenstrijdige belangen die in dit dossier bestaan, zou de betrokken magistraat niet ervan weerhouden hebben op 30 maart 2017 twee arresten te wijzen gebaseerd op valse informatie en valse stukken. De betrokken magistraat zou doelbewust geen melding hebben gemaakt van haar afhankelijkheid in deze zaak, wat een professionele fout uitmaakt; - zij op 30 juli 2019 een strafklacht met burgerlijkepartijstelling heeft ingediend bij de onderzoeksrechter te Antwerpen, afdeling Antwerpen, tegen alle actoren die zich in dit dossier schuldig hebben gemaakt aan diverse misdrijven en welke deel uitmaken van een criminele organisatie, zo ook onder meer professor dr. M. D. en de betrokken magistraat.
- Volgens de eiseres zijn de volgende wrakingsgronden van toepassing: - artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek: uit de voormelde gegevens blijkt dat de betrokken magistraat niet in staat is om onafhankelijk, onpartijdig en onbevangen recht te spreken, minstens dat daartoe schijn bestaat, zodat de vrees voor een partijdige behandeling gerechtvaardigd is; - artikel 828, 6°, Gerechtelijk Wetboek: er is tussen de eiseres en de betrokken magistraat of haar bloed- of aanverwanten in de rechte lijn een crimineel geding gevoerd; - artikel 828, 12°, Gerechtelijk Wetboek: er bestaat tussen de eiseres en de betrokken magistraat een hoge graad van vijandschap; - artikel 828, 13°, Gerechtelijk Wetboek: er is tegenstrijdigheid van belangen.
- De betrokken magistraat heeft in haar door artikel 836, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bedoelde verklaring in essentie geantwoord dat: - het door haar gevelde arrest van 30 maart 2017 dateert van vóór de validering van de twee vermelde observatieverslagen; - zijzelf nooit enig contact heeft gehad met de afdeling kinderpsychiatrie te Leuven noch met professor dr. M. D. in deze of enig andere zaak; - zij niet ervan op de hoogte was dat deze verslagen onder leiding van professor dr. M. D. werden gevalideerd; - professor dr. M. D. niet haar zus is, maar wel een nicht.
- De eiseres maakt niet in het minst aannemelijk dat de voormelde door de betrokken magistraat verstrekte gegevens betreffende de vermelde observatieverslagen en haar relatie met professor dr. M. D. onjuist zouden zijn. Zij brengt ter zake geen schriftelijk bewijs of begin van bewijs bij. Het Hof beoordeelt dan ook het wrakingsverzoek uitgaande van de gegevens verstrekt door de betrokken magistraat.
- Volgens artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek kan iedere rechter worden gewraakt wegens gewettigde verdenking. Er is gewettigde verdenking indien de aangevoerde feiten bij de eiser tot wraking, de partijen en derden de verdenking kunnen wekken dat de magistraat niet langer op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak kan doen. Die verdenking moet evenwel objectief gerechtvaardigd zijn.
- Uit het feit dat een jeugdrechter in hoger beroep twee jaar terug in hetzelfde dossier een voor de eiseres negatieve beslissing heeft genomen die zou zijn gebaseerd op observatieverslagen die slechts na die beslissing werden gevalideerd door een professor-diensthoofd die de nicht is van die rechter, volgt niet dat er objectief gezien bij de partijen en derden gewettigde twijfel bestaat betreffende het vermogen van die jeugdrechter in hoger beroep om thans, dit is meer dan twee jaar later, op onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak te doen over het hoger beroep tegen de verlenging van een toezichtsmaatregel betreffende een minderjarige bij een verontrustende situatie. Evenmin kan uit dat feit worden afgeleid dat er tussen de betrokken magistraat en de eiseres tegenstrijdigheid van belangen bestaat. In zoverre het wrakingsverzoek steunt op artikel 828, 1°, en 13°, Gerechtelijk Wetboek, is het ongegrond.
- Uit het enkele feit dat een partij zich onder meer tegen een magistraat burgerlijke partij stelt bij de onderzoeksrechter omwille van de wijze waarop die magistraat en anderen in voorafgaande fases van de procedure hebben beslist en die wijze van behandeling volgens die partij bepaalde misdrijven oplevert, volgt niet dat tussen die partij en die magistraat en desgevallend haar bloed- of aanverwanten in de rechte lijn een crimineel geding wordt gevoerd, zoals bedoeld door artikel 828, 6°, Gerechtelijk Wetboek, of dat er tussen hen een hoge graad van vijandschap bestaat, zoals bedoeld door artikel 828, 12°, Gerechtelijk Wetboek. Een dergelijke klacht leidt niet tot het rechtsgeldig instellen van de strafvordering tegen de betrokken magistraat en professor dr. M. D. blijkt geen bloed- of aanverwant in de rechte lijn te zijn van de betrokken magistraat. In zoverre het wrakingsverzoek steunt op de artikelen 828, 6° en 12°, Gerechtelijk Wetboek, is het ongegrond. Dictum Het Hof, Verwerpt het wrakingsverzoek. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Zegt dat de griffier overeenkomstig artikel 838, laatste lid, Gerechtelijk Wetboek, dit arrest binnen de 48 uur ter kennis brengt van de partijen bij gerechtsbrief. Bepaalt de kosten tot op heden op 0 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 3 december 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191203.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div