← België

MKH B.V.B.A.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191203.2N.8 Rolnummer: P.19.0612.N Zaak: MKH B.V.B.A. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2019-12-04 Raadplegingen: 618 - laatst gezien 2026-06-29 08:10 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit artikel 67ter, eerste lid, Wegverkeerswet volgt voor rechtspersonen of natuurlijke personen die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigen de verplichting om, indien een overtreding op de Wegverkeerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan is begaan met een op naam van de rechtspersoon ingeschreven voertuig, de identiteit van de bestuurder op het ogenblik van de feiten mee te delen, of indien zij die niet kennen, de identiteit van de persoon die het voertuig onder zich heeft; hoewel volgens artikel 67ter, tweede lid, deze mededeling moet gebeuren binnen een termijn van 15 dagen te rekenen vanaf de datum waarop de vraag om inlichtingen gevoegd bij het afschrift van het proces-verbaal werd verstuurd, is voor strafbaarheid niet vereist dat bij de vraag om inlichtingen steeds een afschrift van het proces-verbaal van overtreding is gevoegd; de verplichting tot het beantwoorden van de vraag om inlichtingen, die overigens ook mondeling kan worden gericht tot de natuurlijke personen die optreden namens de rechtspersoon, hangt niet af van het toesturen of het voorhanden zijn van het proces-verbaal van overtreding en het volstaat dat de betrokkene weet op welk voertuig, tijdstip, plaats en overtreding de vraag om inlichtingen betrekking heeft

(1).
(1)Cass. 17 september 2014, AR P.14.0751.F ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140917.5, AC 2014, nr. 531; Cass. 25 januari 2012, AR P.11.0856.F ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120125.4, AC 2012, nr. 65; Cass. 26 september 2006, AR P.06.0572.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060926.6, AC 2006, nr. 438; Cass. 29 november 2005, AR P.05.0995.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051129.3, AC 2005, nr.
  1. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 67 - Artikel 67ter Vrije woorden: Artikel 67ter - Overtreding begaan met een op naam van de rechtspersoon ingeschreven voertuig - Proces-verbaal - Vraag om inlichtingen - Mededeling van de identiteit van de bestuurder of van de persoon die het voertuig onder zich heeft - Termijn - Aanvang - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0612.N MKH bvba, met zetel te 1070 Anderlecht, Kapitein Fossoullaan 34, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Vincent Van der Mast, advocaat bij de balie West-Vlaanderen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctio-nele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 3 mei
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. I. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. Het middel voert schending aan van artikel 67ter Wegverkeerswet: ten on-rechte oordeelt het bestreden vonnis dat de constitutieve bestanddelen van het in dit artikel omschreven misdrijf zijn vervuld; het stelt immers ook vast dat er geen afschrift van het aanvankelijk proces-verbaal aan de eiseres werd overge-maakt; het oordeelt ten onrechte dat de omschrijving van de feiten op de uitno-diging tot verhoor volstaat; de oproeping tot verhoor werd haar niet overhandigd; zij heeft nooit kennis genomen of kunnen nemen van deze uitnodiging; deze uit-nodiging werd niet verstuurd en de eiseres heeft ze nooit ontvangen.
  4. Uit artikel 67ter, eerste lid, Wegverkeerswet, zoals hier van toepassing, volgt voor rechtspersonen of natuurlijke personen die de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigen de verplichting om, indien een overtreding op de Wegver-keerswet en de uitvoeringsbesluiten ervan is begaan met een op naam van de rechtspersoon ingeschreven voertuig, de identiteit van de bestuurder op het ogenblik van de feiten mee te delen, of indien zij die niet kennen, de identiteit van de persoon die het voertuig onder zich heeft.
  5. Hoewel volgens artikel 67ter, tweede lid, Wegverkeerswet, zoals hier van toepassing, deze mededeling moet gebeuren binnen een termijn van 15 dagen te rekenen vanaf de datum waarop de vraag om inlichtingen gevoegd bij het af-schrift van het proces-verbaal werd verstuurd, is voor strafbaarheid niet vereist dat bij de vraag om inlichtingen steeds een afschrift van het proces-verbaal van overtreding is gevoegd. De verplichting tot het beantwoorden van de vraag om inlichtingen, die overigens ook mondeling kan worden gericht tot de natuurlijke personen die optreden namens de rechtspersoon, hangt niet af van het toesturen of het voorhanden zijn van het proces-verbaal van overtreding. Het volstaat dat de betrokkene weet op welk voertuig, tijdstip, plaats en overtreding de vraag om inlichtingen betrekking heeft. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  6. In zoverre het middel aanvoert dat de eiseres geen kennis heeft genomen of kunnen nemen van de uitnodiging tot verhoor, komt het op tegen de beoordeling van de feiten door het bestreden vonnis of verplicht het tot een onderzoek van feiten, waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 64,41 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 3 december 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191203.2N.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191203.2N.6 precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051129.3 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060926.6 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120125.4 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140917.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.