← België

ITEC nv contra LMLAW bvba

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191205.1N.2 Rolnummer: C.18.0004.N Zaak: ITEC nv contra LMLAW bvba Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2019-12-12 Raadplegingen: 865 - laatst gezien 2026-06-28 21:19 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 De rechter is gehouden het geschil te beslechten overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde rechtsregels; hij moet de juridische aard van de door de partijen aangevoerde feiten en handelingen onderzoeken, en mag, ongeacht de juridische omschrijving die de partijen daaraan hebben gegeven, de door hen aangevoerde redenen ambtshalve aanvullen op voorwaarde dat hij geen betwisting opwerpt waarvan de partijen bij conclusie het bestaan hebben uitgesloten, dat hij enkel steunt op elementen die hem regelmatig zijn voorgelegd, dat hij het voorwerp van de vordering niet wijzigt en dat hij daarbij het recht van verdediging van partijen niet miskent

(1).
(1)Zie Cass. 14 december 2012, AR C.12.0018.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121214.4, AC 2012, nr. 690. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Burgerlijke zaken - Recht van verdediging - Opdracht van de rechter - Ambtshalve aanvullen van redenen - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 774 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - BURGERLIJKE ZAKEN Vrije woorden: Gerechtelijk recht - Rechtspleging - Opdracht van de rechter - Ambtshalve aanvullen van redenen - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 774 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Recht van verdediging - Opdracht van de rechter - Ambtshalve aanvullen van redenen - Voorwaarden Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 774 Fiches 4 - 6 De plicht voor de rechter om ambtshalve de rechtsmiddelen op te werpen waarvan de toepassing geboden is door de feiten die door de partijen in het bijzonder worden aangevoerd tot staving van hun eisen, houdt niet in dat de rechter gehouden is alle in het licht van de vaststaande feiten van het geschil mogelijke, doch niet-aangevoerde rechtsgronden op hun toepasselijkheid te onderzoeken, doch enkel dat hij, mits eerbiediging van het recht van verdediging, de toepasselijkheid dient te onderzoeken van de niet-aangevoerde rechtsgronden die zich door de feiten zoals zij in het bijzonder worden aangevoerd, onmiskenbaar aan hem opdringen
(1).
(1)Zie Cass. 14 december 2012, C.12.0018.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121214.4, AC 2012, nr.
  1. Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Burgerlijke zaken - Recht van verdediging - Opdracht van de rechter - Ambtshalve aanvullen van redenen - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 774 Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - BURGERLIJKE ZAKEN Vrije woorden: Gerechtelijk recht - Rechtspleging - Opdracht van de rechter - Ambtshalve aanvullen van redenen - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 774 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Recht van verdediging - Opdracht van de rechter - Ambtshalve aanvullen van redenen - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 774 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.18.0004.N ITEC nv, met zetel te 2000 Antwerpen, Italiëlei 1, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Patricia Vanlersberghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen LMLAW bvba, met zetel te 2000 Antwerpen, Frankrijklei 93, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Ant-werpen van 21 september 2016 en 19 april
  2. Sectievoorzitter Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, drie midde-len aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
  3. De appelrechters die vaststellen dat de eiseres op 4 februari 2013 aan de verweerster meedeelde iedere verdere uitvoering stop te zetten gelet op de open-staande facturatie en dat de verweerster in een brief van 11 februari 2013 de bui-tengerechtelijke ontbinding van de tussen partijen bestaande overeenkomsten na-streefde en die op grond hiervan oordelen dat de overeenkomst werd beëindigd met ingang van 11 februari 2013, geven te kennen dat de overeenkomsten vanaf dan als beëindigd moeten worden beschouwd los van iedere schuldvraag.
  4. Het onderdeel berust op een onjuiste lezing van het arrest en mist bijgevolg feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  5. De rechter is gehouden het geschil te beslechten overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde rechtsregels. Hij moet de juridische aard van de door de partijen aangevoerde feiten en handelingen onderzoeken, en mag, ongeacht de juridische omschrijving die de partijen daaraan hebben gegeven, de door hen aangevoerde redenen ambtshalve aanvullen op voorwaarde dat hij geen betwis-ting opwerpt waarvan de partijen bij conclusie het bestaan hebben uitgesloten, dat hij enkel steunt op elementen die hem regelmatig zijn voorgelegd, dat hij het voorwerp van de vordering niet wijzigt en dat hij daarbij het recht van verdedi-ging van partijen niet miskent. Hij heeft de plicht ambtshalve de rechtsmiddelen op te werpen waarvan de toe-passing geboden is door de feiten die door de partijen in het bijzonder worden aangevoerd tot staving van hun eisen. Dit houdt niet in dat de rechter gehouden is alle in het licht van de vaststaande feiten van het geschil mogelijke, doch niet-aangevoerde rechtsgronden op hun toepasselijkheid te onderzoeken, doch enkel dat hij, mits eerbiediging van het recht van verdediging, de toepasselijkheid dient te onderzoeken van de niet-aangevoerde rechtsgronden die zich door de feiten zoals zij in het bijzonder wor-den aangevoerd, onmiskenbaar aan hem opdringen.
  6. Het onderdeel gaat ervan uit dat de appelrechters de plicht hadden de vor-dering van de eiseres ambtshalve te toetsen aan de rechtsgrond van de verrijking zonder oorzaak, maar preciseert niet waarom de toepassing van die rechtsgrond te dezen geboden was door de feiten die door de eiseres in het bijzonder werden aangevoerd. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
  7. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting van 22 maart 2017 waarop voorzitter D. Demeester en de raadsheren I. Traest en C. Van Der Schueren aan-wezig waren, blijkt dat de zaak werd hernomen, waarna de zaak in beraad werd genomen door deze zetel, zodat het arrest van 19 april 2017 dat werd uitgespro-ken door voorzitter D. Demeester en de raadsheren I. Traest en C. Van Der Schueren voldoet aan het voorschrift van artikel 779 Gerechtelijk Wetboek. Het middel kan niet worden aangenomen. Derde middel
  8. Zoals blijkt uit het antwoord op het eerste onderdeel van het eerste middel baseren de appelrechters de beëindiging van de overeenkomst niet op de wan-prestatie van de verweerster zodat zij zonder dubbelzinnigheid oordelen dat de bedoelde bedingen geen toepassing krijgen aangezien geen ontbinding wegens wanprestatie voorligt. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten voor de eiseres op 690,92 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Alain Smetryns, als voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 5 december 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Alain Smetryns, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191205.1N.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220425.3F.6 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20221223.1N.1 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260320.1F.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121214.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.