← België

HYBOMA NV contra G.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191205.1N.5 Rolnummer: C.19.0245.N Zaak: HYBOMA NV contra G. Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2019-12-12 Raadplegingen: 532 - laatst gezien 2026-06-28 07:17 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De aanvangsdatum van de verjaringstermijn voor een rechtsvordering tot vergoeding van schade op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid is de dag waarop de benadeelde daadwerkelijk kennis heeft gekregen van alle gegevens die nodig zijn om een aansprakelijkheidsvordering te kunnen instellen. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - ALGEMEEN Vrije woorden: Rechtsvordering tot vergoeding van schade - Verjaringstermijn - Aanvangsdatum Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 2262bis, § 1, tweede lid Thesaurus CAS: VERJARING - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen (Aard. Duur. Aanvang. Einde) Vrije woorden: Buitencontractuele aansprakelijkheid - Rechtsvordering tot vergoeding van schade - Verjaringstermijn - Aanvangsdatum Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 2262bis, § 1, tweede lid Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.19.0245.N

  1. HYBOMA nv¸ met zetel te 8610 Kortemark, Wilgenlaan 39, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0878.202.861,
  2. TERRA² nv, met zetel te 8610 Kortemark, Wilgenlaan 39, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0445.949.778, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cas-satie, tegen
  3. G. G.,
  4. C. V. D. B., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie,
  5. ARCHITECTENBUREAU A-STYLE bvba, met zetel te 9472 Iddergem, Hoogstraat 176A, ingeschreven bij de KBO onder het nummer 0464.966.233, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 1 februari
  6. Sectievoorzitter Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  7. De appelrechter die oordeelt dat "het niet abnormaal is dat de plannen waarop een bouwvergunning is gesteund toch nog worden gewijzigd in het licht van de opmaak van uitvoeringsplannen", dat de eerste eiseres "vrijelijk [kon en mocht] kiezen of zij al dan niet met deze plannen zou verder werken" en dat "er mogelijk wijzigingen dienden te worden aangebracht, indien [de eerste eiseres] ervoor opteerde om met de plannen verder te werken", geeft te kennen dat de aangevoerde technische onuitvoerbaarheid van de plannen niet belet dat de ver-bintenissen van de eiseressen uitvoerbaar waren.
  8. In zoverre het middel aanvoert dat dit oordeel een schending inhoudt van de artikelen 99, § 1, 1° en 146, 1°, van het Decreet van 18 mei 1999 houdende organisatie van de ruimtelijke ordening, vraagt het een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is en is het mitsdien niet ontvankelijk.
  9. In zoverre het middel de schending aanvoert van de artikelen 1108, 1206 en 1128 Burgerlijk Wetboek, is het afgeleid en mitsdien niet ontvankelijk.
  10. Voor het overige komt het middel op tegen overtollige redenen en is het mitsdien evenmin ontvankelijk. Tweede middel
  11. De appelrechter oordeelt dat de eiseressen niet gerechtigd zijn op schade-vergoeding voor de palenwand aangezien zij op eigen risico de overeenkomst hebben beëindigd en de eerste en tweede verweerders wegens de afstand van het recht op natrekking geen voordeel uit de palenwand haalden. Zij oordelen ten overvloede dat krachtens artikel 4.5, laatste lid, van de overeenkomst de grond-eigenaar in geval van natrekking evenmin een vergoeding verschuldigd is indien deze natrekking intreedt in geval geen koopoptie wordt gelicht, zoals ten deze het geval is. Deze redengeving is niet tegenstrijdig zodat het middel feitelijke grondslag mist. Derde middel Eerste onderdeel
  12. Krachtens artikel 2262bis, § 1, tweede lid, Burgerlijk Wetboek, verjaren rechtsvorderingen tot vergoeding van schade op grond van buitencontractuele aansprakelijkheid door verloop van vijf jaar vanaf de dag volgend op die waarop de benadeelde kennis heeft gekregen van de schade of van de verzwaring ervan en van de identiteit van de daarvoor aansprakelijke persoon. De aanvangsdatum van deze verjaringstermijn is de dag waarop de benadeelde daadwerkelijk kennis heeft gekregen van alle gegevens die nodig zijn om een aansprakelijkheidsvordering te kunnen instellen.
  13. De appelrechter stelt vast dat: - de derde verweerster op 27 oktober 2005 in opdracht van de eerste en tweede verweerders plannen heeft opgesteld betreffende het bouwproject; - de eiseressen op 11 januari 2008 met de eerste en tweede verweerders een overeenkomst sloten voor het realiseren van het bouwproject; - de eiseressen op 26 november 2008 door de eerste en tweede verweerster op de hoogte werden gesteld van de technische problemen van het bouwproject.
  14. De appelrechter die oordeelt dat de vordering van de eiseressen tegen de derde verweerster laattijdig werd ingesteld aangezien de plannen dateren van 27 oktober 2005 en de vordering werd ingesteld op 16 september 2013, hetzij buiten de termijn van vijf jaar, verantwoordt zijn beslissing niet naar recht. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het oordeelt over de door de eiseressen tegen de derde verweerster ingestelde vordering en over de hieraan verbonden kosten. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eiseressen tot de kosten aan de zijde van de eerste en de tweede verweerders. Houdt de overige kosten aan en laat de betwisting daaromtrent over aan de fei-tenrechter. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit sectievoorzitter Alain Smetryns, als voorzitter, en de raadsheren Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 5 december 2019 uitgesproken door sectievoorzitter Alain Smetryns, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Vanity Vanden Hende. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191205.1N.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20251031.1F.2 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210607.3F.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.