, Interneringswet volgt dat de voorzitter van de kamer voor de bescherming van de maatschappij een advocaat moet aanwijzen als de geïnterneerde zelf geen advocaat heeft gekozen
de geïnterneerde de bijstand van de aangewezen advocaat niet kan weigeren. Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - KAMER VOOR BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ Vrije woorden: Uitvoeringsmodaliteiten van de internering - Rechtspleging - Bijstand van een advocaat - Draagwijdte Thesaurus CAS: BESCHERMING VAN DE MAATSCHAPPIJ - UITVOERINGSMODALITEITEN INTERNERING Vrije woorden: Kamer voor bescherming van de maatschappij - Rechtspleging - Bijstand van een advocaat - Draagwijdte Thesaurus CAS: ADVOCAAT Vrije woorden: Bescherming van de maatschappij - Internering - Kamer voor bescherming van de maatschappij - Rechtspleging - Bijstand van een advocaat - Draagwijdte Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.1145.N D. E. G. V. L., geïnterneerde, eiser, met als raadsman mr. Laurens Schutyser, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank Antwerpen, kamer voor de bescherming van de maatschappij, van 6 november 2019. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep 1. Uit artikel 78 Interneringswet volgt dat de beslissingen tot behoud van de internering in het forensisch psychiatrisch centrum (hierna FPC) te Gent
be-treffende de uitgaansvergunningen niet vatbaar zijn voor cassatieberoep. In zoverre ook tegen die beslissingen gericht, is het cassatieberoep niet ontvan-kelijk. Eerste middel 2. Het middel voert schending aan van de artikelen 3, 5.1
5.4 EVRM
ar-tikel 2 Interneringswet: het bestreden vonnis wijst ten onrechte het verzoek tot ambulante behandeling in plaats van een behandeling in het FPC af; dit laatste is volgens dr. Van Nuffel eerder tegenaangewezen
disproportioneel in het licht van de problematiek van de eiser; daardoor is de eiser onrechtmatig van zijn vrijheid beroofd; de eiser krijgt niet de juiste zorg die zijn toestand vereist, wat een onmenselijke behandeling uitmaakt; door zes geneesheren werd bevestigd dat de eiser toerekeningsvatbaar is
een ambulante behandeling nodig is.
de zorg die deze toestand vereist. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Tweede middel 5. Het middel voert schending aan van artikel 6.1, 6.3.b
6.3.c, EVRM, arti-kel 149 Grondwet
de artikelen 5, 6
7 van de wet van 22 augustus 2002 be-treffende de rechten van de patiënt: het bestreden vonnis wijst ten onrechte ei-sers verzoek tot aanstelling van een nieuwe deskundige af; zowel de kamer voor bescherming van de maatschappij als het FPC weigeren de eiser inzage in de no-dige schriftelijke documenten
medische attesten, zodat hij deze zou kunnen laten betwisten door de psychiaters die zijn gekant tegen eisers internering; in het FPC Antwerpen werden zelfs zijn eigen documenten in beslag genomen
weigert men hem deze terug te bezorgen; het bestreden vonnis vermeldt niet de redenen waarom er geen nieuwe geneesheer-deskundige wordt aangesteld; eisers recht op een eerlijk proces wordt miskend doordat hij geen toegang heeft tot zijn medisch dossier, geen aanspraak kan maken op een vertrouwenspersoon, zijn ei-gen medische documenten hem worden afgenomen
hem vervolgens de aan-stelling van een nieuwe onafhankelijke deskundige wordt geweigerd. 6. Artikel 6 EVRM is niet van toepassing op de rechtspleging voor de kamer voor de bescherming van de maatschappij. Zij oordeelt immers niet over de vast-stelling van burgerlijke rechten
verplichtingen of over de gegrondheid van een strafvervolging. In zoverre het middel schending van die bepaling aanvoert, faalt het naar recht. 7. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de eiser voor de kamer voor de bescherming van de maatschappij heeft aangevoerd dat hem werd belet kennis te nemen van onder meer medische stukken zodat hem werd verhinderd zijn verweer te voeren. In zoverre is het middel nieuw
bijgevolg niet ontvankelijk. 8. De kamer voor de bescherming van de maatschappij, multidisciplinair
gespecialiseerd rechtscollege inzake de uitvoering van de interneringsbeslissing, oordeelt onaantastbaar over de noodzaak een aanvullend forensisch psychiatrisch onderzoek te bevelen. In zoverre het middel opkomt tegen dit onaantastbaar oordeel, is het niet ontvan-kelijk. 9. Het bestreden vonnis wijst eisers verzoek tot aanstelling van een nieuwe deskundige af om volgende redenen: - reeds verschillende gerechtsdeskundigen hebben een diagnose van eisers psy-chiatrische problematiek gesteld; - de eiser houdt vast aan het verslag van dokter Dams van 4 september 2015, die de eiser op zijn verzoek heeft onderzocht
waarin melding wordt ge-maakt van een stoornis binnen het autismespectrum; - er is binnen het FPC voldoende expertise aanwezig om eisers diagnose op punt te stellen
de bevindingen van de verschillende deskundigen tegen el-kaar af te wegen; - de eiser dient zich daarvoor echter medewerkzaam op te stellen. Aldus vermeldt het vonnis de redenen waarom geen nieuwe deskundige wordt aangesteld. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag. Derde middel 10. Het middel voert schending aan van artikel 6.1
6.3 EVRM
artikel 81, § 2,
Ruben Vispoel als advocaat om de eiser bij te staan is onwettig; die advocaat had hem laten weten dat hij niet langer voor hem kon optreden
het FPC heeft na-gelaten een aanvraag te richten aan het bureau voor juridische bijstand te Gent, zodat er geen advocaat werd aangesteld; aldus kan niet worden aangenomen dat de eiser werd bijgestaan door een advocaat. 11. Artikel 6 EVRM is niet van toepassing op de rechtspleging voor de kamer voor de bescherming van de maatschappij. Zij oordeelt immers niet over de vast-stelling van burgerlijke rechten
verplichtingen of over de gegrondheid van een strafvervolging. In zoverre het middel schending van die bepaling aanvoert, faalt het naar recht. 12. Artikel 81, § 2,
De kamer voor de bescherming van de maatschappij
het Hof van Cassa-tie kunnen ten aanzien van de geïnterneerde persoon, slechts beslissen indien de-ze bijgestaan of vertegenwoordigd wordt door een advocaat. §
de geïnterneerde de bijstand van de aangewezen advocaat niet kan weigeren. 14. Het proces-verbaal van de rechtszitting van de kamer voor de bescherming van de maatschappij van 28 oktober 2019 vermeldt dat: - de eiser de bijstand weigert door mr. Vispoel
dat hij een brief neerlegt; - hij één maand tijd vraagt om zijn zaak voor te bereiden met gelijke middelen, middelen die hij niet krijgt; - de voorzitter hem uitlegt dat hij zich telkens verzet tegen de behandeling van zijn zaak, waardoor hij al jaren opgesloten zit; - hij dit vandaag opnieuw doet, wat niet in zijn belang is
hij het zichzelf on-mogelijk maakt waardoor hij de voortgang in zijn dossier blokkeert; - de eiser zegt dat hij een vogel voor de kat is, hij daarbij verwijst naar PSD-verslagen uit 2008
het volgens hem de CBM was die alles afkeurde; - de voorzitter, vaststellende dat de eiser geen advocaat heeft gekozen, mr. Vispoel ambtshalve aanstelt; - de zaak daarop wordt behandeld. Er blijkt niet dat mr. Vispoel bezwaar heeft gemaakt tegen deze aanwijzing. Aldus staat vast dat de eiser werd bijgestaan door een rechtsgeldig door de voor-zitter van de kamer voor de bescherming van de maatschappij aangewezen advo-caat. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek 15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen
de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis
Ilse Couwenberg,
op de openbare rechtszitting van 10 december 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191210.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.