← België

C.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191210.2N.6 Rolnummer: P.19.0537.N Zaak: C. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2019-12-12 Raadplegingen: 669 - laatst gezien 2026-06-29 01:35 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wanneer een beklaagde bij verstek is veroordeeld, moet de verklaring van hoger beroep, in geval het exploot in strafzaken niet kan worden betekend zoals bepaald in de artikelen 33 tot 35 Gerechtelijk Wetboek en de gerechtsdeurwaarder het afschrift van het exploot, overeenkomstig artikel 40, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, heeft betekend aan het openbaar ministerie, worden gedaan uiterlijk dertig dagen na deze betekening, behoudens overmacht of onoverkomelijke dwaling. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Principaal beroep. Vorm. Termijn Vrije woorden: Beginpunt van de termijn voor hoger beroep - Betekening vonnis aan openbaar ministerie - Geen buitengewone termijn van hoger beroep Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 203, § 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 40 Thesaurus CAS: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - EXPLOOT Vrije woorden: Verstekvonnis - Geen gekende woonplaats - Betekening verstekvonnis aan het openbaar ministerie - Beginpunt termijn van hoger beroep Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 203, § 1, eerste lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 40 Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0537.N J. C., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Michaël Bracke, advocaat bij de balie Dendermonde. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctio-nele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde, van 29 april

  1. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Ilse Couwenberg heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Bart De Smet heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  2. Het middel voert schending aan van artikel 203, § 1, Wetboek van Straf-vordering: het bestreden vonnis verklaart het hoger beroep van de eiseres ten on-rechte onontvankelijk wegens laattijdigheid; het verstekvonnis, waartegen het hoger beroep is gericht, is noch aan de eiseres in persoon noch aan haar woon-plaats betekend, zoals nochtans vereist door de voormelde wetsbepaling.
  3. Volgens artikel 203, § 1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering vervalt het recht van hoger beroep, behoudens de uitzondering van artikel 205 Wetboek van Strafvordering, indien de verklaring van hoger beroep niet is gedaan op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen, uiterlijk dertig dagen na de dag van die uitspraak, en indien het vonnis bij verstek is gewezen, uiterlijk dertig da-gen na de dag van de betekening ervan aan de veroordeelde partij of aan haar woonplaats.
  4. Wanneer een beklaagde bij verstek is veroordeeld, moet de verklaring van hoger beroep, ingeval het exploot in strafzaken niet kan worden betekend zoals bepaald in de artikelen 33 tot 35 Gerechtelijk Wetboek en de gerechtsdeurwaar-der het afschrift van het exploot, overeenkomstig artikel 40, tweede lid, Gerech-telijk Wetboek, heeft betekend aan het openbaar ministerie, worden gedaan ui-terlijk dertig dagen na deze betekening, behoudens overmacht of onoverkomelij-ke dwaling.
  5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat het beroepen vonnis, dat op 9 april 2018 bij verstek ten laste van de eiseres werd gewezen, op 26 april 2018 aan het openbaar ministerie werd betekend. De eiseres stelde eerst op 12 september 2018 hoger beroep in tegen dit verstek-vonnis, dit is buiten de termijn van dertig dagen na de vermelde betekening. Het gegeven dat de eiseres van die betekening geen kennis kreeg, doet hieraan geen afbreuk.
  6. De appelrechters die het hoger beroep niet ontvankelijk verklaren wegens laattijdigheid, verantwoorden hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres tot de kosten. Bepaalt de kosten op 71,01 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 10 december 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191210.2N.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240319.2N.13 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20211123.2N.25 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230321.2N.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.