← België

K.

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 december 2019 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191210.2N.7 Rolnummer: P.19.0879.N Zaak: K. Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Handelsrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2019-12-12 Raadplegingen: 652 - laatst gezien 2026-06-28 06:48 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Artikel 23 WAM bepaalt dat de bestuurder die niet beschikt over het bewijs als bedoeld door artikel 7 WAM, gestraft wordt met de straffen bepaald in artikel 29, §2, Wegverkeerswet, met name met een geldboete van 10 tot 250 euro, zodat de aard van het door artikel 23 WAM bedoelde misdrijf wordt bepaald door de straf die de rechter oplegt en het dus een overtreding betreft indien de rechter een geldboete oplegt van minder dan 26 euro, zijnde een politiestraf; aangezien de WAM niet in een eigen stelsel van verjaring van de strafvordering voorziet, verjaart ingevolge de bepalingen van artikel 21, 6°, en 25 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering de strafvordering voor overtredingen, andere dan die na omzetting van een wanbedrijf in een overtreding, door verloop van zes maanden te rekenen vanop de dag waarop het misdrijf is gepleegd

(1).
(1)Cass. 2 mei 1966, Pas. 1966, I, 1117; Cass. 11 oktober 1965, Pas. 1965, I, 198; Cass. 9 maart 1964, Pas. 1964, I, 736; Cass. 2 maart 1964, Pas. 1964, I, 704; Cass. 17 december 1888, Pas. 1889, I, 73; zie ook Cass. 30 oktober 2012, AR P.12.0423.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121030.8, AC 2012, nr. 574 met concl. van eerste advocaat-generaal DE SWAEF en Cass. 5 juni 2012, AR P.11.1749.N ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120605.4, AC 2012, nr. 362, die beide betrekking hebben op de hypothese van de contraventionalisering. Thesaurus CAS: VERZEKERING - W.A.M.-VERZEKERING Vrije woorden: Artikel 23 WAM - Aard van het misdrijf - Straf opgelegd door de rechter - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: VERJARING - STRAFZAKEN - Strafvordering - Termijnen Vrije woorden: WAM-verzekering - Artikel 23 WAM - Aard van het misdrijf - Straf opgelegd door de rechter - Draagwijdte - Gevolg Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 29 Vrije woorden: Artikel 29, § 2 - Overtreding van de reglementen - Straffen - Aard van het misdrijf - Straf opgelegd door de rechter - Draagwijdte - Gevolg Tekst van de beslissing Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.19.0879.N A. K., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Gert Warson, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctio-nele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 28 juni
  1. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Alain Winants heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het middel voert schending aan van de artikelen 1319, 1320 en 1322 Bur-gerlijk Wetboek, alsmede miskenning van de bewijskracht van akten: met het oordeel dat de verbalisanten het ongeval hebben gesitueerd op de openbare weg in de Limbastraat 1 te Antwerpen, miskent het bestreden vonnis de bewijskracht van het aanvankelijk proces-verbaal nr. AN.99.L.B.306543/2017 - VO van 16 ju-li 2017; op pagina 1 van dat proces-verbaal wordt immers niet de openbare weg vermeld als plaats van het ongeval, maar wel de parking van dancing The Villa.
  3. Het bestreden vonnis verwijst voor het bekritiseerde oordeel niet naar het aanvankelijk proces-verbaal. Het kan dan ook de bewijskracht ervan niet mis-kennen. Het middel mist feitelijke grondslag. Tweede middel
  4. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, alsmede miskenning van het recht van verdediging, meer bepaald het recht op tegenspraak: uit het oordeel van het bestreden vonnis dat wanneer The Villa gesloten is, het terrein een parking betreft die niet is afgesloten, die noch een dispositief heeft om par-keren te beletten noch een bord dat aangeeft dat de plaats privé is of toegang verboden is, blijkt dat de appelrechters tijdens het beraad kennis hebben kunnen nemen van een proces-verbaal bevattende specificaties van de plaats van het on-geval, zonder dat de eiseres in de mogelijkheid is gesteld vóór de rechtszitting kennis te nemen van dit stuk; de eiseres heeft geen tegenspraak kunnen voeren met betrekking tot het proces-verbaal waarin de verbalisanten de plaats van de feiten bijkomend hebben gespecificeerd.
  5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat tijdens de rechtspleging voor de eerste rechter een kantschrift van de procureur des Ko-nings met onder meer het navolgend proces-verbaal nr. AN.91.LB.311020/2018 van 19 december 2018 aan het dossier van de rechtspleging werd gevoegd (st. 74). Dit navolgend proces-verbaal bevat onder meer de volgende vermeldingen: "De plaats van de feiten betreft op het moment van de feiten een openbare plaats. Betreft een terrein toegankelijk voor het publiek. Tijdens de openingsuren van The Villa wordt dit terrein gebruikt als een privé parking, aanvankelijk voorbe-houden voor de klanten van The Villa. Wanneer The Villa gesloten is, betreft dit terrein een parking die niet afgesloten is, die noch een dispositief heeft om parkeren te beletten noch een bord dat aan-geeft dat de plaats privé is en/of toegang verboden is". Daaruit blijkt dat de eiseres tijdens de behandeling van de zaak voor de appel-rechters kennis kon nemen van deze stukken en over de inhoud wel degelijk te-genspraak mogelijk was. Het middel mist feitelijke grondslag. Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 21, eerste lid, 6°, en 25 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering
  6. Artikel 23 WAM bepaalt dat de bestuurder die niet beschikt over het be-wijs als bedoeld door artikel 7 WAM, wordt gestraft met de straffen bepaald in artikel 29, § 2, Wegverkeerswet.
  7. Artikel 29, § 2, eerste lid, Wegverkeerswet bestraft de bedoelde overtre-ding met een geldboete van 10 tot 250 euro.
  8. De aard van het door artikel 23 WAM bedoelde misdrijf wordt bepaald door de straf die de rechter oplegt. Uit de artikelen 1 en 38 Strafwetboek volgt dat indien de rechter: - een geldboete oplegt van minder dan 26 euro en dus een politiestraf, dit mis-drijf een overtreding is; - een geldboete oplegt van 26 euro of meer en dus een correctionele straf, dit misdrijf een wanbedrijf is.
  9. Artikel 25, eerste lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering be-paalt dat de voorafgaande bepalingen van toepassing zijn op de verjaring van de strafvordering betreffende de misdrijven omschreven door bijzondere wetten, voor zover die wetten niet anders bepalen. De WAM voorziet niet in een eigen stelsel van verjaring van de strafvordering.
  10. Artikel 21, eerste lid, 6°, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering bepaalt dat voor overtredingen, andere dan die na omzetting van een wanbedrijf in een overtreding, de strafvordering verjaart door verloop van zes maanden te rekenen vanop de dag waarop het misdrijf is gepleegd.
  11. Het bestreden vonnis verklaart de eiseres met de telastlegging B schuldig aan een inbreuk op artikel 23 WAM en veroordeelt haar daarvoor tot een geld-boete van 10 euro, vermeerderd met 70 opdeciemen, of 80 euro. Het legt haar al-dus een politiestraf op en veroordeelt haar bijgevolg voor een overtreding als be-doeld door artikel 21, eerste lid, 6°, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvorde-ring.
  12. Zelfs rekening houdend met daden van stuiting en eventuele periodes van schorsing, is op de datum van het bestreden vonnis de verjaring van de strafvor-dering voor het feit omschreven onder de telastlegging B bereikt. Het bestreden vonnis dat dit niet vaststelt, schendt de voormelde wetsbepalingen. Ambtshalve onderzoek voor het overige
  13. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis enkel in zoverre het beslist over de strafvorde-ring voor de telastlegging B. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het ge-deeltelijk vernietigde vonnis. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Veroordeelt de eiseres tot drie vierden van de kosten. Laat de overige kosten ten laste van de Staat. Zegt dat er geen grond is tot verwijzing. Bepaalt de kosten op 74,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Erwin Francis en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 10 december 2019 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche. PDF document ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20191210.2N.7 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230912.2N.15 precedenten: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120605.4 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20121030.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.